Over de LVVP

Macrobeheersheffing: vrije artsenkeuze toch weer in het geding

Macrobeheersheffing: vrije artsenkeuze toch weer in het geding

04-02-2015 Print

Onlangs hebben wij schriftelijk gereageerd op het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), die op u als vrijgevestig ggz-professional van toepassing is. We hebben daarbij een drietal thema's nader van commentaar voorzien. Met name het voorstel tot terugvordering van overschrijding van het macrobudget bij niet-gecontracteerde ggz-professionals baart ons zorgen. Want daarmee staat de vrije artsenkeuze toch weer op het spel. U kunt onze brief hier lezen.

Macrobeheersheffing bedreigt vrije artsenkeuze

‘Het doel van macrobeheersheffing is om direct dan wel indirect de kosten van zorg te beheersen. Met dit wetsvoorstel wordt het mbi een afzonderlijk artikel in de wet. Tot op heden bestond het mbi namelijk uit een samenstel van instrumenten uit de Wmg. Met een ministeriële regeling kan dan per sector een nadere invulling aan het instrument worden gegeven. Bij ministeriële regeling wordt weergegeven op welke wijze er gedeeltelijke vrijwaringen op de heffing kunnen worden verdiend en welke omstandigheden daarbij een rol kunnen spelen. In het nieuwe artikel over de macrobeheersheffing is uitdrukkelijk bepaald dat een tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars afgesloten overeenkomst over de te leveren zorg en de wijze waarop en de vorm waarin deze in rekening zal worden gebracht, een omstandigheid kan zijn die tot een gedeeltelijke vrijwaring kan leiden.’
In reactie hierop hebben wij te kennen gegeven dat de minister in het conceptwetsvoorstel aan de ene kant aangeeft dat zij een omslag heeft gemaakt van een centraal aanbodgestuurd zorgstelsel richting een vraaggestuurd stelsel. Echter, een macrobeheersinstrument dat overschrijdingen in de zorg voornamelijk terugvordert bij ongecontracteerde zorgaanbieders kan niet als een vraaggestuurd stelsel worden getypeerd. Immers, na het sneuvelen van wijziging van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet heeft de Eerste Kamer duidelijk het signaal afgegeven dat keuzevrijheid voor de patiënt in de zorg cruciaal is. Dit betekent dat er ruimte voor patiënten moet blijven om zorg af te nemen bij gekwalificeerde, maar ongecontracteerde zorgaanbieders. Door het mbi nu op deze manier in te vullen, dwingt de minister zorgaanbieders alsnog om contracten met zorgverzekeraars te sluiten, ook als deze laatste wurgcontracten aanbieden. Immers, bedrijfseconomisch is het een te hoog risico om in het jaar t+2 een naheffing van de overheid te krijgen over de overschrijding van het budgettair kader. Alleen een contract met de verzekeraar kan een dergelijk risico uitsluiten. Echter de praktijk heeft de afgelopen jaren laten zien dat er helemaal geen sprake is van overeenstemming tussen de verzekeraar en de aanbieder, waar de wetgever wel over spreekt in de concept wettekst. Veeleer is er sprake van tekenen bij het kruisje.
Ten aanzien van de in het voorstel genoemde hardheidsclausule, hebben wij in onze brief gevraagd of hierin bepalingen worden opgenomen die de aanbieder bescherming bieden in zijn bestaansrecht. Het is namelijk van het grootste belang te realiseren dat het hier wel zorg aan patiënten betreft volgens wetenschappelijke standaarden en richtlijnen. Het betreft zorg die in het basispakket van de verzekerde zorg valt. Het is onbehoorlijk om deze zorgvraag af te straffen met onaanvaardbaar hoge heffingen.
Wordt vervolgd!

Ook interessant

Aanpassing artikel 13 opnieuw ter discussie

Nu de senaat in december tegen aanpassing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet heeft gestemd, komt het kabinet met een nieuw ...

Lees meer

LPGGz organiseert symposium Zelfmanagement en passende zorg

Bent u opzoek naar inspiratie en wilt u meedenken over passende zorg en zelfmanagement in de ggz? Kom dan op 27 ...

Lees meer