Over de LVVP

Minister Schippers reageert positief op visitatiebeleid LVVP

Minister Schippers reageert positief op visitatiebeleid LVVP

04-02-2015 Print

In dit december-interview vertelt Hans Kamsma, waarnemend voorzitter van de LVVP, over de ‘werkagenda ggz’ en over het kwaliteitsstatuut waaraan ook de LVVP bijdragen heeft geleverd: "De LVVP heeft recentelijk in het gesprek met de minister en alle betrokken partijen naar voren gebracht dat structurele intervisie en intercollegiale toetsing, ingebed in een kwaliteitsreglement, en mede getoetst in visitatie en herregistratie hier voor onze leden een goed voorbeeld van is. De minister reageerde hier positief op. Ze wees erop dat dit eigenlijk voor een belangrijk deel al de invulling van het kwaliteitsstatuut kan zijn. En dat het onderling en transparant beschrijven en bewaken van het proces waarschijnlijk beter werkt dan het afvinken van lijstjes met eisen."

Op 26 november jl. is de ‘werkagenda ggz’ aangeboden aan minister Schippers. De LVVP was een van de participerende partijen. Wil je een toelichting geven op de aanleiding en doel van deze werkagenda?

‘De veldpartijen in de ggz hebben zelf het initiatief genomen om een toekomstvisie te schrijven. Het belang van de ggz wordt uitgelegd, vooral gezien de persoonlijke last die psychische klachten veroorzaken, maar ook door de economische gevolgen hiervan. De visie draagt uit dat we de nadruk op de bezuinigingen voorbij zijn en de patiënt nu echt centraal moeten stellen. Niet meer als idealistische uitspraak, maar in concrete bewoordingen. Hiervoor is een aantal thema’s benoemd. Zo is er de overtuiging dat goede ggz alleen in gezamenlijkheid kan worden aangeboden, met de regie aan de patiënt waar dit mogelijk is. We erkennen dat behandelingen efficiënter en doelmatiger kunnen, dat over- en onderbehandeling voorkomen moeten worden. De verdere ontwikkeling van richtlijnen en een goede gezamenlijke afstemming moeten hierin verbetering kunnen brengen. Die afstemming is niet alleen een zaak voor professionals binnen de ggz onderling. Voor veel patiënten geldt namelijk dat er ook somatische aandoeningen en problemen in het sociale domein zijn. Aansluiting bij de somatische zorg en de zorg op het sociale en financiële gebied is nodig.
Een aantal thema’s dat ook in de bestuurlijke akkoorden al is benoemd, wordt voortgezet. Het doorzetten van de ambulantisering en de substitutie van tweede naar eerste en van eerste naar nulde lijn horen hier bij. Net zoals de destigmatisering, belangrijk niet alleen voor hoe er tegen mensen met een psychische stoornis wordt aangekeken, maar ook voor de toegankelijkheid van de zorg. Ook sturen op uitkomsten en de inzet van ROM is in de visie opgenomen.
Er is de boodschap, dat zeker in de ggz voorkomen beter is dan genezen. Door meer nadruk op preventie te leggen kan in veel gevallen de ontwikkeling van ernstiger problematiek voorkomen worden.
De visie van de werkagenda besteedt apart aandacht aan de forensische zorg. De dualiteit van het zorgdomein en het justitiële domein geeft deze problematiek een extra invalshoek. De ggz heeft hier ook op het gebied van veiligheid een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Om verdere ontwikkeling van het vak mogelijk te maken, is wetenschappelijk onderzoek van fundamenteel belang. Reden om dit apart te benoemen in de visie.
Tot slot wordt er gewezen op de doorontwikkeling van de productstructuur, waarin op dit moment de eerste schreden zijn gezet om de mogelijkheid van een nieuwe productstructuur gebaseerd op het Engelse model te onderzoeken [zie hiervoor het november-interview met Hans Kamsma]. In het kader van een duurzame en herkenbare bekostiging is dit mogelijk een veelbelovende ontwikkeling.
Om de visie concreet te maken, is er een werkagenda bij geschreven. Hierin staat een aantal stappen, met tijdpad, geprioriteerd. De LVVP is bij alle stappen betrokken. Bij het verbeteren van de samenwerking tussen huisartsenzorg, poh-ggz en generalistische basis-ggz alsmede met de WMO, beschermd wonen, begeleiding, maatschappelijke opvang en jeugdhulp vormen de LVVP en InEen samen de rol van trekker.
De hele ontwikkeling heeft met de ontwikkeling in de productstructuur gemeen dat het wordt gedragen door de beroepsgroepen zelf. Aan de gesprekstafels geeft dit een betere, vaak zelfs enthousiaste sfeer, die in het geval van de toekomstagenda door de minister en het ministerie duidelijk wordt opgepakt.

 

Wat is de input van de LVVP geweest op de werkagenda? En hoe reageerde de minister hier op?
‘Iedere keer komt weer de vraag op hoe de kwaliteit die we beschrijven ook  bewaakt wordt en transparant wordt gemaakt. Net als bij het beschrijven van de kwaliteit zelf is dit een punt dat de beroepsgroepen het liefst zelf oppakken. Een voor aanbieders herkenbaar ‘zelfreinigend vermogen’ spreekt meer aan en sluit meer aan dan door zorgverzekeraars of overheid opgelegde criteria. Anderzijds is er wel het risico van ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’. De LVVP heeft recentelijk in het gesprek met de minister en alle betrokken partijen naar voren gebracht dat structurele intervisie en intercollegiale toetsing, ingebed in een kwaliteitsreglement, en mede getoetst in visitatie en herregistratie hier voor onze leden een goed voorbeeld van is. De minister reageerde hier positief op. Ze wees erop dat dit eigenlijk voor een belangrijk deel al de invulling van het kwaliteitsstatuut kan zijn. En dat het onderling en transparant beschrijven en bewaken van het proces waarschijnlijk beter werkt dan het afvinken van lijstjes met eisen.’

 

Hoe past het kwaliteitsstatuut in de werkagenda?

‘Twee belangrijke onderdelen van het kwaliteitsstatuut bestaan uit het beschrijven van de samenwerking en van het werkproces. Op het moment dat ik dit schrijf, is een en ander nog volop in ontwikkeling. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars staan enigszins tegenover elkaar. De aanbieders sturen meer aan op een goede inhoudelijke beschrijving van de genoemde onderdelen, terwijl de zorgverzekeraars meer op zoek zijn naar genormeerde en controleerbare eisen. Het lijkt er op dat het karakter van het statuut gaandeweg dwingender wordt. Volgens mij een gemiste kans, omdat er zo opnieuw iets dreigt te ontstaan dat meer als opgelegd dan als gedragen zal worden ervaren. Toch zet de werkagenda naar mijn mening wel degelijk stappen richting het statuut. Samenwerking wordt immers uitgebreid beschreven en is in de agenda opgenomen. En met betrekking tot het werkproces worden de richtlijnen en zorgstandaarden; het sturen op outcome; en de doorontwikkeling van de productstructuur genoemd.
Wat wij het liefste zien, is dat de ontwikkelingen zoveel mogelijk in elkaar grijpen én dat ze door de beroepsgroepen zelf gedragen en ontwikkeld worden. Dat geeft de beste kans van slagen met de minste administratieve lasten.’

 

Hoe nu verder?
‘Voor volgend jaar staat een aantal grote ontwikkelingen op het programma. Denk aan het begin van de doorontwikkeling van de productstructuur met als vroegste implementatiedatum 2019. Of uiteraard het kwaliteitsstatuut met als implementatiedatum 2017. En het feit dat in de loop van het volgend jaar steeds meer zorgstandaarden het licht zullen gaan zien. En tot slot de werkagenda, met verschillende onderdelen, waaronder de doorontwikkeling en eigenlijk ook het kwaliteitsstatuut. De werkagenda is het meest overkoepelend, en daarmee wellicht ook de meest geschikte overlegtafel om in het oog te houden dat de verschillende ontwikkelingen zo goed mogelijk worden gestroomlijnd.’

 

Ledenvragen

 

  • Beste voorzitter, mijn eerstelijnsregistratie verloopt eind dit jaar en ik overweeg de registratie op te geven. Ik krijg de indruk dat de registratie eerstelijnspsycholoog niet meer zo onderscheidend is. Met zorgverzekeraars heb ik voor 2016 contracten afgesloten. Er is één verzekeraar die de registratie beloont met een hoger tarief. Andere verzekeraars vragen weer andere kwaliteitseisen (de LVVP-visitatie bijvoorbeeld). Toen de NVVP ging fuseren met de LVE zijn er volgens mij ook berichten geweest dat er een oplossing zou komen voor de eerstelijnsregistratie en de visitatie vanuit de vereniging. Hoe staat het daarmee? Het lijkt er nu namelijk erg op dat dit nog twee verschillende dingen zijn. Los van de tijd die het kost om de registratie te behouden, ben ik benieuwd hoe de LVVP denkt over de (meer)waarde van de eerstelijnsregistratie. Enerzijds zou ik het jammer vinden als de eerstelijnspsycholoog 'uitsterft', anderzijds is het misschien ook de realiteit van alle veranderingen in de ggz. Met vriendelijke groet, Jaro van der Ende

 

Beste collega,
De eerstelijnsregistratie bestaat al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Gedurende de langste periode van de geschiedenis van de registratie ging het vooral om een beroepsinhoudelijke onderscheiding. Eerst waren er psychologen die in de eerste lijn werkten, vervolgens psychologen die een eerstelijnskwalificatie hadden, toen psychologen die gz-psycholoog en eerstelijnsgekwalificeerd waren met een herregistratie. Eerstelijnspsychologen wilden eerstelijnspsycholoog zijn om zo kenbaar te maken dat hun expertise in het generalistische werken in de eerste lijn lag. Onderzoek met het LVE-codeboek, het ontwikkelen van een herregistratie, eigen richtlijnen en, op dit moment in ontwikkeling, een eigen zorgstandaard hoorden en horen daarbij. In de afgelopen jaren kwam hier een financieel voordeel bij: de registratie leidde gemakkelijker tot contracten of tot een hoger tarief. Ook werd de eerstelijns psychologische zorg opgenomen in de Zorgverzekeringswet. Die in de eerste jaren vrijwel helemaal samenviel met de eerstelijnspsychologische hulp die al jarenlang werd aangeboden. Kortom: als eerste waren er de beroepsbeoefenaren met hun eerstelijns psychologische hulp, daaruit ontwikkelde zich de ‘eerstelijnspsychologie en de (vergoede) eerstelijns psychologische zorg. De eerste is het beroep, de tweede het vak (de praktijk), de derde de wetenschap (de theorie) en de laatste is de functionele aanspraak (de verzekerde zorg). 

In de jaren die volgden, kalfde de verzekerde zorg af; meer op stoornissen gericht en niet meer alle stoornissen. En de eerstelijnspsychologische zorg (epz) werd vervangen door de generalistische basis- ggz. Ik wil benadrukken dat dit over de verzekerde zorg gaat, en dat is dus niet hetzelfde als de zorg die eerstelijnspsychologen bieden en boden. Toch kwam ineens met het komen en gaan van de eerstelijns psychologische zorg in de Zorgverzekeringswet de registratie zelf ter discussie te staan. Niet door de LVVP of voorheen de LVE maar door veel eerstelijnspsychologen zelf. Werd vroeger de registratie geassocieerd met de manier van werken, nu wordt er (lijkt het) meer gekeken naar de vergoeding die daar tegenover staat.
In mijn eigen praktijk merk ik dat de gb-ggz een stuk is van wat ik doe. En dat doe ik nog steeds op een ‘eerstelijnspsychologische’ manier: een generalistische en vaak praktische benadering in nauwe samenwerking met de huisarts en, tegenwoordig, de poh-ggz. Naast de verzekerde zorg is er een belangrijk deel onverzekerde zorg, zoals relatieproblemen of overbelastingsproblematiek. Allemaal passend binnen de eerstelijns zorg. Een lichter deel van de klachten wordt daarbij ondervangen door de poh-ggz. Voor mij dus alle reden om eerstelijnspsycholoog te blijven, omdat dat is wat ik wil uitdragen, bijhouden en zijn. De visitatie staat hier los van. De eerstelijnsregistratie gaat over een beroepsinhoudelijke registratie; de visitatie gaat vooral over de praktijkvoering. Eerder vergelijkbaar met het kwaliteitshandboek dat de LVE-leden kenden. Wel proberen we een en ander zo goed mogelijk op elkaar aan te laten sluiten, zodat visitatie bijvoorbeeld tot herregistratiepunten leidt.

Al met al denk ik dat het nu aan de eerstelijnspsychologen zelf is om zich te laten herregistreren en daarmee een beroepsgroep in ere te houden, zich te blijven profileren als groep, of om dit te laten vervallen. En wie weet welke voordelen de registratie in de toekomst weer kan gaan bieden? Dat is immers eerder gebeurd. Maar als de registratie nu tot verval komt, zal het heel lastig worden deze ooit weer terug te krijgen.
 

  • Geachte voorzitter, enerzijds pleiten jullie, namens ons, voor vermindering van de administratieve rompslomp en bewijsdwang, anderzijds introduceren jullie het kwaliteitsstatuut. Het opstellen van zo'n kwaliteitsstatuut wordt een "hell of a job",  zeker als wij "per dsm-diagnose" stappen moeten beschrijven die wij in een hele keten hebben afgesproken te doorlopen. Ik zie niet hoe ik dit op papier moet gaan krijgen als solistisch werkende vrijgevestigde eerstelijnspsycholoog. Wij hebben in onze regio Flevoland een bescheiden zorggroep opgericht. Maar ook al zijn wij met meerderen, waar vinden wij de tijd en expertise om dit op papier te krijgen? Ik weet niet of wat jullie voorstellen niet erger is dan de kwaal die jullie hopen te bestrijden. Want de zorgverzekeraars kennende, zullen zij deze nieuwe eis naast alle vorige leggen. Is de LVVP-visitatie niet meer genoeg om onze kwaliteit en doelmatigheid aan te tonen en te garanderen? Hoe staat dan het visiteren dan in verhouding tot het kwaliteitsstatuut? Onze zorggroep bestaat uit gz-psychologen die al jaren werkzaam zijn. Ik ben bang dat er een sterfhuisconstructie bedacht is. Door alle franje en de tijd en de moeite die het kost om gewoon ons werk te doen, hebben nieuwe psychologen geen zin om zich nog vrij te vestigen. Dat betekent dat er straks alleen nog instellingen zijn. En naar mijn mening is de kwaliteit daar zeker niet gegarandeerd, ondanks dat zij prachtig kunnen voldoen aan alle turflijstjes, beleid op papier en kwaliteitsstatuten op papier. Als ik de reacties hoor van vele patiënten op het resultaat van de psychologische hulp aldaar, dan concludeer ik dat wij veel betere zorg leveren dan de instellingen. Ik heb veel waardering voor jullie harde werk en inzet voor ons, maar ik ben niet gelukkig met het gemak waarmee weer nieuwe projecten worden opgezet, die wij dan maar weer moeten doen. Met vriendelijke groet, Hanneke Hupkens

Geachte collega,
De verzuchting over de mogelijke gevolgen van het kwaliteitsstatuut laat denk ik goed zien waar de schoen wringt. Komt er opnieuw een eisenpakket op ons af? Wordt het alles bij elkaar niet gewoonweg zoveel dat er alleen al daardoor steeds minder vrijgevestigden overblijven? Of in ieder geval steeds minder tijd om nog patiënten te zien? Het feit dat u en ook anderen met deze zorgen reageren, zegt genoeg.

Het kwaliteitsstatuut leek een goede manier om van de discussie over het hoofdbehandelaarschap af te zijn en de regiebehandelaar te introduceren. Naast de BIG-registratie zou deze dan wel moeten aantonen hoe het werkproces is geregeld en dat er sprake is van samenwerking. Omdat deze zaken wel per aanbieder (praktijk, instelling) bij de IGZ opgegeven moeten worden, betekent het hoe dan ook weer een extra administratieve last. Daarin kan de vereniging overigens wel faciliteren en kunnen inderdaad ook zorggroepen een rol spelen. Zeker als het om het organiseren van samenwerking gaat.

De visitatie van de LVVP zou, zeker in het beoogde nieuwe reglement, eigenlijk al deze zaken al moeten dekken. En dan is er, behoudens het aanleveren van een beschrijving, geen extra last.

Maar het venijn zit hem denk ik in de uitwerking. Hoe meer eisen er gesteld worden, hoe lastiger of onmogelijk het voor vrijgevestigden wordt. En ook: hoe onherkenbaarder. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijke eis om crisisopvang geregeld te hebben. Of het feit dat er altijd een klinisch psycholoog of psychiater beschikbaar moet zijn. Het probleem zit hem dan in het woordje ‘altijd’.

Het kwaliteitsstatuut is niet een idee van de LVVP. Wel staan we positief tegenover de uitwerking zoals ik die op hoofdlijnen heb geschetst. Terwijl we juist heel kritisch zijn op een statuut dat dwingend en normerend wordt en daarmee inderdaad erg belastend voor in ieder geval de vrijgevestigde. En daarin zitten we actief aan tafel.
 

Wilt u de waarnemend voorzitter ook een ledenvraag stellen? Mail deze dan naar beleidsmedewerker Annemarie van der Meer (a.vandermeer@lvvp.info). Het eerstvolgende interview verschijnt medio januari.

Ook interessant

Aanpassing artikel 13 opnieuw ter discussie

Nu de senaat in december tegen aanpassing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet heeft gestemd, komt het kabinet met een nieuw ...

Lees meer

LPGGz organiseert symposium Zelfmanagement en passende zorg

Bent u opzoek naar inspiratie en wilt u meedenken over passende zorg en zelfmanagement in de ggz? Kom dan op 27 ...

Lees meer