Over de LVVP

LVVP: administratieve lasten onverminderd hoog

LVVP: administratieve lasten onverminderd hoog

14-02-2019 Print

We zijn nog steeds in overleg met diverse partijen over het terugbrengen de administratieve lasten. Dit is voor alle betrokken partijen taaie kost. We hebben Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS de onderstaande lijst onder de aandacht gebracht. De LVVP heeft voor Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS puntsgewijs op een rij gezet waar de administratieve lasten uit bestaan. Deze lijst is -helaas- niet uitputtend. Daarbij benadrukt de LVVP dat de financiële consequenties fors zijn en dat dit voor vrijgevestigden leidt tot grote bedrijfsonzekerheid.

 

  • Gronden voor terugvordering: sommige verzekeraars hebben inmiddels vier gronden op basis waarvan ze na het sluiten van het boekjaar terugvorderen (kosten per unieke patiënt, normatief uurtarief, omzetplafond, productmix, etc.) Elk jaar zijn er weer nieuwe gronden en rekenwijzen en bovendien verschillen deze tussen de verzekeraars. Zorgverzekeraars mogen dit doen binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw), maar vrijgevestigden dreigen hieraan ten onder te gaan. Niet alleen is alles lastig te monitoren, maar erop sturen is bijkans onmogelijk met de kleine patiëntenaantallen.
  • Omzetplafonds: verzekeraars hanteren vaak omzetplafonds, waarbij ze deze verschillend inrichten. Soms zijn het gescheiden omzetplafonds, soms zijn het gecombineerde plafonds. Soms kannibaliseert het ene budget op het andere. Dit moet allemaal geadministreerd worden.
  • Normatief uurtarief: zorgverzekeraar Menzis hanteert een normatief uurtarief, waarbij zorgaanbieders voortdurend moet blijven rekenen of ze voor de totale dbc’s onder het normatieve uurtarief blijven. Hetzelfde geldt voor de producten in de generalistische basis-ggz (gb-ggz). Complicerende factor is dat zorgaanbieders niet weten wat het patiëntenaanbod zal zijn voor de rest van het jaar. Ook hier is -bij vrijgevestigden- geen sprake van regressie naar het gemiddelde, zoals dat wel bij grote aantallen gebeurt.
  • Productmix gb-ggz: bij de productmix in gb-ggz schrijft CZ voor hoeveel procent van elk product een zorgaanbieder maximaal mag bieden. Echter, onze leden weten van tevoren niet welke patiënten zich aandienen en welke zorgzwaarte zij hebben.
  • Seriële producten gb-ggz: ook de seriële producten in de gb-ggz leiden tot veel geadministreer. De beleidsregels van de NZa leggen hieromtrent geen beperkingen op. De verschillende verzekeraars vullen dit vervolgens elk op hun eigen wijze in, zoals verschillende termijnen waarbinnen een nieuw product geopend mag worden. Maar er zijn ook verschillen ten aanzien van het aantal producten dat in een jaar geopend mag worden.
  • Bijcontractering: bij VGZ zit hier weer een periode aan vast waarbinnen dit überhaupt gevraagd mag worden. Ironisch genoeg ligt die periode niet in de periode van het jaar waarin dit het meest prangend wordt -vanwege het vollopen van de omzetplafonds. Bovendien vragen de verschillende verzekeraars hierbij verschillende soorten informatie op. Vervolgens moeten onze leden vaak rappelleren om antwoord te krijgen. De patiënt staat intussen in de wachtrij.
  • Wachttijdinformatie: Vektis vraagt meer uit dan de beleidsregels van de NZa vereisen. Zo moeten onze leden wachttijden geven per diagnosegroep. En dan te bedenken dat vrijgevestigden helemaal geen onderscheid maken naar diagnose als het gaat om wachttijden.
  • Uniforme declaratieparagraaf: we zijn er lang mee bezig geweest en toen kregen we deze zomer een uniforme declaratieparagraaf, maar…. deze bleek te kunnen variëren per verzekeraar. En dan niet alleen tekstueel, maar ook inhoudelijk. Een zogenaamde uniforme declaratieparagraaf die bij nadere bestudering niet uniform bleek, dat kan natuurlijk niet.
  • Nog geen uniforme contracten: ZN werkt nu al een paar jaar aan een uniform contract over non-concurrentiële zaken. Wij zien nog steeds geen resultaat.
  • Uniforme uitvraag: met elkaar was het plan opgevat om een eenmalige uniforme uitvraag te doen bij aanbieders, zodat aanbieders niet steeds dezelfde documenten hoeven te uploaden. ZN heeft deze lijst echter laten verworden tot een lijst met een vragen die gaat over het opsporen van fraude en dergelijke. Daar hebben onze leden dus niets aan.
  • Wijzigingen in contracten: er is onvoldoende duidelijkheid over de wijzigingen in de contracten zijn ten opzichte van het vorige jaar. Er staan wel algemene teksten in het inkoopbeleid, maar de finesses staan toch in de contracten.
  • Dubbele uitvragen: bij de invoering van het kwaliteitsstatuut is destijds afgesproken dat verzekeraars niet meer allerlei dubbelingen uitvragen. Helaas is dit verre van gelukt. De grote verzekeraars hanteren in de gb-ggz het keurmerk KiBG. Allerlei zaken die hier worden uitgevraagd, worden ook al bij het ks geupload. Bovendien moet voor KiBG betaald worden.
  • Opleiden: ten aanzien van opleiden geven verzekeraars geen ruimte binnen het omzetplafond. Hierdoor wordt het opleiden in de vrijgevestigde praktijk ontmoedigd.

 

Verzekeraars mógen het bovenstaande allemaal doen. Maar ten tijde van het opstellen van het hoofdlijnenakkoord voor de ggz is ook gezegd: ook al mag een verzekeraar dit doen, dan moet men zichzelf wel de vraag stellen of het verstandig is om van deze ruimte gebruik te maken. Voor vrijgevestigden in de ggz blijven de administratieve lasten op deze manier onverminderd hoog en de financiële consequenties zijn groot. Tot vier jaar na dato volgen soms nog grote vorderingen van verzekeraars. Dit leidt tot bedrijfsonzekerheid voor vrijgevestigden.

Ook interessant

Standaard kortingspercentage voor ongecontracteerde zorg mag niet meer

Diverse media berichtten onlangs over de uitspraak in de zaak die stichting handhaving vrije artsenkeuze heeft aangespannen tegen de vier ...

Lees meer

Nieuwe LVVP-handreiking bij verzoek van patiënt om vernietiging dossier

Hoe gaat u om met een dossiervernietigingsverzoek van een patiënt en wat zijn in zo’n geval uw rechten ...

Lees meer