Over de LVVP

3 op de 5 respondenten zet e-health in tijdens de behandeling

3 op de 5 respondenten zet e-health in tijdens de behandeling

09-08-2018 Print

De LVVP heeft een enquête gehouden onder de leden over e-health. Hoe vaak wordt e-health ingezet, voor welke stoornissen en welke vormen van e-health worden gebruikt? En wat hebben respondenten die geen gebruik maken van e-health nodig om dit wel te gaan doen? Circa een derde van de leden vulde de vragenlijst in.

Uitgangspunt

Bij het aanbieden van de vragenlijst is nadrukkelijk aangegeven dat uitgegaan wordt van blended care, dat wil zeggen face-to-facecontacten aangevuld met e-healthtoepassingen. Daarnaast is aangegeven dat contact via e-mail in deze enquête niet tot e-health gerekend wordt.

 

Vooral in de generalistische basis-ggz

Maar liefst 60% van de respondenten zet e-health in tijdens de behandeling. Een hoge score, zeker in vergelijking met andere onderzoeken (o.a. Nictiz eHealth-monitor 2017). E-health wordt ingezet in zowel de generalistische basis-ggz (gb-ggz) en de gespecialiseerde ggz (g-ggz) als in de jeugd-ggz. Het zwaartepunt ligt in de gb-ggz. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er meer aanbod is van e-healthtoepassingen voor de gb-ggz. Daarnaast wordt in de gb-ggz gewerkt met korte, afgebakende trajecten die meer geprotocolleerd zijn.

 

Depressie en angst

E-health wordt vooral toegepast bij de behandeling van depressie en angst. Dit zijn de klachten die het meest behandeld worden in de gb-ggz en de g-ggz. Toepassingen die het meest ingezet worden, zijn psycho-educatie, geprotocolleerde behandelingen en huiswerkopdrachten. Vormen die door de respondenten niet of nauwelijks ingezet worden zijn beeldbellen, chatten, virtual reality en gaming. De laatste twee vormen zijn nog in ontwikkeling en wellicht ook (nog) te duur voor toepassing in de vrijgevestigde setting. Dat beeldbellen en chatten nauwelijks worden ingezet is een interessante uitkomst. Een mogelijke reden is dat vrijgevestigde ggz-aanbieders vrijwel altijd lokaal werken: patiënten hoeven niet ver te reizen voor een consult. Beeldbellen kan wel kansen bieden als een patiënt tijdelijk elders verblijft. Voorwaarde is dat er een beveiligde videoverbinding gebruikt wordt.

 

Voorkeur voor mondeling communiceren

Een belangrijke drempel voor het inzetten van e-health is het feit dat hiervoor vaak schriftelijk (en online) gecommuniceerd moet worden. Ruim 20% van de respondenten geeft aan dat men liever mondeling dan schriftelijk communiceert; hier is men immers voor opgeleid. Uit ander onderzoek weten we dat ook voor cliënten hier een drempel kan liggen: maar liefst 2,5 miljoen volwassenen in Nederland hebben in meer of mindere mate moeite met lezen en schrijven. Vaak hebben zij ook moeite met het omgaan met een computer (bron: Stichting Lezen & Schrijven). Hiervoor lijkt niet zomaar een oplossing voorhanden.

 

Voordelen van e-health

Volgens de respondenten zijn de grootste voordelen van e-health dat het een goed middel is bij terugvalpreventie, dat het bijdraagt aan de zelfredzaamheid van de cliënt en dat cliënten vaker feedback kunnen ontvangen dan bij face-to-facecontact.

 

Verschillen tussen gebruikers en niet-gebruikers van e-health

Respondenten die e-health inzetten, verschillen op onderdelen wel van mening over de waarde ervan met respondenten die geen e-health inzetten. Zo geven de gebruikers van e-health twee keer zo vaak aan dat patiënten positief zijn over het gebruik ervan dan behandelaren die geen e-health inzetten. Ook reageren ze veel positiever op de stelling dat door het gebruik van e-health meer ruimte is voor verdieping in de face-to-facegesprekken.

Respondenten die geen e-health inzetten, schatten het risico dat patiënten gemakkelijk belangrijke informatie kunnen missen hoger in dan respondenten die wel e-health gebruiken. Hetzelfde geldt voor zorgen over de beveiliging van de toepassingen en mogelijke risico’s voor datalekken: dit risico wordt veel hoger ingeschat door respondenten die geen e-health gebruiken dan door respondenten die dat wel doen.

 

E-health levert niet automatisch tijdwinst op

Over de stelling of e-health al dan niet tijdwinst oplevert, verschillen respondenten die geen e-health gebruiken nauwelijks van mening met respondenten die wel e-health gebruiken. Twee derde tot drie kwart van beide groepen vindt dat e-health geen tijdwinst oplevert. Een interessante uitkomst: e-health wordt namelijk vaak genoemd wordt als oplossing voor de lange wachttijden omdat het tijdwinst zou opleveren. De vraag hoe e-health ingezet kan worden zodat het wel tijdwinst oplevert, wordt in dit onderzoek niet beantwoord.

 

Geld, argumenten en voorlichting zijn nodig

Wat hebben respondenten die geen e-health inzetten bij de behandeling nodig om dat wel te gaan doen? Een vergoeding van zorgverzekeraars voor de te maken kosten, goede inhoudelijke argumenten over de meerwaarde ervan en een vergelijkend overzicht van e-healthtoepassingen zijn de meest gekozen antwoorden.

Daarnaast lijkt ook aan de kant van de cliënten actie nodig. Veel respondenten geven aan dat cliënten niet meteen staan te springen om e-health te gebruiken. Bovendien maken patiënten lang niet altijd het programma af en is de therapietrouw laag. Wellicht dat goede voorlichting hier verandering in kan brengen. Mogelijk bieden apps die via de smartphone een reminder sturen een oplossing bij het verbeteren van de therapietrouw.

Ook interessant

Menzis houdt ‘ratrace’ rond meten van kwaliteit in stand

Het plan van Menzis en achttien zorginstellingen om prestatiebekostiging te gaan toepassen bij angst en depressie stuit op veel verzet. ...

Lees meer

LVVP werkt mee aan actieplan vervolgaanpak wachttijden

De LVVP doet mee aan het actieplan vervolgaanpak wachttijden. Een eerdere brief aan staatssecretaris Blokhuis over de aanpak wachttijden ondertekenden ...

Lees meer