Over de LVVP

‘We zijn positief over het Engelse model vanwege de klinisch herkenbare clustering en de heldere evaluatiemomenten’

‘We zijn positief over het Engelse model vanwege de klinisch herkenbare clustering en de heldere evaluatiemomenten’

04-02-2015 Print

In dit interview gaat Hans Kamsma in op het zogenoemde Engelse model, een bekostigingssysteem dat wordt verkend voor aanpassing of verrijking van het huidige Nederlandse ggz-bekostigingssysteem. Het model biedt niet alleen plaats aan de gespecialiseerde ggz, maar ook aan de generalistische basis-ggz. In de LVVP-ledenvergadering van 18 november zal er eveneens aandacht aan worden besteed.
Hans Kamsma beantwoordt hieronder ook een aantal relevante ledenvragen.

De LVVP is een van de partijen die betrokken is bij de verkenning van een nieuw bekostigingssysteem voor de ggz, het zogenaamde Engelse model. Wat is de aanleiding voor de verkenning van dit model?

‘De directe aanleiding was de doorontwikkeling van de dbc-productstructuur. Het huidige systeem kent een aantal structurele problemen. Zo is er de gebrekkige klinische herkenbaarheid. De d(iagnose) in termen van een DSM-IV classificatie zegt te weinig over de zorgvraagzwaarte van een cliënt. En de b(ehandeling) is in niet herkenbare elementen aangegeven, maar vaak alleen in tijd. Ook sluit de doorlooptijd van 365 dagen slecht aan bij logische fasen van de behandeling. Een ander probleem is het gebrek aan tijdige informatie. Door de lange doorlooptijd komt informatie vaak niet tijdig beschikbaar, zowel voor de zorgaanbieders als voor de zorgverzekeraars. De privacy speelt een rol, ondermeer door het vermelden van de d(iagnose). En last but not least is er een toenemende behoefte aan een sterke vermindering van de administratieve lasten.

Bij het oppakken van deze vragen was er de keuze tussen het repareren van het huidige systeem of het verkennen van een nieuw systeem. De inhoud repareren zou lastig worden, dus dat zou al snel neerkomen op een ingreep als het verkorten van de doorlooptijd, wat juist meer administratieve lasten met zich mee zou brengen. Onder het motto ‘gluren bij de buren’ viel het oog op het model dat in Engeland in ontwikkeling is. Dit leek interessante uitgangspunten te bieden. Het is overigens nog steeds mogelijk dat de minister alsnog een verkorting van de doorlooptijd wil.

Inmiddels heeft de ‘Werkgroep Inhoud’ onder leiding van Capgemini een advies uitgebracht om delen van het Engelse model te gaan onderzoeken voor de Nederlandse situatie. Dit advies is inmiddels in een Bestuurlijk Overleg bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) door alle veldpartijen, aanbieders, cliënten en verzekeraars, aangenomen. Onder regie van de NZa gaat het nu de experimentele fase in. De LVVP is zowel in de Werkgroep Inhoud als aan de bestuurlijke tafel stevig vertegenwoordigd.’

 

Hoe ziet het Engelse model er in grote lijnen uit?

‘Het Engelse model kent een indeling in zorgvraagzwaarte in 21 clusters, verdeeld over drie superclusters: niet-psychotisch, psychotisch, en organisch. De clusters zijn per supercluster oplopend in zorgvraagzwaarte. De indeling vindt plaats aan de hand van de Mental Health Clustering Tool: een vragenlijst van 18 vragen, waaronder de 12 vragen van de HoNOS. Klachten en symptomen zijn hier een onderdeel van, maar er wordt ook gekeken naar bijvoorbeeld functioneren in het dagelijks leven, problemen op het gebied van relaties, alcohol- en middelengebruik. De uiteindelijke indeling in een cluster is een combinatie van de uitkomsten van de vragen en het professionele oordeel van de zorgaanbieder.

Aan elk cluster hangt een vast evaluatiemoment, dat door de behandelaar samen met de cliënt wordt uitgevoerd en besproken. De evaluatieperiodes variëren per cluster van ongeveer eens in de paar weken tot eens per jaar. Ze kunnen altijd door de behandelaar en cliënt op een eerder moment worden gedaan. De evaluatiemomenten zijn beslismomenten: afronden, doorgaan op hetzelfde niveau, doorgaan in een lager cluster, doorgaan in een hoger cluster.

Vervolgens moeten de clusters worden gekoppeld aan behandelcomponenten. Volgens het advies van de Werkgroep Inhoud kan dit in eerste instantie alleen worden beschreven op het niveau van interventie: psychotherapie, systeeminterventies, farmacotherapie. Daarbij kan er bij de diverse interventies weer worden verwezen naar de zorgstandaarden.

Uiteindelijk moet het systeem – als dat mogelijk is – worden gekoppeld aan outcome. In Engeland is dit nog niet gerealiseerd en nog in ontwikkeling.’
Waarom ligt de focus op het Engelse model?

‘Van de ons omringende landen leek het Engelse model het meest belovend. Er is naar diverse andere opties gekeken, waaronder aanpassingen van het bestaande Nederlandse model. Maar een Nederlandse ‘vertaling’ van het Engelse model lijkt nog het meest aan de eisen te voldoen die aan de doorontwikkeling zijn gesteld.’

 

Wat vindt de LVVP van het Engelse model? Wat zijn de plussen en wat zijn de minnen?

‘De LVVP staat volledig achter het advies van de Werkgroep Inhoud. Dat is iets anders dan het Engelse model sec. In het advies wordt duidelijk dat de clustering een klinisch veel herkenbaarder zorgvraagzwaarteprofiel oplevert dan de huidige situatie. Verder biedt het model op termijn de mogelijkheid om veel eisen en factoren onder één noemer te brengen. Zorgvraagzwaarte, verzekerde zorg, behandelcomponenten, evaluatiemomenten en ROM zouden zo één geheel kunnen worden en daarmee bekostiging én kwaliteit én verminderde administratieve lasten ten goede kunnen komen. Op dit moment is dat nog een ideaal om naartoe te werken. Voor nu is de LVVP positief over de klinisch herkenbare clustering en de heldere evaluatiemomenten. Verder hechten wij eraan dat in het advies veel ruimte wordt gegeven aan de professionele autonomie, een ruime omschrijving van de behandelcomponenten en, waar mogelijk, meer regie voor de cliënt.

Er zijn nog de nodige vragen en onzekerheden. Daarom ook dat het advies is gegeven om stap voor stap door een experimentele fase van ruim een jaar te gaan. De vraag is of en in hoeverre het model op de Nederlandse situatie van toepassing is. En of en hoe sommige delen van de ggz hier een plek in kunnen vinden. Denk aan de forensische zorg, kinder- en jeugdzorg, verslavingszorg. De eerste indrukken zijn dat dit wel kan, maar wellicht zijn er aanpassingen nodig.

Hoewel de vraag voor de doorontwikkeling de gespecialiseerde ggz betrof, werd het de Werkgroep Inhoud duidelijk dat het Engelse model net zo goed ook plaats biedt aan de generalistische basis-ggz. Dit is dan ook duidelijk in het advies opgenomen.

En een risico blijft altijd dat het model wordt ‘dichtgetimmerd’ met protocollen, of dat de clustering en evaluatie niet door behandelaar en cliënt zelf mogen worden gedaan. Of dat straks alleen op outcome wordt bekostigd, waarbij die simpel wordt gedefinieerd als een betere score op een ROM-vragenlijst. Dit soort risico’s zullen we zeker in het oog houden. Volgens de LVVP heeft juist deze ontwikkeling veel kansen in zich om tot een systeem te komen dat voor de aanbieders, de cliënten en de zorgverzekeraars herkenbaar en werkbaar zal zijn.

Als het model gaat worden ingevoerd dan zal het zeker een minpunt zijn dat het feitelijk een nieuw systeem betreft. Hoewel er nu al naar gekeken wordt hoe deze overgang zo soepel mogelijk kan verlopen, is en blijft het opnieuw een forse overgang. Maar in onze ogen kan deze wel de moeite waard zijn.’
Hoe nu verder, wat is de stand van zaken? En per wanneer zou het ingevoerd moeten worden?

‘Op dit moment is de fase gestart waarin aan de hand van bestaande gegevens van bijvoorbeeld DIS, het model verder wordt getoetst aan de Nederlandse situatie. Er zal een prototype worden gebouwd. Dit is van belang, omdat we niet van de tekentafel in één keer naar de uitrol over kunnen gaan. Dat is destijds bij de nieuwe echelonnering wel gebeurd en dat levert tot op de dag van vandaag de nodige uitvoeringsproblemen op. Vervolgens worden pilots voorbereid en deze moeten, bij instemming van het Bestuurlijk Overleg, vanaf volgend voorjaar van start gaan. Tegelijkertijd buigen de zorgverzekeraars zich over de vraag hoe een en ander ICT-matig te gaan bouwen en bereiden ze zich voor op aanpassingen van declaratiestandaarden. 2016 en 2017 zijn de jaren, met verschillende go-or-no-go-momenten waarin wordt geëxperimenteerd, onderzocht en gebouwd. Als alle lichten op groen blijven staan, kan het systeem in 2019 worden ingevoerd. Het extra jaar, 2018, is nodig om een en ander vast te leggen in nieuwe beleids- en declaratieregels en in te bouwen in de software van de zorgverzekeraars en de zorgaanbieders. Om te voorkomen dat hierin vertraging wordt opgelopen begint de voorbereiding daarvan dus al in een vroeg stadium.’

Ledenvragen

  • Wat vindt u van het initiatief van de NVP om een ‘nieuw Kwaliteitsregister Psychotherapie’ te openen? Men kan hierin worden opgenomen á raison van € 125,-…. (niet NVP-leden betalen € 250,-). De legitimatie van dit besluit is dat men als BIG-geregistreerd psychotherapeut dan weliswaar bevoegd zou zijn, maar nog niet bekwaam. Daar was ik niet zomaar opgekomen, op dit onderscheid. Graag hoor ik van u hoe zich dit naar uw mening verhoudt tot het visitatietraject van uw vereniging (ik ben succesvol gevisiteerd lid). Met vriendelijke groet, Ruud Joppen

Antwoord:
Wij hebben in de afgelopen weken overleg gehad met de NVP, ondermeer over het punt van het nieuwe register. De NVP ziet het als een opmaat naar de psychotherapeut als specialist, een artikel-14-beroep. Door zelf al een register op te stellen waarvan de beroepsgroep aangeeft dat dit eisen zijn waaraan een bevoegd én bekwaam psychotherapeut moet voldoen. Het register kent, zoals voor een artikel-14-beroep noodzakelijk, niet alleen registratie-eisen maar ook herregistratie-eisen. De LVVP respecteert het motief van de NVP. We kunnen echter niet goed inschatten of hiermee het gewenste doel wordt bereikt. Het kan ook uitgelegd worden als een signaal dat de bestaande psychotherapeuten onvoldoende bekwaam zouden zijn en dan heeft het juist een boemerangeffect. Wat ons betreft is het niet de goede weg om voor een beroepsgroep waarvoor al een BIG-register bestaat zelf een apart register in het leven te roepen om zo tot een hoger BIG-register te komen. Daarin verschillen de LVVP en de NVP dus van mening. De LVVP staat wel vierkant achter het idee dat de psychotherapeut een artikel-14-beroep moet worden, waarbij er overigens oog voor moet zijn dat psychotherapeuten verschillende vooropleidingen kennen.

 

  • De steeds verder uitdijende marktmacht van zorgverzekeraars brengt me bij het volgende, mede naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant d.d. 6 oktober jl. met als titel Huisarts vecht zich uit wurggreep verzekeraar. Is de tijd nu eindelijk rijp voor het daadwerkelijk keren van het tij? Wat biedt dit voor mogelijkheden voor vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten? Wordt het niet tijd dat onze beroepsgroep(en) ook daadwerkelijk de krachten gaan bundelen en ons op onze beurt gaan bevrijden van het juk van zorgverzekeraars? Mijn vraag is of u als vertegenwoordiger van een grote beroepsgroep een dergelijk initiatief ondersteunt en zo ja, hoe we dat als zorgaanbieders in de ggz concreet handen en voeten zouden kunnen geven? Met vriendelijke groet, Ruud Joppen

Antwoord:
In het gezamenlijke overleg van eerstelijnspartijen, VELO, waar de LVVP onderdeel van is, kent dit onderwerp een hoge prioriteit. Er wordt dus al gekeken naar manieren om zelfstandig gevestigde zorgaanbieders meer mogelijkheden te geven om hun krachten te bundelen in samenwerking en onderhandeling. De huisartsen hebben in dezen nu de kastanjes uit het vuur gehaald. Voor een beroepsvereniging als de LHV of de LVVP ligt de nadruk op de onderhandelings- en gesprekstafels met overheid en zorgverzekeraars. Actiegroepen kunnen hier een belangrijke of zelfs doorslaggevende impuls aan geven. Het blijft wel vaak balanceren in hoeverre een vereniging als de LVVP zich aan een actiegroep kan verbinden. Een zekere mate van onafhankelijk opereren van elkaar kan het effect ook versterken.

 

  • Graag wil ik naar aanleiding van een van jullie laatste nieuwsflitsen reageren. Ik heb moeite met de notitie van de LVVP dat wij ‘kunnen kiezen voor een lager tarief in plaats van conformeren aan gedwongen keurslijf van de zorgverzekeraars’. Zo heb ik en ook mijn collega, ervoor gekozen om om principiële redenen geen lid te worden van het keurmerk Basis GGZ van de Stichting Kwaliteit in Basis GGZ. Wij achten dit een gedrocht in het leven geroepen door nota bene de zorgverzekeraars zelf en inhoudelijk volstrekt overbodig gezien onze basis kwaliteitseisen en lidmaatschappen. Deze keuze, naast andere, betekent dat wij voor 2016 er structureel op achteruitgaan in tarieven, zeker bij onze 2 primaire zorgverzekeraars, de CZ en de VGZ.Het voelt niet prettig dat ‘onze’ LVVP de keuze voor lager tarief zo ogenschijnlijk makkelijk bij ons legt. Wij willen de LVVP danken voor jullie inzet. Wij volgen jullie berichten en stellen vast dat jullie zeker vele hete kolen uit de vuren met de zorgverzekeraars halen. Wij willen jullie echter vragen om in deze strijd niet te snel verlies te nemen en ons te wijzen op onze keuzes voor lager tarief als we ons niet willen/kunnen conformeren aan het keurslijf van de zorgverzekeraars. Wij willen jullie vragen om het keurslijf van de zorgverzekeraars zelf (macht) onverminderd te blijven bevechten. Het kan niet zo zijn dat hun eisen meer rigide worden en onze tarieven lager. Met vriendelijke groet, Anja de Bok

Antwoord:

Het is zeker niet de bedoeling om als LVVP achterover te leunen en de leden te adviseren dan maar een lager tarief te accepteren. Dat zou wel heel gemakkelijk zijn. Voor de LVVP staat voorop dat kwaliteit en inhoud aan de beroepsgroep zijn en dat zorgverzekeraars zich moeten bekommeren om verzekeren. Aan die lijn houden we vast. Dat betekent dat we zorgverzekeraars kritisch aanspreken op elk moment dat zij zelf inhoud en kwaliteit gaan invullen. Regelmatig behalen we daar resultaten mee, soms slechts gedeeltelijk en soms (nog) niet. Daar waar dit nog niet lukt, maken we onze leden inderdaad duidelijk dat de keuze voor een lager tarief of ook de keuze voor geen contract een overweging kan zijn. Een overweging ten opzichte van het ondertekenen van een contract met voorwaarden die niet herkend worden door u als zorgaanbieder. Die keuze is altijd aan u als contractant; de LVVP kan en mag daar geen advies in geven. Wij blijven intussen het gesprek aangaan met de zorgverzekeraars en zullen als het nodig is de confrontatie opzoeken. Dat we daarbij zaken eventueel bij de rechter aanhangig maken, hebben we ook al laten zien.

 

Het eerstvolgende interview verschijnt medio december. Wilt u Hans Kamsma ook een ledenvraag stellen? Mail uw vraag dan naar beleidsmedewerker Annemarie van der Meer via a.vandermeer@lvvp.info.

Ook interessant

LVVP-expertteam e-mental health gaat platforms testen

Vijf LVVP-leden kunnen zich expert noemen op het terrein van e-mental health (emh). Zij hebben deelgenomen aan de eerdere pilot ...

Lees meer