Tweede Kamer eist snelheid bij oplossing ggz-wachtlijsten

De Tweede Kamer neemt geen genoegen met een actieplan voor het wegwerken van de wachtlijsten in de ggz. Het parlement wil dat de wachttijden voor aanmelding en behandeling per januari 2019 al binnen de treeknormen vallen, en niet pas in juli van dat jaar. Dat blijkt een uit een drietal moties, die met algemene stemmen door de Tweede Kamer zijn aangenomen. De LVVP doet er alles aan om tot een werkbare en minder belastende oplossing te komen voor de almaar oplopende wachttijden.

 

Vorig jaar zomer maakten ggz-partijen de afspraak met toenmalig demissionair VWS-minister Edith Schippers dat zij ervoor zouden zorgen dat de wachttijden in de ggz per juli 2018 aan de treeknormen zouden voldoen. Vorige maand lieten de partijen weten dat niet te halen en dat ze inzetten op de zomer van 2019.

 

Treeknormen moeten eerder gehaald worden
Na een recentelijk Kamerdebat over de ggz kwamen de Kamerleden Joba van den Berg (CDA) en Leendert de Lange (VVD) met een motie waarin ze het kabinet opdragen de Kamer in september 2018 te laten weten wat de ggz-sector zal doen om de wachttijden al per 1 januari 2019 binnen de treeknormen te krijgen. Ook willen ze horen welke actie(s) de regering en toezichthouders ondernemen als deze deadline niet wordt gehaald. De motie werd met algemene stemmen aangenomen.

 

Niet aanleveren van wachttijdinformatie moet tot sancties leiden
Ggz-aanbieders zijn sinds 1 januari 2018 verplicht hun wachttijden maandelijks aan te leveren bij Vektis. Het CDA en de VVD vroegen per -eveneens aangenomen- motie aan de regering om in september a.s. de namen openbaar te maken van ggz-aanbieders die op dat moment nog niet aan deze plicht voldoen.

 

Knellende omzetplafonds leiden tot langere wachttijden
Terwijl de wachttijden veel aandacht krijgen, lopen vrijgevestigde ggz-professionals tegen omzetplafonds aan. Voor veel LVVP-leden beginnen de omzetplafonds van dit jaar nu al te knellen. Hierdoor lopen de wachttijden op en worden vrijgevestigden gedwongen om cliënten zorg te onthouden.
Extra schrijnend is dat aanvragen bij zorgverzekeraars voor een verhoging van het omzetplafond verre van soepel verlopen. Een zorgverzekeraar heeft namelijk twee maanden nodig om te beoordelen of er voor de betreffende cliënt nog budget is. Daarnaast komt het voor dat een vrijgevestigde wel een budgetverhoging krijgt, maar dan alleen voor het lopende jaar. Voor cliënten die langer in behandeling moeten blijven, kan de zorgaanbieder in het daarop volgende jaar dan mogelijk niet meer declareren. Uiteraard weerhoudt dat de professional om de cliënt in behandeling te nemen.
Ook krijgen (startende) ggz-aanbieders soms geen contract, ondanks hun wens om gecontracteerde zorg te bieden aan hun cliënten. Deze hele gang van zaken bevreemdt de LVVP, juist nu we met elkaar hebben afgesproken dat lange wachttijden maatschappelijk niet aanvaardbaar zijn.

De LVVP heeft deze kwesties aan de kaak gesteld bij de Nederlandse Zorgautoriteit, het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland. Wij wachten nog op een reactie. Wordt vervolgd!