Nieuw hoofdlijnenakkoord voor de ggz

Partijen in de ggz, waaronder de LVVP, zijn de afgelopen maanden bezig geweest met het opstellen van een nieuw hoofdlijnenakkoord voor de ggz. Woensdag 4 juli jl. heeft staatssecretaris Blokhuis het onderhandelaarsakkoord

aangeboden aan de Tweede Kamer. Het akkoord wordt op 11 juli a.s. ondertekend.

 

De mens centraal

In het nieuwe hoofdlijnenakkoord, dat geldt van 2019-2022, staat de mens centraal. Partijen in de ggz, waaronder de LVVP, hebben afspraken gemaakt over het gezamenlijk bevorderen van de juiste zorg op de juiste plaats. Mensen met psychische problemen moeten zonder stigma kunnen meedoen in de maatschappij; zorg en ondersteuning wordt zoveel mogelijk in de eigen omgeving geboden. Ze worden hierbij niet belemmerd door regels en lange wachttijden. In het akkoord is zowel aandacht voor de regierol van de patiënt alsook de positie van de professional. Er worden meer opleidingsplaatsen beschikbaar gesteld om aan de grote vraag naar ggz-hulp te voldoen. Ook worden vaker ervaringsdeskundigen ingezet.

 

Sociale domein betrokken

De betrokkenheid van het sociale domein (Wmo, onderwijs, etc.) bij dit hoofdlijnenakkoord is nieuw voor de sector. Gelet op allerlei problemen die zich voordoen op het snijvlak van de Zorgverzekeringswet en het sociale domein is dit een waardevolle aanvulling. Een en ander betekent wel dat niet alle onderdelen van het akkoord relevant zijn voor de vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten.

 

Belangen van vrijgevestigden

De LVVP is tevreden met het bereikte resultaat. Tijdens de onderhandelingen zijn we erin geslaagd de bijzondere positie van de vrijgevestigde onder de aandacht te brengen en te houden. Dit heeft geresulteerd in een akkoord dat recht doet aan deze positie en waarin afspraken zijn gemaakt die de positie van de vrijgevestigde verstevigen.

 

Positieve sfeer

De afgelopen maanden is er intensief onderhandeld, waarbij partijen hebben moeten geven en nemen. Dit alles onder de strakke, maar ook bezielende leiding van staatssecretaris Paul Blokhuis en de directeur-generaal van VWS Bas van den Dungen. De LVVP voelt zich gehoord en heeft waardering voor de manier waarop de staatssecretaris en de directeur-generaal de regie hebben genomen en alle partijen bij het akkoord hebben weten te betrekken.

 

Deelnemende partijen

Naast de LVVP nemen de volgende partijen deel aan het akkoord: GGZ Nederland, MIND Landelijk Platform, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP), Federatie van Psychologen, Psychotherapeuten en Pedagogen (P3NL), Platform MEERGGZ, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), InEen vereniging voor eerstelijnsorganisaties, Federatie Opvang (FO), RIBW Alliantie, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de staatssecretaris van VWS.

 

Belangrijke punten voor LVVP-leden op een rij

 

Stimuleren van gecontracteerde zorg in plaats van afstraffen ongecontracteerde zorg

Te vaak werd beweerd dat ongecontracteerde zorg onwenselijk was en zelfs van slechte kwaliteit zou zijn. De LVVP vindt dat in het huidige stelsel een machtsbalans moet worden gehouden tussen zorgverzekeraar, zorgaanbieder en patiënt. Vrijgevestigden kunnen niet onderhandelen over hun contract. Daarom is het cruciaal dat een vrijgevestigde kan ‘stemmen met de voeten’, met andere woorden: ervoor kan kiezen om geen contract met de betreffende zorgverzekeraar te sluiten.

Het akkoord spreekt dan ook over het stimuleren van gecontracteerde zorg, in plaats van het afstraffen van ongecontracteerde zorg. Hiermee wordt voorkomen dat ongecontracteerde zorg voor de komende vier jaren negatief geframed wordt. Mogelijke maatregelen tegen ongecontracteerde zorg zijn met dit akkoord verengd; dit is alleen mogelijk bij ongecontracteerde zorg die aantoonbaar ondoelmatig is.

 

Contracteringsproces en wachttijden

In het hoofdlijnenakkoord zijn eisen voor zorgverzekeraars opgenomen die het contracteerproces betreffen. Zo moeten zorgverzekeraars in hun inkoopbeleid aangeven wat hun responstijd is voor een inhoudelijk antwoord op een vraag en moeten ze in hun contract opnemen wat de wijzigingen zijn ten opzichte van het vorige jaar. Tevens moeten administratieve lasten worden teruggedrongen door meer standaardisatie van het contracteerproces en contracteerdocumentatie. Ook moet er meer transparantie komen rond (het afwijzen dan wel honoreren van) verzoeken tot (bij)contractering en gaat de NZa in haar reguliere publicaties over contractering aandacht besteden aan de mate waarin verzoeken tot bijcontractering bij omzetplafonds worden ingediend en gehonoreerd. Inmiddels weten we namelijk uit onderzoek dat voor vrijgevestigden de knellende omzetplafonds een negatief effect hebben op de wachtlijsten.

 

Kwaliteit van zorg

Partijen hebben afgesproken te streven naar een eenduidige set van kwaliteitsindicatoren in 2020. Kwaliteitsindicatoren zijn aspecten om kwaliteit meetbaar te maken. Hierdoor zullen de huidige verschillende kwaliteitsindicatoren van zorgaanbieders en zorgverzekeraars stapsgewijs verdwijnen dan wel opgaan in de nieuwe set. Het nieuwe kwaliteitsinstituut in oprichting (akwa) zal hierbij een leidende rol spelen. Dit leidt naar verwachting tot een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten voor ggz-behandelaars.

 

Administratieve lasten

Op meerdere plaatsen in het akkoord valt te lezen dat de administratieve lasten naar beneden moeten. Er is echter nog een lange weg te gaan om daadwerkelijk te komen tot vermindering van de administratieve lastendruk; de LVVP blijft actief bij de verdere uitwerking betrokken.

 

Vereniging Nederlandse Gemeenten nog geen mandaat

Vanwege de betrokkenheid van het sociale domein neemt ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) deel aan het akkoord. De VNG heeft echter geen mandaat van haar ledenvergadering gekregen om een akkoord te tekenen. Daarom is er een slotbepaling opgenomen: als in het najaar blijkt dat de VNG nog steeds niet gaat tekenen, gaan partijen opnieuw in overleg over de consequenties daarvan voor de punten waarbij gemeenten een rol hebben. Dit betreft passages die de vrijgevestigden niet of nauwelijks raken.

 

Bestuurlijk mandaat LVVP

Een aantal deelnemende partijen moet het onderhandelaarsakkoord nog voorleggen aan hun achterban. De ledenvergadering van de LVVP heeft het bestuur mandaat gegeven om de overweging te maken voor het al dan niet tekenen van het akkoord. Op basis van de bereikte resultaten heeft het bestuur besloten het hoofdlijnenakkoord te tekenen.

De LVVP is blij met het verkregen resultaat en is ervan overtuigd dat met dit akkoord de positie van de vrijgevestigde ggz-professional stevig is neergezet.