Over de LVVP

Eén plek voor alle vrijgevestigden in de ggz

Eén plek voor alle vrijgevestigden in de ggz

04-02-2014 Print

Dubbelinterview met de voorzitter en de vicevoorzitter van de LVVP

De fusie is nu een feit; vanaf 21 oktober heet de nieuwe vereniging de LVVP. Hoe ziet de nieuwe verenigingsstructuur eruit? Wie participeert in het bestuur en wíe doet wát als het om jullie posities gaat?

 ‘Met de fusie van de verenigingen gaan de besturen en de bureaus ook in elkaar op. De bureaus van de NVVP en de LVE worden samengevoegd, met Judith Veenendaal als directeur. Het is logisch om gebruik te maken van de kennis en ervaring van de medewerkers van NVVP en LVE, ieder op hun eigen terrein. Van de besturen gaan drie bestuursleden van de LVE en vier van de NVVP samen een nieuw bestuur vormen. Het bestuur bestaat dan uit de volgende personen: Hans Kamsma als vicevoorzitter, Ria Mous, Christiaan Scheele, Merel de Vries, Alexandra Sillen, Peter Dekker en ik als voorzitter. Het leek ons een goede zaak om in de overgangsfase naar een nieuwe vereniging de continuïteit te waarborgen. Hoe we de taken binnen het bestuur gaan verdelen, gaan we nog nader bespreken.’
Hans: ‘Ik denk dat het een goede zaak is om in het begin de bestaande aandachtsgebieden te behouden. Voor mij zou dat de generalistische basis-ggz en de eerstelijnspsychologie zijn.’

Arnoud: ‘Bureau en bestuur lijken vooralsnog redelijk organisch samen te gaan. Op het bureau aan de Maliebaan in Utrecht heeft voor het eerst een man zijn intrede gedaan: Dick Nieuwpoort, de voormalige directeur van de LVE; hij wordt plaatsvervangend directeur van de LVVP. We zullen investeren om bureau en bestuur tot een dynamisch geheel te smeden.’
Hans: ‘We willen de vereniging modern en flexibel maken, met de gelegenheid om te groeien en te ontwikkelen. Kwaliteit staat voorop. Daarom zullen de kwaliteitscriteria van beide oude verenigingen ook in elkaar worden geschoven. Er komt geen adviesraad en geen van boven opgelegde regionale structuur. Liever willen we gebruik maken van kleinere en flexibele ‘denktanks’ en bestaande en nog te ontwikkelen regionale structuren ondersteunen. Dat kunnen overigens ook virtuele structuren zijn.’
Arnoud: ‘Dat laatste vind ik erg belangrijk: de LVVP zal moeten inspelen op de verdergaande decentralisatie van de geestelijke gezondheidszorg. De jeugd-ggz is daarin mogelijk het voorland voor de volwassenen-ggz; het zou zomaar kunnen dat die in de decentralisatie volgt. Daarnaast is de zorgverzekeraar steeds meer regievoerder aan het worden en ook verzekeraars werken deels regionaal. Het verder vormgeven van een netwerkstructuur binnen de LVVP, waarin we lokale ontwikkelingen kunnen ondersteunen, dient prioriteit te krijgen wat mij betreft. Ook kan dat bijdragen aan de multidisciplinaire inbedding van vrijgevestigden. Ik hoop en verwacht dat, net als bijvoorbeeld in Amsterdam, de lokale NVVP- en LVE-afdelingen en zorggroepen elkaar weten te vinden.’

 

Wat zijn voor jullie de kernambities van de LVVP?

Arnoud: ‘Het uitbouwen van een kwalitatief hoogstaand netwerk van zelfstandig gevestigde psychologen en psychotherapeuten is voor mij een kernambitie. Ik vind dat we een balans moeten vinden tussen enerzijds het kunnen leveren van verzekerde zorg en anderzijds zowel in de eerste als in de tweede lijn het leveren van verantwoorde psychologische hulp en psychotherapie. Dat is niet altijd een ‘medische verstrekking’; dat wil zeggen, deels zal dat buiten de verzekerde zorg vallen. Wij hebben een standpunt te verdedigen als het gaat om de wijze van afrekenen, om het feit dat diagnoses belangrijker lijken te zijn geworden dan de behandeling zelf. Er ligt nu te veel en een te grote nadruk vanuit de financier op zorgvraagzwaarte, modulaire zorg en verantwoording op grond van niet representatieve maten. Marktwerking in de zin van ‘schadeverzekering’ kan maar zeer ten dele worden toegepast op de hulp die wij aanbieden en toch is daar in ons stelsel voor gekozen. We zullen dus actief moeten blijven lobbyen voor een beter stelsel. Daarbij is een actieve lobby in de politiek van groot belang. Ook zullen we met eigen bewijzen komen waarom werkt wat eerstelijnspsychologen doen, wat psychotherapeuten doen.’

Hans: ‘Ik hecht grote waarde aan het versterken van de positie van de vrijgevestigden in de gehele ggz. Ik ben overtuigd van de meerwaarde van de kleinschaligheid. Dit leidt tot betrokken, op de cliënt gerichte zorg. En, ondanks alle toegenomen administratieve ellende, merk ik dat veel leden nog zeer aan hun eigen praktijk gehecht zijn. Het zijn vaak banen voor het leven. Er staan ons een hoop uitdagingen te wachten, om maar eens te beginnen met de vraag waar de grens van het vrijgevestigd-zijn nu eigenlijk ligt. Ook is het inmiddels wel duidelijk dat vrijgevestigd-zijn wel betekent dat er moet worden samengewerkt met collega’s en andere disciplines. In de eerste lijn is daarbij de huisarts een sleutelfiguur. De psychotherapeut en psycholoog met een eigen praktijk staan in de praktijkvoering erg onder druk. Van een onderhandelingspositie ten opzichte van de als steeds machtiger ervaren zorgverzekeraars is nauwelijks sprake. In ieder geval in de eerste lijn is de concurrentiedruk van instellingen groot, zeker nu die moeten bezuinigen en nieuw werkterrein zullen gaan zoeken. En door de wel heel erg open invulling van de POH-GGZ wordt ook daar regelmatig geconcurreerd in plaats van samengewerkt. Bij de psychotherapeuten staat steeds weer hun hoofdbehandelaarschap onder druk. Ook de gedwongen substitutie van gespecialiseerde zorg tot op praktijkniveau doet de praktijkvoering geen goed. Een sterke positie van de vrijgevestigden betekent dan ook niet alleen goede contracten met de zorgverzekeraars en een realistische regeldruk, maar ook een goede en naadloos op elkaar aansluitende organisatie van de gehele ggz.’

 

Wat is de meerwaarde van de fusie voor de NVVP? En voor de LVE?

Arnoud: ‘Voor de NVVP is de meerwaarde dat we nu de expertise in huis hebben gekregen om de gz-psychologen, werkzaam in de gb-ggz als zelfstandige beter te kunnen bedienen. De belangen van zelfstandigen zijn gelijk in de gb-ggz en de g-ggz; we hebben nu meer slagkracht. Beide oude verenigingen deden ook veel werk dubbel; dat schuift nu in elkaar en kan daarmee krachtiger gebeuren en toch minder inspanning kosten, dan ieder afzonderlijk bij elkaar opgeteld. Dat is efficiencywinst. De laatste jaren is de druk op besturen en bureaus enorm toegenomen, het is ongelooflijk in hoeveel gremia we meedoen.’
Hans: ‘De nieuwe vereniging biedt een unicum: een plek voor alle vrijgevestigden in de gehele ggz. Daarmee kunnen we als één aanspreekpunt optreden naar politiek en zorgverzekeraars. Kunnen we één kwaliteitsbeleid uitdragen, ook al zal dat varianten kennen, afgestemd op eerste- en tweedelijns zorg. En zijn we om te beginnen al een vereniging van ruim 2350 leden. Het volume doet er ook toe. De meerwaarde van de fusie is ook dat het gelukt is om een proces met succes te voltooien dat gedragen wordt door vrijwel alle leden. Natuurlijk zijn er in beide verenigingen discussies geweest over de fusie, gelukkig wel! Toch is het een goede zaak dat in beide verenigingen met zeer grote meerderheid vóór is gestemd. Een vereniging is er voor de leden en bestaat uit de leden. Als bestuurder is het prettig om een nieuw traject in te gaan dat zo sterk wordt ondersteund.’

Arnoud: ‘De buitenwereld waardeert het dat wij nu met één stem spreken. We zijn beide afscheidingen van het NIP geweest, de ‘roots’ zijn dus niet erg verschillend.’

Hans: ‘Voor beide verenigingen is het inderdaad winst dat de buitenwereld de fusie toejuicht. Overal waar we het te kennen gaven, werd het bericht met enthousiasme ontvangen. Dat geeft meteen een goede positie aan de diverse tafels.’

 

Wat was de aanleiding tot de fusie?

Arnoud: ‘De fusie is organisch tot stand gekomen: 3PO (3-partijen-overleg) was het begin: naar aanleiding van het Bestuurlijk Akkoord stelden NIP, LVE en NVVP een manifest op van een A4’tje waarmee we weer aan tafel kwamen. Dat was eind 2011, begin 2012. Vanaf dat moment liepen onze belangen synchroon, Dick, Hans, Judith en ik konden het goed vinden met elkaar. Er is rap vertrouwen gegroeid. We hebben elkaar nooit gepiepeld, wat best bijzonder is in de wereld van belangenbehartiging. Het is nu eind 2014; ik denk dat de identiteit van de eerstelijnspsycholoog en die van de zelfstandig gevestigde psychotherapeut heel goed aansluiten, veel gemeenschappelijk hebben. De NVVP had zich in 2009 al open gesteld voor het lidmaatschap van ‘eerstelijners’, gz-psychologen, ook in die zin is de fusie met de LVE een logische stap.’

Hans: ‘De LVE was een relatief kleine vereniging van nog geen duizend leden. Maar we deden wel alles wat de vereniging moest doen. We stonden eigenlijk voor de keuze om ofwel af te gaan slanken in onze taken en daarmee in te leveren op onze ambitie, ofwel te gaan fuseren. Voor een fusie was de NVVP de logische partner. Beide begaven we ons op het terrein van de vrijgevestigden. En in het hele proces rondom het Bestuurlijk Akkoord bleek hoeveel we daarin gemeenschappelijk hadden. Ook de ‘chemie’ tussen de directeuren en de voorzitters speelde daarbij een rol. Natuurlijk speelde bij een fusie de zorg, de eigen identiteit te moeten opgeven. Ik denk dat dat wel meevalt, maar daar zullen we wel op moeten letten. Maar alles afwegende was de keuze tussen moeten krimpen in taken of juist doorgroeien en ontwikkelen in een grote vereniging met een sterk bureau wel duidelijk.

 

De voorzitter en vicevoorzitter van de LVVP worden per heden om beurten geïnterviewd. Het eerstvolgende interview ontvangt u medio november.

 

Wilt u de voorzitter of vicevoorzitter een ledenvraag stellen? Mail uw vraag dan naar a.vandermeer@nvvp.nl

Ook interessant

In ”™t kort

Beknopte info over de hoogte van het eigen risico van jongeren die in de loop van het kalenderjaar 18 jaar worden ...

Lees meer

Oproep Stichting Postacademische (G)GZ-opleidingen Amsterdam

Vacature hoofdopleider psychotherapie m/v 0,2 fte

Lees meer