Recht op vrije artsenkeuze opnieuw in gevaar

Recht op vrije artsenkeuze opnieuw in gevaar

28-10-2019 Print

Het ministerie van VWS bereidt een wetsvoorstel voor waarmee het recht op de vrije artsenkeuze (artikel 13 Zorgverzekeringswet) opnieuw ter discussie wordt gesteld. De wet wordt gepresenteerd als mogelijke oplossing voor de toename van ongecontracteerd werken in de ggz. De wet staat echter haaks op het hoofdlijnenakkoord voor de ggz. Daarin is afgesproken dat contracteren aantrekkelijker gemaakt moet worden. Gezien de zeer geringe omvang van ‘het probleem’, is dit wetsvoorstel schieten met een kanon op een mug. Bovendien wordt de last bij de patiënt neergelegd.

 

Hinderpaalcriterium wordt ondermijnd
In 2014 wilde toenmalig minister Schippers van VWS de vrije artsenkeuze in artikel 13 Zvw generiek inperken. Dat wetsvoorstel is destijds door de Eerste Kamer verworpen. In dit nieuwe wetsvoorstel wordt er een hinderpaal gecreëerd als drukmiddel om zorgverleners, over de rug van patiënten, te dwingen een contract te sluiten met een zorgverzekeraar. Dit voorstel biedt de overheid namelijk de mogelijkheid om een nog lagere vergoeding voor de patiënt in te stellen dan het huidige restitutietarief. In het voorliggende voorstel kan de hoogte van de vergoeding aan de patiënt zó laag worden vastgesteld, dat een zorgaanbieder genoodzaakt is om een nog groter deel van de rekening bij de verzekerde neer te leggen. Op deze manier wordt een fundamenteel recht voor verzekerden en een fundamenteel onderdeel van de werking van het zorgstelsel ondermijnd.
Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat het hinderpaalcriterium inhoudt dat de vergoeding van de zorgverzekeraar niet zó laag mag zijn dat het de patiënt belemmert in de keuze voor een hulpverlener. Dit hinderpaalcriterium lijkt nu te worden losgelaten, ten gunste van het kunnen afdwingen van contractering.
De bedoeling van de wetgever was destijds primair gericht op het voorkómen van een hinderpaal voor de verzekerde. Het nu voorliggende wetsvoorstel lijkt de bedoeling te hebben om juist een hinderpaal te creëren.

 

Gevolgen van dit wetsvoorstel
Het wetsvoorstel dat nu in stelling wordt gebracht, raakt aan het fundamentele recht van de vrije artsenkeuze (artikel 13 Zvw) en belemmert een gezonde werking van het afgesproken stelsel. Dit wetsvoorstel betekent dat:

  1. de patiënt hogere kosten voor zijn rekening krijgt. Mensen met een laag inkomen zijn hiervan de dupe: een hoge eigen bijdrage in de kosten zal zeker voor hen een drempel opwerpen. Zij hebben dan geen vrije artsenkeuze meer, wat strijdig is met de oorspronkelijke gedachte in de Zorgverzekeringswet;
  2. in plaats van contracteren aantrekkelijker te maken, ongecontracteerd werken wordt afgestraft en misschien wel onmogelijk wordt gemaakt. Dit terwijl in het hoofdlijnenakkoord was afgesproken de omgekeerde weg te bewandelen, namelijk contracteren aantrekkelijker te maken;
  3. zorgverzekeraars nóg meer macht krijgen en zorgaanbieders nog minder, waarmee het evenwicht in de toch al scheve verhoudingen in de ‘zorgmarkt’ volledig zoek raakt. De enige onderhandelingsruimte die zorgaanbieders nog hebben in het contracteerproces, verdwijnt: ‘stemmen met de voeten’ door niet te contracteren is niet meer mogelijk;
  4. er een tegenstelling wordt gecreëerd tussen de gecontracteerde en de ongecontracteerde zorgaanbieder, terwijl de werkelijkheid niet zo zwart-wit is: álle ggz-aanbieders dienen aan dezelfde kwaliteitseisen uit het kwaliteitsstatuut te voldoen. Zij contracteren daarbij vaak selectief, afhankelijk van de administratief belastende eisen van de zorgverzekeraar;
  5. een specifiek probleem met de deelsector verslavingszorg nu tot maatregelen leidt die de héle sector (kunnen) raken.


Afspraak hoofdlijnenakkoord ggz: gecontracteerd werken stimuleren

Overheid en zorgverzekeraars creëren een beeld dat ongecontracteerd werken duur is, toeneemt en kwalitatief onder de maat is.
We willen hier een ander beeld tegenover zetten. Ongecontracteerde zorg in de ggz is doorgaans goedkoper, de toename is beperkt en de extra kosten zitten vooral in een specifieke sector, te weten de verslavingszorg.

Het aandeel niet-gecontracteerde ggz neemt nauwelijks toe (van 6,1 naar 6,9%). Deze geringe toename zien we vooral in een specifiek aan te wijzen segment, te weten de verslavingszorg. Ook blijkt uit onderzoek dat de kosten van niet-gecontracteerde zorg bij een aantal diagnoses (verslaving) hoger zijn en bij andere diagnoses vergelijkbaar of lager (Arteria, 2018).
Zorgverzekeraars stellen dat ze minder goed zouden kunnen sturen op ‘kwaliteit en doelmatigheid’ bij aanbieders zonder contract. De praktijk is echter dat er gecontracteerd wordt op basis van criteria die beschreven staan in het kwaliteitsstatuut; deze criteria gelden voor álle aanbieders in de ggz, gecontracteerd en ongecontracteerd.
Verder blijkt dat verzekeraars een restrictief beleid voeren als het gaat om contracteren. Starters krijgen vaak helemaal geen contract aangeboden en komen er maar moeilijk tussen. Daarbij bieden zorgverzekeraars lage tarieven met een afslag tot wel 20% ten opzichte van het maximum NZa-tarief. Tot slot stellen zorgverzekeraars eisen die de kwaliteit niet dienen, maar wel administratief belastend zijn. Denk hierbij aan een (laag) omzetplafond, normatief uurtarief, kosten per unieke patiënt, productmix, et cetera. Het vraagt hogere wiskunde van een professional om op al deze verschillende eisen te sturen. Zorgverzekeraars zijn dus zelf debet aan (de toename van de) ongecontracteerde zorg.

In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat gecontracteerd werken gestimuleerd dient te worden. Maar wat de zorgverzekeraars hiervoor hebben gedaan, is tot op heden te mager. Verder zijn zorgverzekeraars weinig bereid om inzicht te geven in bijvoorbeeld hun contracteergraad noch om de criteria transparant te maken die zij hanteren om al dan niet een contract te sluiten. Uit het op 3 oktober jl. gepresenteerde onderzoek (uitgevoerd door Arteria in opdracht van het ministerie van VWS) blijkt dat er nog heel wat mogelijkheden door zorgverzekeraars niet benut worden om contracteren aantrekkelijker te maken. De LVVP is te allen tijde bereid om deze handschoen gezamenlijk met de zorgverzekeraars op te pakken.

 

Schieten met een kanon op een mug
Nú dit wetsvoorstel voorbereiden, is schieten met een kanon op een mug. Het gezamenlijk geformuleerde doel is het bevorderen van contracteren. Dat de ongecontracteerde ggz licht toeneemt, moet enkel gezien worden als signaal dat dit nog niet goed lukt. Laten we daar dan aan werken en de aanbevelingen uit het recentelijk gepubliceerde onderzoek uitvoeren. En niet op de zaken vooruitlopen door contracteren indirect te verplichten. Daarmee gaat het fundamentele recht op vrije artsenkeuze op de helling en wordt de last ten onrechte bij de patiënt en de zorgaanbieder neergelegd.

 

Ook interessant

Kan het nog goedkomen met de jeugd-ggz?

Het besef dat er iets heel erg fout is gegaan, dringt eindelijk ook door in de hoofden van politiek-bestuurlij

Lees meer

Alv 20 november 2019 (middag!): Jeffrey Wijnberg over beëindigen behandelrelatie

De vergadering is 's middags in plaats van ’s avonds en duurt van 14 tot 17 uur. Jeffrey Wijnberg trapt af.

Lees meer