Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verbeterd

De ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ bevat een nieuw afwegingskader, waarmee beroepskrachten kunnen afwegen of het noodzakelijk is een melding te doen bij Veilig Thuis. De afwegingskaders voor de diverse beroepsgroepen zijn op 2 juli aangeboden aan VWS-minister Hugo de Jonge en treden op 1 januari 2019 in werking.


Het doel van de verbeterde meldcode - waarin u in stap 4 en 5 onder andere afweegt of er sprake is van acute of structurele onveiligheid - is slachtoffers beter en eerder in beeld te hebben, sneller te kunnen helpen en de veiligheid beter te kunnen monitoren over langere tijd. Daarvoor is het nodig dat beroepskrachten -waaronder ggz-aanbieders- goed uit de voeten kunnen met de meldcode en als dat nodig is situaties van vermoedens van onveiligheid melden bij Veilig Thuis. Bekijk daarvoor ook het toelichtende filmpje van Augeo. Minister De Jonge: “We moeten alles uit de kast halen om signalen van geweld en verwaarlozing eerder en beter in beeld te krijgen. Professionals hebben daar  een cruciale rol in. De verbeterde meldcode gaat hen helpen om op tijd in actie te komen.”

 

Juist omdat de problematiek vaak jarenlang speelt, ontwikkelt Veilig Thuis daarvoor een ‘radarfunctie’. Dat betekent dat Veilig Thuis signalen van verschillende melders kan combineren en veiligheid over een langere periode en intensiever volgt. Daarom is het van belang dat vermoedens van ernstig huiselijk geweld en kindermishandeling altijd worden gemeld bij Veilig Thuis.

Werken met de verbeterde meldcode is vanaf 1 januari 2019 verplicht voor mensen die werken in de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Tot 1 januari kunnen beroepskrachten ervaring opdoen met het werken met hun afwegingskader in de meldcode en kunnen organisaties zich voorbereiden op de nieuwe werkwijze.