Over de LVVP

LVVP en ZN dienen gezamenlijk zienswijze in bij NZa over opeenvolgende producten in de gb-ggz

LVVP en ZN dienen gezamenlijk zienswijze in bij NZa over opeenvolgende producten in de gb-ggz

03-10-2019 Print

Medio 2018 trok de LVVP aan de bel en vroeg aandacht voor de wirwar aan regels rond opeenvolgende producten in de generalistische basis-ggz (gb-ggz), de zogenoemde seriële prestaties. Vervolgens zijn we hierover met diverse partijen in gesprek gegaan, onder andere met Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Uitkomst is dat de LVVP en ZN gezamenlijk een zienswijze hebben opgesteld -een veldnorm- over de omgang met opeenvolgende producten in de gb-ggz. De LVVP en ZN i.c. zorgverzekeraars hebben deze zienswijze gezamenlijk ingediend bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met het dringend verzoek deze in de beleidsregels op te nemen en deze zo spoedig mogelijk te laten ingaan, in ieder geval per 1 januari 2020.

Problemen met opeenvolgende producten in de gb-ggz
Zorgverzekeraars leggen de regelgeving omtrent de gb-ggz zo uit dat een patiënt klachtenvrij moet zijn na behandeling met een prestatie in de gb-ggz. De problemen ontstaan bij de door zorgverzekeraars toegepaste restrictie dat er in beginsel slechts één prestatie per patiënt vergoed wordt. Die beperking staat niet in de beleidsregel gb-ggz van de NZa. Verschillende zorgverzekeraars stellen ieder weer verschillende eisen; soms worden meerdere prestaties per jaar per patiënt toegestaan, mits er sprake is van een andere hulpvraag. Bij lang niet alle zorgverzekeraars is dit in de contracten opgenomen. Meestal blijkt de beperking van het aantal opeenvolgende prestaties pas uit de controles door de zorgverzekeraars (2019). Met als mogelijk gevolg hoge en onverwachte terugvorderingen of declaraties die niet uitbetaald worden.

Nieuwe prestatie bij nieuwe zorgvraag op verwijzing huisarts
Deze situatie is onaanvaardbaar en onwerkbaar. Samen met de zorgverzekeraars wil de LVVP dit graag oplossen. Daarom is een gezamenlijk zienswijze opgesteld die rust moet brengen. Deze houdt in dat (conform bestaande regelgeving) er uitsluitend (binnen 365 dagen) een volgende, seriële prestatie in rekening gebracht mag worden als sprake is van een nieuwe zorgvraag. Een nieuwe zorgvraag wordt bij een patiënt waarvoor minder dan 365 dagen geleden al een gb-ggz prestatie is geopend, als volgt gedefinieerd:

Er is sprake van een nieuwe zorgvraag als de behandeling van de patiënt is beëindigd en de patiënt onverwacht (voor zowel voor patiënt als behandelaar) terugkomt met de reeds bekende problematiek (terugval) of andere problematiek.

Ook voor deze nieuwe zorgvraag moeten de elementen van het patiëntprofiel, zijnde een weergave van de zorgvraagzwaarte van de patiënt, worden beschreven en vastgelegd, te weten de DSM- stoornis, ernst problematiek, risico, complexiteit en beloop klachten.

Of er sprake is van een nieuwe zorgvraag wordt door de huisarts vastgesteld in samenspraak met de patiënt. De huisarts maakt zelfstandig de afweging of betrokkene hiervoor moet worden doorverwezen.

Wat als de zienswijze niet wordt opgenomen in de beleidsregel?
De gezamenlijk ingediende zienswijze is in feite een overeengekomen veldnorm. Volgens de NZa hoeft het ‘niet per definitie te betekenen dat een veldnorm ook in de regelgeving terecht komt, maar dat de norm op zichzelf al voldoende is.’ Als dit laatste het geval is, dan hebben ZN en LVVP zich voorgenomen aan deze veldnorm de afspraak te verbinden dat alle zorgverzekeraars hiernaar gaan handelen.

Ook interessant

Eindhoven, 26 november 2019: regiobijeenkomst Organisatie en inhoud van uw praktijk anno 2019

Mag ik een tweede product openen in de generalistische basis-ggz? Moet ik nu wel of niet ROM’en? Hoe werkt ...

Lees meer

LVVP maakt bezwaar tegen nieuwe tarieven ggz

Op basis van het kostprijsonderzoek ggz/fz dat eind 2019 plaatsvond, heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de nieuwe tarieven voor de ...

Lees meer