Over de LVVP

LVVP-analyse zorginkoopbeleid VGZ

LVVP-analyse zorginkoopbeleid VGZ

04-02-2016 Print

Analyse en commentaar

Met betrekking tot Kwaliteitsnorm (A)
VGZ hanteert een lange lijst aan contractvoorwaarden of contractuitsluitingscriteria. De LVVP vertrouwde erop dat naar aanleiding van onze roer-om-actie, onze leveringsvoorwaarden, het inkoopbeleid van VGZ tot een aanzienlijke afname zou leiden van de administratieve lasten. Ook hadden wij de verwachting dat het kwaliteitsstatuut een afname van administratieve lasten zou betekenen, hetgeen namelijk de afspraak was. Het tegendeel is waar. VGZ legt een forse, volstrekt onnodige, extra administratieve last op aan vrijgevestigden door aanvullende criteria te stellen bovenop het kwaliteitsstatuut. Zo sluiten zij bijvoorbeeld géén contract met aanbieders die niet aantoonbaar werken volgens het kwaliteitsstatuut. De LVVP vindt dit een onbehoorlijk criterium. Immers, het kwaliteitsstatuut – dat bovendien al getoetst zal worden door een onafhankelijke partij- fungeert op zichzelf al als bewijslast. Bij het hebben van een rijbewijs hoeft men ook niet in elke stad opnieuw examen af te leggen. Uitsluitend als het fout gaat, moet men het rijbewijs tonen. Het kwaliteitsstatuut fungeert in die zin niet anders dan het rijbewijs: high trust, high penalty.
 

Met betrekking tot Keurmerk (B)
Zorgwekkend vindt de LVVP dat ook VGZ het Keurmerk Basis GGZ stimuleert door deelname aan dit Keurmerk te honoreren en het tevens als criterium te hanteren voor het mogen behandelen van patiënten met een VGZ selectpolis. De LVVP is geen voorstander van een dergelijk keurmerk, omdat het niets toevoegt aan het kwaliteitsbeleid van de LVVP en de landelijke initiatieven zoals zorgstandaarden, richtlijnen en het kwaliteitsstatuut. Weer een nieuw keurmerk beschouwen wij als windowdressing en het leidt tot nog meer administratieve lasten. VGZ kiest voor een commercieel privaat initiatief dat in wezen een voortzetting is van Mirro, waarin ggz-instellingen en hun vooruitgeschoven posten (denk bijvoorbeeld aan Parnassia, PsyQ en Indigo) hun stempel op de ggz willen drukken. De LVVP garandeert als vereniging kwaliteit door visitatie op basis van een veelheid aan kwaliteitscriteria, sturen op functioneren i.s.m. de IGZ, een ROM-portal, een jarenlange traditie in transparantie met behulp van het LVE-codeboek, BIG- en andere (her)registraties, interne scholing/intervisie, e-health, centrale klachtenafhandeling en dergelijke. Ook staat het Keurmerk naar de mening van de LVVP voor geprotocolleerde zorg en beperkte screeningsinstrumenten. Maatwerk is daarmee uitgesloten. Bovendien wordt het kwaliteitsstatuut leidend per 1 januari 2017. De kwaliteitsafspraken die hierin geregeld zijn, horen voor alle partijen bindend te zijn.
De LVVP is niet voornemens het eigen kwaliteitsbeleid aan het keurmerk aan te bieden. Wij hebben deze immers zelf ontwikkeld. Bovendien zouden wij het niet integer vinden dat het keurmerk ons kwaliteitsbeleid als ‘onafhankelijk’ op de markt zou brengen en er ook een fee voor zou vragen. Daarenboven leidt het keurmerk tot extra administratieve handelingen. De eisen van de LVVP en het kwaliteitsstatuut zijn zodanig hoog dat deze het keurmerk overstijgen.

De LVVP heeft besloten om de ACM te vragen de uitgangspunten en het beleid van het Keurmerk Basis GGZ tegen het licht te houden van de mededinging, eerlijke concurrentie en bescherming van de  consumentenbelangen.

Met betrekking tot regionale samenwerking (C)
VGZ honoreert regionale samenwerking met een extra toeslag van 5% op het basistarief. Een van de belangrijkste doelen van het kwaliteitsstatuut is dat de zorgaanbieder is ingebed in een professioneel netwerk, bijvoorbeeld met een netwerk van huisarts(en), collega’s en andere betrokken zorgaanbieders. Het kwaliteitsstatuut bevat dan ook verschillende eisen over dit professionele netwerk. De LVVP beschouwt het beleid van VGZ om ‘aantoonbaar te maken dat er sprake is van samenwerking binnen een netwerkstructuur ’ als extra bewijslast. Ook dient die samenwerking uit minimaal zes afspraken te bestaan, zo luidt de tekst van VGZ. Echter, het kwaliteitsstatuut is gebaseerd op een structuur waarbij de zorgaanbieder al aantoont dat hij voldoet aan de gestelde criteria. Elke zorgaanbieder die beschikt over een kwaliteitsstatuut zou dan ook in aanmerking moeten komen voor dit tarief. Voor VGZ is dit echter niet genoeg; de zorgaanbieder dient te kunnen aantonen dat hij samenwerkt. De extra bewijslast hiervoor ligt bij de aanbieder. Wij vinden dit een volstrekt onnodige extra lastenverzwaring. Wij vragen ons dan ook af: Wanneer is het goed genoeg voor VGZ?

Integrale ketenzorg (D)

Zorgwekkend vindt de LVVP het feit dat VGZ initiatieven stimuleert die naar de mening van de LVVP een ongelijke toegang tot de markt veroorzaken, zeker als die organisaties gefinancierd worden op basis van huisartsenbekostiging en innovatieregels. Deze vorm van facilitering heeft de verwerving en de consolidatie van een positie op de markt maximaal bevorderd. Patiënten die door behandelaren werden behandeld in deze vorm van ketenzorg betaalden in veel gevallen tot voor kort (1 januari 2016) onder meer geen eigen risico. De LVVP heeft begrepen dat dit nog steeds wel geldt of kan gelden voor patiënten waarvan de behandeling in 2015 is gestart.

De LVVP is hier fel tegenstander van en heeft hiervan dan ook melding gemaakt bij de NZa. Immers, een van de voorwaarden om gebruik te mogen maken van de innovatieregel is dat er geen alternatief voorhanden is voor de hulp die geboden moet worden. Deze is er naar de mening van de LVVP e.a. wel degelijk: er zijn immers tal van andere aanbieders van huisartsen en psychologen.

De NZa ziet echter geen bezwaren tegen dergelijke initiatieven (NB: een van de experimenten is op 31 december 2015 wel beëindigd). De LVVP vindt dat de NZa haar toezichthoudende rol op dit onderwerp niet goed oppakt. De LVVP heeft van deze initiatieven een melding gedaan bij de ACM.

Daarnaast hanteert VGZ tal van criteria die indruisen tegen de uitgangspunten waar vrijgevestigden voor staan en die wij ook in onze leveringsvoorwaarden hebben beschreven. Zo werkt VGZ opnieuw met krappe omzetplafonds, dient men VGZ te waarschuwen als het omzetplafond voor 70% is bereikt en kan VGZ het omzetplafond halverwege het jaar eenzijdig naar beneden bijstellen. LVVP acht de strakke omzetplafonds van VGZ niet goed werkbaar. Steeds vaker moeten patiënten worden afgewezen op basis van hun verzekeringspolis en niet op basis van (de urgentie van) de problematiek. Dit druist in tegen de beroepsethiek van de hulpverlener. Daarnaast dienen zorgaanbieders in het geval van een nieuwe patiënt, een vervolgproduct of behandeling zeer goed te calculeren. Deze werkwijze leidt tot een administratieve lastendruk en is niet patiëntvriendelijk. De LVVP beschouwt het eenzijdig wijzigen van omzetplafonds als een te groot bedrijfsrisico voor vrijgevestigden. Een dergelijk risico is onaanvaardbaar, ook voor de patiënt omdat het de continuïteit van de praktijk beïnvloedt.

Het beleid van VGZ ten aanzien van de selectpolissen is niet gebaseerd op gelijke toegang. VGZ hanteert voor vrijgevestigden extra criteria om patiënten met een dergelijke polis te mogen behandelen. Dit beleid beperkt de keuzevrijheid van patiënten en dat acht de LVVP ongewenst. 

Ook interessant

Contractering 2017 op basis van leveringsvoorwaarden LVVP

Geïnspireerd op de huisartsenactie ‘Het roer moet om!’ riepen we onze leden afgelopen najaar op om ...

Lees meer

Zorgverzekeraars informeren consumenten onvoldoende

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft onderzoek laten doen naar de informatie die zorgverzekeraars telefonischaan consumenten geven. De meeste zorgverzekeraars voldoen ...

Lees meer