LVVP zet rechtszaak tegen Menzis door

Namens haar leden is de LVVP verwikkeld in een juridische strijd met Menzis. Inzet van het geschil is het zogenaamde normatieve uurtarief. Onder druk van de LVVP heeft Menzis erkend dat er fouten zijn gemaakt. Veel leden ontvingen inmiddels een bericht waarin Menzis bevestigt onduidelijk te zijn geweest in de contracten van 2014 tot en met 2017, iets waar de LVVP al geruime tijd op wijst. Het gevolg is dat terugvorderingen lager zullen worden of zelfs geheel zullen vervallen. Menzis heeft weliswaar deels toegegeven aan de bewaren van de LVVP, maar de LVVP is van mening dat er nog voldoende gronden zijn om verder te gaan met de rechtszaak.


Contractanten ontvangen een aangepaste berekening

Menzis verlaagt niet langer het normatieve uurtarief conform het gegunde tariefpercentage. In alle gevallen wordt nu uitgegaan van 100% van het normatieve uurtarief. Voor leden die in 2014 minder dan 100% van het tarief kregen, zal hierdoor de terugvordering lager uitvallen of zelfs geheel vervallen. Menzis stuurt deze contractanten een aangepaste berekening.

 

Financiële gevolgen in beeld

De LVVP is uiteraard blij met deze kentering bij Menzis. Het is goed om te constateren dat er nu erkenning is voor de aangedragen bezwaren en dat de gevolgen van de bezwaarlijke terugvorderingen verminderd worden. In grote lijnen is het effect van de aanpassing in het beleid van Menzis als volgt:

 

  • het aantal leden dat te maken krijgt met een vordering op basis van het normatieve uurtarief neemt af met 43%
  • de totale terugvordering op basis van het normatieve uurtarief neemt af met 57%
  • maar: doordat deze normatiefuurtarief-vorderingen afnemen, neemt de vordering op basis van het omzetplafond juist weer toe. Dit komt doordat Menzis eerst de normatiefuurtarief-vordering verrekent en daarna kijkt naar een eventuele overschrijding van het omzetplafond. Terugvordering vanwege overschrijding van het omzetplafond is voor de LVVP géén inzet van de rechtszaak tegen Menzis.

 

Behandelaren moesten vele duizenden euro’s terugbetalen

Vanwege het normatieve uurtarief moesten veel psychologen en psychotherapeuten vele duizenden euro’s over 2014 aan Menzis terugbetalen. De contracten van Menzis over de jaren 2014 tot en met 2017 waren hierover niet duidelijk. Voor de psychologen en psychotherapeuten kwamen deze hoge rekeningen dan ook totaal onverwacht. Daarom is de LVVP een rechtszaak tegen Menzis gestart. Menzis heeft weliswaar deels toegegeven aan de door de LVVP genoemde bewaren, maar de LVVP is desondanks van mening dat er nog voldoende gronden zijn om verder te gaan met de rechtszaak.

 

Wat betekende het normatieve uurtarief voor de gespecialiseerde ggz (g-ggz)?
We berekenden dat contractanten over 2014 door het normatieve uurtarief gedwongen werden om in de g-ggz op circa 50% van de tijdsrange binnen de dbc te gaan zitten om niet te maken te krijgen met terugvorderingen. De betekenis hiervan is al moeilijk te begrijpen, laat staan de toepassing ervan in de zorgpraktijk. Deze berekening hebben we herhaald voor de jaren tot en met 2018. Tot onze grote schrik constateerden we dat contractanten op circa 67% van de tijdsrange van de dbc moeten gaan zitten om niet te maken te krijgen met terugvorderingen. Dat is een verschuiving van halverwege naar twee derde van de bandbreedte! De oorzaak hiervan was gelegen in het feit dat de NZa-tarieven harder zijn gestegen dan het normatieve uurtarief van Menzis.

 

Wat betekende het normatieve uurtarief voor de generalistische basis-ggz (gb-ggz)?
Voor de gb-ggz gold dat contractanten meer minuten zorg moesten bieden binnen een product dan waar de tarieven destijds op waren gebaseerd. Zij moesten dus meer doen voor hetzelfde tarief. In tegenstelling tot de g-ggz waren de financiële effecten hiervan over de jaren ongeveer gelijk gebleven aan die van 2014.