‘Er is meer vraag naar zorg dan dat er personeel en geld beschikbaar is. Dit vraagt om inzicht en keuzes’

‘Er is meer vraag naar zorg dan dat er personeel en geld beschikbaar is. Dit vraagt om inzicht en keuzes’

27-06-2024 Print

Tweeënhalf jaar geleden werd het zorgprestatiemodel en de daarbij behorende zorgvraagtypering ingevoerd. In die tweeënhalf jaar is veel te doen geweest over met name de zorgvraagtypering. Waarom is deze eigenlijk ingevoerd? Wat is de functie ervan? Waarom is het belangrijk dat deze gegevens worden verzameld? Dit en meer kunt u lezen in dit interview met LVVP-voorzitter Brigitte Baeten.

 

Kun je uitleggen waarom de introductie van het zorgprestatiemodel samenviel met de introductie van de zorgvraagtypering? W at hebben die twee eigenlijk met elkaar te maken?

‘Het zorgprestatiemodel is ingevoerd in 2022 als nieuw bekostigingssysteem voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de forensische zorg (fz). Het zpm kwam in de plaats van het dbc-model voor de gespecialiseerde ggz (g-ggz) en de producten in de generalistische basis-ggz (gb-ggz). Bij het invoeren van het zorgprestatiemodel stonden een aantal aandachtspunten centraal: meer eenvoud in de zorgprestaties, begrijpelijk en inzichtelijker voor de patiënt, een betere weerspiegeling van daadwerkelijk benodigde en geleverde zorg en sneller inzicht in de zorgkosten. De regels mochten eenvoudig en transparant worden met structureel minder administratieve lasten voor de zorgverleners (bijvoorbeeld door geen indirecte tijd meer te hoeven schrijven).

Een bekostigingsmodel heeft echter wel een duidelijke begrenzing nodig. Er is financiële schaarste en er zijn personele tekorten; we kunnen niet oneindig doorbehandelen. Die begrenzing willen wij het liefst laten bepalen door de inhoud, zodat de kosten de inhoud van de zorg volgen en niet andersom.

Daarom is, tegelijk met het zorgprestatiemodel, ook de zorgvraagtypering ingevoerd. Deze fungeert als inhoudelijke begrenzing: de zorgvraagtypering legt op gestructureerde wijze een verband tussen de probleemgebieden en leefomstandigheden van patiënten en de benodigde inzet van zorg door de behandelaar. Hiermee kan een relatie gelegd worden tussen de zorgbehoefte enerzijds en de inzet van zorg anderzijds en kunnen mogelijk op inhoudelijke gronden grenzen worden gesteld aan de te leveren zorg en de kosten die daarmee gepaard gaan.’

 

Wat is het idee achter de zorgvraagtypering?

‘Via de zorgvraagtypering wordt de bekostiging in het zorgprestatiemodel gekoppeld aan de inhoud en hopen we te voorspellen hoe groot de behandelinzet, en hoe hoog daarmee de kosten, gaan zijn bij een bepaald zorgvraagtype.

De LVVP heeft eerder een poll-vraag uitgezet over wat zorgvraagtypering is:

Zorgvraagtypering is een gestructureerde beschrijving van mogelijke probleemgebieden en omstandigheden van de patiënt. De verschillende zorgvraagtypen zeggen iets over de ernst, de beperkingen en risico’s van de problematiek van de patiënten die hierin ingedeeld worden. Idealiter zou bij elk zorgvraagtype een verwachte intensiteit, hoeveelheid en duur van de zorg gekoppeld kunnen worden. Strikt genomen is zorgvraagtypering geen momentopname. Er zijn namelijk vragen die de geschiedenis meenemen.

De zorgvraagtypering geeft andere informatie dan de dsm hoofdgroep-classificatie die we voorheen gebruikten (en die we nu ten tijde van de doorontwikkeling van de zorgvraagtypering nog toepassen). De dsm is een internationaal classificatiesysteem waarin criteria van toepassing zijn op psychische stoornissen. De dsm ordent dus vooral symptomen van de patiënt, maar geeft geen inzicht in de zwaarte van de zorgvraag en heeft geen correlatie met de behandelinzet. Zorgvraagtypering geeft dit inzicht mogelijk wel. De zorgvraagtypering is dus iets anders dan de hulpvraag.

De doorontwikkeling van de zorgvraagtypering is nog volop aan de gang. De LVVP is hier actief bij betrokken, samen met de andere veldpartijen. De hypothese is dat we een correlatie gaan vinden tussen het zorgvraagtype en de behandelinzet. Of de HoNOS+ het beste instrument hiervoor is, wordt nader onderzocht. Tot nu toe is er geen beter alternatief beschikbaar. Of de zorgvraagtypen goed van elkaar te onderscheiden zijn, wordt nader onderzocht. Ook wordt er nader onderzoek gedaan naar de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en naar de betrouwbaarheid van de beschikbare dataset.’

 

Waarom heeft de NZa die data nodig?

‘Om het systeem achter de zorgvraagtypering verder te ontwikkelen en te verfijnen naar de praktijk, heeft de NZa, mede op verzoek van de partijen uit de ggz, éénmalig de gegevens van de HoNOS+ vragenlijst mogen opvragen (met toestemming van de Autoriteit Persoonsgegevens). De NZa heeft de data van de HoNOS+ vragenlijsten over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 bij ggz-zorgaanbieders opgevraagd. Het ging om een eenmalige uitvraag. Op dit moment vraagt de NZa geen gegevens op voor de doorontwikkeling van de zorgvraagtypering, dat mag nu niet. Afgesproken is dat uiterlijk eind december 2025 de NZa de opgevraagde gegevens vernietigt.

De diverse partijen in de ggz werken de komende jaren aan verdere verbetering van de zorgvraagtypering, in samenwerking met de NZa. Voor deze doorontwikkeling van de zorgvraagtypering is gedetailleerde informatie nodig over zorgvraagzwaarte en behandelinzet. Op basis van de ingevulde HoNOS+-lijsten wordt een onderliggende database gevuld, met als doel dat steeds nauwkeuriger getypeerd kan worden. De NZa heeft de data dus nodig om mee te kunnen werken aan de doorontwikkeling en voor nader onderzoek van de betrouwbaarheid en de validiteit van de zorgvraagtypering.’

 

Is de veiligheid van de data wel goed geregeld?

‘Over de veiligheid van de data is veel te doen geweest. In eerste instantie was er geen duidelijke uitspraak van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en dat leidde tot onrust. De LVVP is een van de partijen geweest die er bij de NZa op heeft aangedrongen dat de AP zich expliciet moest uitspreken over de registratie en aanlevering van de HoNOS+ data.
Op de veiligheid van de data wordt toegezien door de AP. In een brief van de minister aan de Kamer op 4 juni 2024 schrijft zij het volgende: “De NZa hanteert voor de aangeleverde gegevens het beveiligingsregime van gepseudonimiseerde gegevens. Dit betekent dat de NZa zeer strenge organisatorische en technische maatregelen genomen heeft om te voorkomen dat de aangeleverde gegevens te herleiden zijn tot een natuurlijk persoon. Naar aanleiding van eerdere zorgen van professionals en patiënten over de uitvraag van gegevens en de wijze waarop de gegevens door de NZa verwerkt en beschermd worden, heeft de AP onderzocht of de uitvraag en verwerking van data voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke kaders. De AP heeft aangegeven dat de wijze waarop de NZa met dataverzameling in het kader van de doorontwikkeling van de zorgvraagtypering in de ggz omgaat, voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten.” Met de uitspraak van de AP is er een duidelijke grondslag voor professionals voor de aanlevering.’

 

Waarom hebben zorgverzekeraars die data nodig?

‘Zorgverzekeraars leggen nu nog geen beperkingen op aan het aantal te vergoeden consulten. Maar dat is alleen op voorwaarde dat partijen in de ggz deze begrenzing verder met elkaar gaan uitwerken en daar zijn we mee aan de slag gegaan. Als LVVP hopen we deze begrenzing in de zorgvraagtypering te vinden en verwachten we dat er een verband gevonden gaat worden tussen het zorgvraagtype en de bijpassende behandelinzet.

De zorgverzekeraars kennen alleen de zorgvraagtypering en niet de onderliggende HoNOS+ antwoorden. Deze onderliggende Honos+ antwoorden hebben zorgverzekeraars ook niet nodig en zullen ze ook nooit krijgen. Zorgverzekeraars doen nu nog niets met die zorgvraagtyperingsgegevens, maar op termijn hebben ze data nodig voor hun zorginkoop. Als de zorgvraagtypering betrouwbaar en valide blijkt, dan kan het op termijn mogelijk ook de aanspraak op zorg reguleren. Maar zo ver is het nog lang niet.’

 

Er is net een motie aangenomen door de Tweede Kamer, waarin de regering wordt verzocht om ervoor te zorgen dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de nu al verzamelde HoNOS+-data vernietigt en niet opnieuw overgaat tot de uitvraag van (de antwoorden op de) HoNOS+-vragenlijsten. Ook wordt de regering verzocht ervoor te zorgen dat de NZa voortaan slechts gebruikmaakt van geaggregeerde data en niet van data op persoonsniveau. Wat vindt de LVVP van deze motie?

‘De LVVP betreurt het dat deze motie* is aangenomen. De doorontwikkeling van de zorgvraagtypering vinden wij belangrijk. Niet iedereen die recht heeft op ggz-zorg, kan die zorg nu op tijd krijgen. Er is meer vraag naar zorg dan dat er personeel en geld beschikbaar is. Dit vraagt om inzicht en keuzes. Landelijke partijen onderzoeken of de zorgvraagtypering op basis van de HoNOS+ vragenlijst ons dat inzicht kan geven, of in ieder geval bijdraagt aan dat inzicht, zodat we samen de werkelijke zorgvraag van de patiënt centraal kunnen stellen en de juiste keuzes kunnen maken ten behoeve van passende zorg.

Zonder data is de doorontwikkeling van de zorgvraagtypering niet mogelijk. In de diverse commissies en werkgroepen wordt door ons goed geluisterd en kritisch meegedacht met de ontwikkeling van de zorgvraagtypering. Het zorgprestatiemodel heeft begrenzing nodig en die hopen wij te vinden in een goed ontwikkelde zorgvraagtypering. Als de doorontwikkeling stagneert, kunnen verzekeraars geen gebruik maken van de gegevens over de zorgvraagtypen. Het gevolg: zorgverzekeraars zullen dan ten behoeve van de zorginkoop zelf gaan begrenzen. Wij willen de inkoop laten bepalen door de inhoud, en niet andersom.’

* De minister heeft zeer recentelijk gereageerd op de motie. U kunt de Kamerbrief hier lezen.

 

Professionals verwijten brancheorganisaties dat ze aan de leiband van de NZa en zorgverzekeraars lopen. Wat vind jij van dit verwijt?

‘Jammer dat dat verwijt gemaakt wordt. De LVVP neemt actief systeemverantwoordelijkheid om bij te dragen aan mogelijke oplossingen van problemen in de ggz: het inzetten van schaarse zorgcapaciteit en de schaarse zorggelden, en het verminderen van de wachttijden voor patiënten met een complexe zorgvraag. De LVVP verwacht dat de zorgvraagtypering gaat helpen om zorgvraag en zorgaanbod beter op elkaar af te stemmen en dat de zorgvraagtypering middels de inhoud de financiering kan sturen. Het is dus van groot belang om nu constructief, kritisch en helder mee te denken over en deel te nemen aan de zorgvraagtypering. Door zelf actief deze rol te pakken, kunnen we bijdragen aan een passende bekostiging bij passende zorg én voorkomen dat elke verzekeraar afzonderlijk gaat bepalen wat zorgaanbieders mogen doen voor welk budget. Zorgvraagtypering kan een belangrijk instrument zijn in de contractering om, op het niveau van groepen van patiënten, passende afspraken te kunnen maken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars.

De adviescommissie zorgvraagtypering ggz, waarin de LVVP participeert, bestaat uit de diverse veldpartijen en werkt aan deze doorontwikkeling. Dat doet zij in opdracht van de NZa. De adviescommissie adviseert de NZa over verschillende aspecten van de doorontwikkeling van de zorgvraagtypering. De adviescommissie heeft hiervoor werkgroepen ingesteld met inhoudelijke specialisten van de veldpartijen. Wij zouden graag verder willen werken aan de doorontwikkeling van de zorgvraagtypering. Wij zitten aan tafel, met lef en durf, met een actieve houding én in samenwerking. We werken er hard aan om antwoorden te vinden op de prangende maatschappelijke vragen en knelpunten die spelen in de ggz.’

Ook interessant

LVVP-kunstwedstrijd: u heeft nog tot 15 juli om uw werk in te sturen!

De wedstrijd is bedoeld als laagdrempelig initiatief, dus schroom niet om uw werk in te zenden!

Lees meer

Reminder: regiobijeenkomst Noord-Holland op woensdag 3 juli 2024

Op 3 juli 2024 komt de LVVP naar Noord-Holland, meer specifiek naar Heiloo.

Lees meer