Herziene circulaire therapieën ggz januari 2018

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft opnieuw een herziene circulaire uitgebracht met hierin het gezamenlijke advies van zorgverzekeraars over het al dan niet voldoen van ggz-therapieën aan de stand van de wetenschap en praktijk.

 

Na gedegen onderzoek van medisch adviseurs en in nauwe samenwerking met Zorginstituut Nederland (ZiNL) hebben zorgverzekeraars een gezamenlijk advies uitgebracht over therapieën die in de ggz worden toegepast, maar niet zijn geduid door ZiNL. Het Zorginstituut is aanwezig bij de officiële besluitvorming door het Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). De uitkomsten van dit advies komen tot uiting in een circulaire. De herziene ‘ZN-circulaire ggz-therapieën januari 2018’ vervangt de voorgaande versie van juni 2017. Ten opzichte van de vorige is een duiding van fysiotherapie binnen de ambulante ggz-behandeling toegevoegd en is de definitie van rTMS aangepast.

 

Fysiotherapie in ambulante ggz-behandeling

Onderzoek door Vektis heeft aangetoond dat fysiotherapie in toenemende mate als behandelmethode in de ggz wordt toegepast. Het Kenniscentrum GGZ heeft daarom onderzoek gedaan naar de effectiviteit van fysiotherapie als behandelmethode in de ambulante ggz-behandeling. Dit onderzoek naar bewegingsinterventies bij psychische aandoeningen, leverde geen wetenschappelijk bewijs op voor het toepassen van fysiotherapie als interventie in de ggz. In geen enkele richtlijn wordt fysiotherapie als behandelmethode geadviseerd. Dit heeft, in het bijzijn van ZiNL, geleid tot de conclusie dat fysiotherapie onder categorie D) ingedeeld dient te worden: interventies die (nog) niet voldoen aan de stand van wetenschap en praktijk en dus niet vallen onder verzekerde zorg. De duiding in de ZN-circulaire betreft alleen fysiotherapie in de ambulante ggz-behandeling.

 

Aanpassing definitie rTMS

In juni 2017 is rTMS toegevoegd als interventie die onder voorwaarden vergoed wordt. Over die voorwaarde (therapieresistente depressie) kwamen vragen vanuit het veld. Hierop is besloten een sluitende definitie op te nemen, om deze onduidelijkheid weg te nemen. Bij therapieresistente depressie gaat het om patiënten met een chronische, therapieresistente depressie die niet in aanmerking komen of willen komen voor een ECT-behandeling en voldoende lang (minstens 1 jaar) combinatietherapie van antidepressiva (twee behandelingen conform richtlijn)  en minstens één gedegen psychotherapie gehad hebben in het verleden.


Geen draagvlak bij professionals
LVVP, NVvP, GGZ Nederland, NVP, Mind, P3NL en V&VN hebben eerder al bij ZN aangegeven met ZN in gesprek te willen over betrokkenheid bij de inhoud en de procedure van ggz-partijen hierbij. In reactie op de eerder uitgekomen circulaire zonden we hierover een gezamenlijke brief aan ZN. Voor een breed draagvlak is het immers noodzakelijk om met het veld en de professionals in het bijzonder overeenstemming te hebben over de inhoud en de procedure die verzekeraars hanteren voor het duiden van interventies, het ‘zorgadviestraject ggz’. De ggz-partijen willen daarom met ZN in gesprek om procedureel en inhoudelijk goede afspraken te maken. De ggz-partijen stellen voor dat niet alleen het Zorginstituut hiervoor eens per kwartaal aanschuift, maar ook een vertegenwoordiging vanuit de ggz, zodat in gezamenlijkheid een veldbreed gedragen lijst tot stand kan komen. Het is onbegrijpelijk dat deze duiding tot stand is gekomen zonder enige betrokkenheid van de professionals zelf.

ZN heeft tot op heden echter geen gehoor gegeven aan onze wens.