Vice-voorzitter Hans Kamsma over het kwaliteitsstatuut voor de ggz-professional

Vice-voorzitter Hans Kamsma over het kwaliteitsstatuut voor de ggz-professional

30-06-2015 Print

Op 5 juni jongstleden vond het eerste LVVP-congres plaats. Wat vond je van de sfeer, de sprekers en de workshops? Het centrale thema was ‘verbinden’. Voelde jij je verbonden en denk je dat dat ook gold voor de andere aanwezigen?
‘En óf ik me verbonden voelde! Thema en sfeer vielen volgens mij heel goed samen. De aanwezige leden vormden een mooie mix van psychotherapeuten, eerstelijns- en gz-psychologen. Een mooi beeld van de verbondenheid binnen onze vereniging. Het klinkt wellicht wat romantisch als ik het zo opschrijf, maar dat is wel hoe ik het ervoer.

Spreker Frans de Waal toonde op een vlotte manier aan dat we niet alleen op de wereld zijn. Verbondenheid, hechting en samenwerking zijn eigenschappen die wij delen met andere aardbewoners. En dan niet alleen met onze naaste verwanten, de chimpansees, maar bijvoorbeeld ook met olifanten. Het laat wellicht iets zien van het fundament waarop wij als inherent sociale wezens staan.

Aan het einde van de dag sloot spreekster Martine Delfos af met een lezing die voor mij over de kern van ons vak ging. Nu eens even niet over de therapeutische technieken, die hooguit 15% van het effect van ons werk verklaren, maar over die andere 85%. Met haar vele voorbeelden en haar aanzet tot een model om de hechtingstheorie los te laten op de therapeut-cliëntrelatie zette ze een stap in de onderbouwing en uitwerking van de a-specifieke factoren.

Tussentijds vonden veel workshops plaats en zongen en lunchten we samen. En alles ingeleid en begeleid door onze voorzitter Arnoud van Buuren, die bij de opening al liet zien dat het een goede zaak is om jezelf te durven laten horen en daar de zaal in mee te nemen.’

 

In het vorige interview ging voorzitter Arnoud van Buuren in op het advies van de commissie Meurs. Het veld gaat nu aan de slag en de directies zijn onder leiding van VWS recentelijk bijgepraat over vier eisen die in het kwaliteitsstatuut belegd moeten worden. Om welke items gaat het en wat vind je van deze eisen?

‘Eigenlijk zijn er vijf eisen. Naast het kwaliteitsstatuut wordt ook het aanleveren van ROM-gegevens verplicht gesteld. De commissie Meurs heeft in mijn ogen gedurfd en goed werk afgeleverd. De commissie is erin geslaagd om buiten de gebaande paden te denken en is met een voorstel gekomen waarin gezocht is naar een formule waarin op een verantwoorde manier regie kan worden gevoerd over behandelingen in de ggz; VWS borduurt daar nu op voort.

De eisen die gesteld worden aan de benodigde deskundigheden, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de zorgverleners lijken in eerste instantie zeer reëel. Uitgangspunt is en blijft de BIG-registratie. De commissie Meurs maakt daarbij duidelijk dat het advies geldt voor zowel de gespecialiseerde ggz als de generalistische basis-ggz. Bij vrijgevestigden zijn rollen als coördinator, regisseur en inhoudelijk behandelverantwoordelijke meestal in één hand. Vrijgevestigden werken multidisciplinair als zij werkzaam zijn in een netwerk of samenwerkingsverband. Reden waarom er ook aan hen eisen worden gesteld omtrent de samenwerking. Zowel horizontaal, met bijvoorbeeld de huisartsen, als verticaal, met de ggz-instellingen. Dat laatste onder meer om indien nodig te kunnen opschalen naar intensievere zorg in bijvoorbeeld acute situaties. Daar is zeker iets voor te zeggen. De LVVP stelt zich al langer op het standpunt dat vrijgevestigden niet geïsoleerd moeten werken, maar hun werk in samenhang met elkaar en ingebed in de geestelijke én somatische gezondheidszorg moeten uitvoeren.

Goede zaak is dat een en ander niet allemaal contractueel vastgelegd hoeft te worden. Er is gelukkig wel aandacht besteed aan het terugdringen of in ieder geval niet vergroten van de administratieve lasten. Blijft echter de vraag hoe het dan wél moet worden vastgelegd. En wat als huisartsen of ggz-instellingen weigeren hieraan mee te werken? Dan kan het juist een manier worden om de vrijgevestigden uit het kwaliteitsstatuut en daarmee uit de verzekerde zorg te drukken. Regionaal zijn er op dit moment grote verschillen in de manier waarop en óf er met vrijgevestigden wordt samengewerkt, en dat probleem is met dit plan nog niet opgelost.

Dan is er nog de eis dat we werken volgens de zorgstandaarden. De richtlijnontwikkeling die op dit moment plaatsvindt als een van de uitvloeisels van het Bestuurlijk Akkoord is hier heel belangrijk in. Hoewel de LVVP in deze richtlijnontwikkeling een belangrijke rol heeft, komen we mankracht tekort gezien de grote hoeveelheid richtlijnaanvragen die inmiddels is goedgekeurd. Dus als u zich geroepen voelt…

Persoonlijk vind ik het wel nog wat riskant om in het kwaliteitsstatuut een eis op te nemen die verwijst naar een ontwikkeling die nog moet plaatsvinden. Zeker als we weten dat het in de geschiedenis nog niet is gelukt om zorgstandaarden algemeen geaccepteerd geïmplementeerd te krijgen. Maar het is op zichzelf een goede zet om deze ontwikkeling in te zetten.

De minister wil de hierboven beschreven eisen er hoe dan ook doordrukken. En als het niet lukt of als de beroepsgroep niet meewerkt, dan zal ze Zorginstituut Nederland de opdracht geven met alternatieve maatregelen te komen die dan van bovenaf zullen worden opgelegd. Jammer om meteen weer de druk en de confrontatie op te zoeken in plaats van de beroepsgroep de gelegenheid te geven dit plan van onderaf en breed gedragen uit te werken.’

 

Vind je dat er binnen het kwaliteitsstatuut voldoende ruimte is voor de professionele autonomie van vrijgevestigden?

‘Het kwaliteitsstatuut op zichzelf lijkt geen bedreiging te vormen voor de professionele autonomie. Maar ook hier geldt: the proof of the pudding is in the eating. Samenwerken op inhoud in een gelijkwaardige positie is iets heel anders dan om bijvoorbeeld onder de bekostiging van de huisartsenzorg komen te vallen, om maar eens twee uitersten te noemen. Het kwaliteitsstatuut is een aanzet tot een vereenvoudigde en heldere richting. Het is mede aan ons om het in te vullen en te bewaken dat daarmee onze positie autonoom blijft.’

 

En vind je dat de privacy van de patiënt voldoende gewaarborgd wordt in het kwaliteitsstatuut?

‘Helaas verandert er door het kwaliteitsstatuut niks aan de privacydiscussie. De eerdergenoemde verplichte ROM-aanlevering, de grote datastroom naar DIS en de nog steeds bestaande druk om meer gegevens op de factuur aan te leveren, staan hier los van. En daar is het privacyprobleem nog levensgroot aanwezig. Net als het risico dat door het verder verplichten van ROM dit ook meer en meer louter als een verplichting gezien wordt, waarmee de betekenis van ROM voor de individuele behandeling juist onder druk komt te staan.’

Ook interessant

Contractenoverzicht 2016 voorzien van alerts

Eerder dan in voorgaandejaren, hebben wij de zorgcontracten van de diverse zorgverzekeraars ondergebracht ineen vergelijkend overzicht©. Ditis momenteel nog ...

Lees meer

Vrijgevestigde ggz-professionals in beeld op RTL4

Na een verzoek daartoe van RTL4 hebben wij een korteuitzending kunnen realiseren waarin twee (bestuurs)leden van de LVVP worden ...

Lees meer