Over de LVVP

Geen vervolg-dbc’s in 2017, wel  nieuw zorgtraject en initiële dbc met zorgtype 150

Geen vervolg-dbc’s in 2017, wel nieuw zorgtraject en initiële dbc met zorgtype 150

04-02-2017 Print

Zoals we eerder berichtten, wordt de DSM-5 vanaf 1 januari 2017 gebruikt voor de afbakening van de verzekerde ggz-aanspraken en de klinische praktijk. Op advies van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vindt de classificatie plaats conform de DSM-5, maar wordt geregistreerd conform de DSM-IV. Daarvoor worden de DSM-5-classificaties via een conversietabel ‘vertaald’ in DSM-IV-classificaties. Let op: u kunt in 2017 geen reguliere vervolg-dbc openen, wel een nieuw zorgtraject en initiële dbc met zorgtype 150.

De aanpassingen per 2017 in het kort:

  • lopende dbc’s en prestaties in de generalistische basis-ggz geclassificeerd volgens DSM-IV-TR maakt u gewoon af, u sluit zowel de prestatie of dbc als ook het zorgtraject af;
  • vervolg-dbc’s classificeert u volgens DSM-5; u opent hiervoor een nieuw zorgtraject en initiële dbc in 2017 met zorgtype 150;
  • voor een nieuwe patiënt of andere hoofddiagnose opent u een initiële dbc of prestatie zoals gebruikelijk; u classificeert deze volgens DSM-5;
  •  registratie en declaratie verlopen via DSM -IV-TR.

 

Geen wijzigingen in het verzekerde ggz-basispakket
De DSM-5 brengt geen wijzigingen aan in het verzekerde ggz-basispakket. Ook de classificaties ‘Andere gespecificeerde stoornissen’, in de DSM-IV benoemd als ‘stoornissen NAO’, worden namelijk tot de geneeskundige ggz gerekend.

 

Wijzigingen in de registratie voor de gespecialiseerde ggz

  • Registratie DSM-5:
    De regiebehandelaar voert de diagnoseclassificatie uit conform de DSM-5. Voor de registratie en bekostiging moet de DSM-5-diagnose worden vertaald naar een DSM-IV-TR diagnose met alle vijf de assen. In de diagnosetabel voert u de van toepassing zijnde DSM-5 diagnose(n) in. Indien de softwareleverancier de koppeling tussen IV en 5 heeft gemaakt, ziet u ook meteen welke DSM-IV-diagnose daarbij hoort. Tevens moeten de overige 3 assen (somatische aandoeningen, psychosociale factoren en de GAF-score), zoals gebruikelijk geregistreerd worden.
  • Patiënt is in behandeling:
    Bij een lopende behandeling die in 2016 is gestart en in 2017 wordt vervolgd, worden de initiële of vervolg-dbc (365 dagen na de opening) en het zorgtraject afgesloten. Vervolgens wordt een nieuw zorgtraject en een initiële dbc met zorgtype 150 geopend. Er mag dus geen vervolg-dbc worden geopend in 2017 voor patiënten die al behandeling zijn. De regiebehandelaar registreert de geclassificeerde DSM-5 diagnose zoals hierboven is beschreven. Een nieuwe verwijsbrief is niet nodig.  Als u een dbc uit 2016 binnen 35 dagen na afsluiting heropent in 2017, dan blijft u deze registreren in de DSM-IV-TR.
  • Nieuwe patiënt of nieuwe diagnose:
    Open een zorgtraject en initiële dbc met zorgtype 101 (reguliere zorg), behalve als het om een second opinion of een 18-jarige gaat. De regiebehandelaar registreert de geclassificeerde DSM-5-diagnose zoals hierboven beschreven.
  • Overgangsregeling 18-/18+:
    Als een jongere in 2017 18 jaar wordt en dus overgaat naar de Zorgverzekeringswet (Zvw), dan wordt er ook altijd een initiële dbc geopend. Voor de 18 jarige moet altijd het zorgtype 147 (overgang vanuit de Jeugdwet) worden gekozen. De regiebehandelaar registreert de geclassificeerde DSM-5-diagnose op de 5 assen zoals hierboven beschreven.

 

Wijzigingen in de registratie voor de generalistische basis-ggz
De regiebehandelaar voert de diagnoseclassificatie uit conform de DSM-5. Voor de registratie en bekostiging moet de DSM-5-diagnose worden vertaald naar een DSM-IV-TR-diagnose. In de diagnosetabel voert u de van toepassing zijnde DSM-5-diagnose(s) in. Indien de softwareleverancier de koppeling tussen IV en 5 heeft gemaakt, ziet u ook meteen welke DSM-IV-diagnose daarbij hoort. Tevens kunt u de overige 3 assen (somatische aandoeningen, psychosociale factoren en de GAF-score) registreren:

  • voor DIS wordt alleen één van de 14 hoofdgroepen van de DSM-IV meegenomen;
  • voor ROM zijn de (primaire hoofd)diagnose en eventuele nevendiagnose in DSM-IV op as 1 en as 2 en de GAF-score (as 5) noodzakelijk.

Ook interessant

Staatssecretaris Blokhuis wil aanpak regeldruk intensiveren

In de brief die staatssecretaris Paul Blokhuis recentelijk naar de Kamer stuurde, schrijft hij: “Samen met alle betrokken partijen wil ...

Lees meer

De LVVP zoekt leden voor projectgroepen indicatorontwikkeling

Zoals u weet, worden door het Netwerk kwaliteitsontwikkeling GGZ van 2015 tot 2017 18 kwaliteitsstandaarden ontwikkeld. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren. ...

Lees meer