Over de LVVP

Kritische kanttekeningen bij voornemen om calamiteitenrapportages IGJ openbaar te maken

Kritische kanttekeningen bij voornemen om calamiteitenrapportages IGJ openbaar te maken

14-03-2019 Print

Minister Hugo de Jonge heeft in een ontwerpbesluit aangekondigd dat de calamiteitenrapportages die de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd opstelt, voortaan openbaar gemaakt zullen worden. De eerstelijnsorganisaties, waaronder de LVVP, hebben op dit ontwerpbesluit gereageerd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst.

 

Het voornemen is om calamiteitenrapportages die zijn opgesteld door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) openbaar te maken. Het gaat dus niet om calamiteitenrapportages die zorgaanbieders zelf opstellen en ook niet correspondentie daarover met de IGJ.

De vragen die de eerstelijnsorganisaties hierbij stellen zijn:

  • Waarom geldt dit voor alle calamiteitenrapportages? De eerstelijnsorganisaties pleiten ervoor om een parallel te trekken met wijziging van de Wet BIG: tuchtmaatregelen worden alleen gepubliceerd als dit in het belang is van de individuele gezondheidszorg, dan wel het ‘publiek’ er echt lering uit kan trekken. Hiervoor is een individuele belangenafweging per calamiteitenrapportage nodig.
  • De eerstelijnsorganisaties pleiten ervoor een uitzondering op te nemen voor het openbaar maken van rapporten waarbij achteraf blijkt dat het geen calamiteit, maar een incident betreft. Voor leken is het verschil tussen incidenten en calamiteiten niet duidelijk. Bovendien geldt voor incidenten dat die alleen intern geregistreerd en geanalyseerd moeten worden. Ze hoeven niet gemeld te worden bij de IGJ en zeker niet openbaar gemaakt te worden.
  • Calamiteitenrapportages worden alleen bekend gemaakt van zorgaanbieders met meer dan 10 zorgverleners. De eerstelijnsorganisaties pleit ervoor om deze grens te verhogen naar 25 zorgverleners, parallel aan het wetsvoorstel medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018).
  • Ook parallel aan de Wmcz willen de eerstelijnsorganisaties dat de definitie van het begrip ‘zorgverlener’ verduidelijkt wordt. Pas als dat helder is, kan antwoord gegeven worden op de vraag hoeveel zorgverleners er werkzaam zijn bij de zorgaanbieder.
  • In het ontwerpbesluit wordt gesproken over een ‘zakelijke weergave’ van de calamiteit. De eerstelijnsorganisaties vinden het van essentieel belang dat deze zakelijke weergave van goede kwaliteit is en de juiste informatie bevat.

 

Welke eerstelijnsorganisaties doen mee?
De zienswijze van de eerstelijnspartijen is ingediend namens de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Tandheelkunde (KNMT), Koninklijke Nederlandse Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), InEen (namens de georganiseerde eerste lijn, waaronder gezondheidscentra, huisartsenposten en zorggroepen), Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) en Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten (LVVP).

 

Ook interessant

Voorlopig geen handhaving op niet vermelden BIG-nummer

Zoals we eerder berichtten, wijzigt de Wet BIG op een aantal onderdelen per 1 april 2019. Een van die aspecten is de ...

Lees meer

Regionale taskforces wachttijden krijgen vorm, nog veel winst te halen

Om de wachttijden in de ggz terug te dringen, werd in oktober 2017 gestart met regionale taskforces. KPMG Health, die de ...

Lees meer