Kamerdebat over problemen in de jeugdzorg

 

Tijdens het Kamerdebat op 6 februari jl. over de problemen in de jeugd-ggz bleek, tot teleurstelling van de LVVP, dat veel partijen welhaast weigeren in te zien dat het met de jeugd-ggz de verkeerde kant opgaat.

 


Het debat en een motie

Kamerlid Kooiman constateerde in een motie dat volgens de LVVP veel vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten de jeugd-ggz hebben verlaten of deze binnenkort willen verlaten. Ze verzoekt de regering uit te zoeken hoeveel jeugdpsychologen, -psychotherapeuten en -psychiaters sinds de decentralisatie gestopt zijn met hun werk. Ook vraagt zij de regering te komen met een actieplan om deze zorgverleners weer terug te halen en de Kamer hierover te informeren. De Tweede Kamer moet nog over de motie stemmen.

 

In het Kamerdebat stelde Kamerlid Peters (CDA) tevens de vraag of de hulpverlening aan kinderen in gevaar komt doordat vrijgevestigden zich vanwege de administratieve rompslomp alleen nog op de behandeling van volwassenen richten. Minister De Jonge (VWS) antwoordde dat er meer problemen spelen op dit beleidsterrein en dat er te weinig vrijgevestigden zijn om echt invloed te hebben op de groei van wachtlijsten als zij stoppen. De lasten die vrijgevestigden ervaren, kunnen zij voor een deel zelf oplossen als zij beter samenwerken, benadrukte Peters (CDA) vervolgens. Samen kunnen zij beter onderhandelen en hun belangen behartigen. De Jonge was het daarmee eens. Hij meldde dat er binnen de VNG een speciale intermediair (Annemarie van der Meer) is aangesteld om vrijgevestigde aanbieders te helpen samenwerken. Kamerleden Tielen (VVD) en Voordewind (ChristenUnie) pleitten voor een betere samenwerking tussen generalistische huisartsenzorg en wijkverpleging enerzijds en de gespecialiseerde jeugd-ggz anderzijds. Het is belangrijk om daar ook de vrijgevestigde hulpverleners bij te betrekken vinden ze.

 

Ook de reductie van de toegenomen administratieve lasten was een onderwerp van debat. In reactie hierop werd duidelijk dat de VNG standaardcontracten ontwikkelt, maar dat nog niet alle gemeenten die (willen) gebruiken. Om de administratieve lastendruk voor hulpverleners te verminderen, heeft de minister een wetsvoorstel ingediend. Op 21 februari a.s. wordt hierover vergaderd middels een ‘inbreng verslag’ voor dit wetsvoorstel plaats (d.w.z. voorbereiding op het wetsvoorstel).

 

Te weinig vrijgevestigden?

Als LVVP zijn wij teleurgesteld in de wijze waarop partijen welhaast weigeren in te zien dat het met de jeugd-ggz de verkeerde kant opgaat. In onze brandbrief van destijds, het daaropvolgende 10-puntenplan, de media-aandacht in de geschreven pers en op de televisie is dat inmiddels toch wel duidelijk. Het debat is tekenend voor de afstand tussen de werkelijkheid van bestuurders en de werkvloer. De van contractering uitgesloten vrijgevestigden en zij die ten onder gaan aan administratieve rompslomp worden opgeroepen samen te werken, want dan komt alles goed. Het maakt trouwens niet uit dat deskundige en ervaren vrijgevestigden het bijltje erbij neergooien, aldus de minister: het lost de wachttijden toch niet op. Maar daar gaat het niet alleen om. Het probleem dat de LVVP destijds heeft aangekaart betrof niet de wachttijden; het gaat juist over de (afname van) keuzevrijheid van cliënten, de diversiteit van het behandelaanbod en het verlies aan vakbekwaamheid. Tsja, er zullen ongetwijfeld nieuwe flitsende organisaties met tal van beloftes in het gat springen en er zullen ongetwijfeld nieuwe vrijgevestigden bijkomen. De vraag is tegen welke voorwaarden en - op termijn - met welke gevolgen.

 

 De evaluatie jeugdwet

Onlangs is de tussenevaluatie van de Jeugdwet verschenen. De ministers van VWS en voor Rechtsbescherming gaan dit rapport eerst aan regionale en landelijke 'ronde tafels' bespreken met gemeenten, instellingen en cliënten. Vervolgens willen ze in april 2018 de Tweede Kamer informeren over de conclusies die ze uit de evaluatie trekken en het programma ‘Zorg voor de Jeugd’ presenteren. De LVVP bestudeert deze evaluaties en andere reacties en legt deze naast ons 10-puntenplan. De eerste conclusies worden besproken op 19 maart a.s. met onze actieve leden om te kijken of we dit kunnen actualiseren. De resultaten leest u terug in de volgende k&j-nieuwsbrief, die eind maart verschijnt.