Het dilemma van het verjaardagsgebakje

 

Val je voor de verleiding en kies je voor genot op de korte termijn? Of ben je je bewust van de gevolgen voor de lange termijn en laat je het gebakje staan? Parallel hieraan pleit de LVVP voor een langetermijnvisie bij het streven naar kwaliteitsverbetering in de ggz.


 

Korte of lange termijn?

Het dilemma van het verjaardagsgebakje geldt voor het streven naar kwaliteit in de ggz: te vaak worden we verleid om te kiezen voor beloning op de korte termijn, terwijl dat ten koste gaat van de langetermijnvisie op kwaliteitsverbetering. Het toepassen van kwaliteitskeurmerk à la KiBG bijvoorbeeld leidt op de korte termijn tot een tariefsopslag, maar op de lange termijn heeft het geen positief effect op de manier waarop we met elkaar de kwaliteit in de ggz willen verbeteren. De LVVP pleit ervoor ‘het zoet van de korte termijn’ te laten staan en een langetermijnvisie te hanteren voor het streven naar kwaliteitsverbetering in de ggz.

 

Kwaliteitsstatuut en hoofdlijnenakkoord

De partijen in de ggz hebben met elkaar duidelijke afspraken gemaakt om de kwaliteit te borgen. Zo moeten alle ggz-behandelaren per 1 januari 2017 verplicht een kwaliteitsstatuut hebben. Ook in het onlangs gesloten hoofdlijnenakkoord voor de ggz zijn afspraken gemaakt over kwaliteitsverbetering en het terugdringen van de administratieve lasten.

 

Akwa als kader voor kwaliteitsverbetering

Middels akwa, alliantie kwaliteit in de ggz, hebben we als sector recent stappen gezet om die kwaliteit op een hoger peil te krijgen. Een initiatief dat door alle partijen, ook de zorgverzekeraars, is omarmd en dat per 1 januari 2019 operationeel wordt. Met akwa hebben we afgesproken dat kwaliteit wordt bepaald door professionals en patiënten. Binnen akwa lopen al diverse programma’s om de kwaliteit, de transparantie en toetsbaarheid van de ggz onder gezamenlijke verantwoordelijkheid op een hoger plan te brengen. Hiervoor is tijd en ruimte nodig.

 

Wapenwedloop in kwaliteitsmeting onwenselijk

Menzis en de achttien instellingen, die gezamenlijk het plan lanceerden om de bekostiging in de ggz afhankelijk te maken van het resultaat, praten daarom voor hun beurt. Initiatieven als dat van Menzis, maar ook het ontwikkelen en propageren van (commerciële) kwaliteitskeurmerken, leiden tot een wapenwedloop in het meten van kwaliteit. Het gevolg is dat patiënten voortdurend lastig gevallen worden met duizend-en-een vragenlijsten en dat ggz-behandelaren worden geconfronteerd met toenemende administratieve lasten. In het kader van de regeldruk hebben partijen nu juist afgesproken om hiermee te stoppen. Dergelijke losstaande initiatieven leiden niet tot een kwaliteitsverbetering van de ggz als geheel. Verschillende partijen in de ggz houden elkaar op deze manier gevangen en daarmee is elk streven naar kwaliteitsverbetering gedoemd te mislukken.

 

Eerst het zuur, dan het zoet

De LVVP pleit ervoor om eerst te investeren, om eerst tijd en ruimte nemen om kwaliteit te definiëren, verder te operationaliseren en transparant te maken. Dit alles binnen het kader van akwa, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en met de steun van professionals en hun patiënten. De kost gaat immers altijd voor de baat uit. Als we nu ‘het gebakje’ laten staan, dan leidt dat tot een gezondere sector op de lange termijn.