Over de LVVP

Minister Schippers stuurt rapport DSM-5 naar de Tweede Kamer

Minister Schippers stuurt rapport DSM-5 naar de Tweede Kamer

04-02-2015 Print

Minister Schippers heeft onlangs het rapport ‘de nieuwe DSM-5 en de gevolgen voor de verzekering’ van Zorginstituut Nederland (ZiNL) naar de Tweede kamer gestuurd. De ggz-veldpartijen, waaronder de LVVP, maakten eerder hun bezwaren op de inhoud kenbaar bij ZiNL. Het zorginstituut heeft die echter naast zich neergelegd, waardoor de ggz-organisaties genoodzaakt waren om de minister en de Tweede Kamer hierover zelf schriftelijk te benaderen. In de brief dringen veldpartijen aan op een gesprek over het voorliggende adviesrapport en adviseren wij met klem de behandeling van ‘andere gespecificeerde stoornissen’ niet uit te sluiten van verzekerde zorg.

Bezwaren van ggz-veldpartijen

De ggz-veldpartijen, waaronder de LVVP, zijn onaangenaam verrast door het advies van Zorginstituut Nederland om behandeling van patiënten met de classificatie ‘andere gespecificeerde stoornis’, voorheen de nao-classificaties, uit de basisverzekering te schrappen. Wederom wordt een groep patiënten uitgesloten van zorg. Het gaat hierbij om meer dan 100.000 patiënten met een hoge lijdensdruk als gevolg van psychische stoornissen, die behandeling hard nodig hebben en deze vaak niet zelf kunnen betalen. Deze ongelijke behandeling van de ggz ten opzichte van somatische behandelingen werkt stigmatiserend voor psychische patiënten en mist iedere grond. ZiNL legt de bezwaren, die zowel de LVVP als patiëntenverenigingen, (wetenschappelijke) beroeps- en brancheverenigingen hebben geuit, naast zich neer. Partijen adviseren met klem de behandeling van ‘andere gespecificeerde stoornissen’ niet uit te sluiten van verzekerde zorg.
 

De 'andere gespecificeerde stoornis'

Het Zorginstituut sluit de andere gespecificeerde stoornis zonder inhoudelijke onderbouwing uit van vergoeding vanuit de gedachte, dat het hier niet zou gaan om ‘echte’ stoornissen. Een classificatie is echter niet identiek aan een diagnose. Classificeren is het toewijzen van een psychische stoornis of syndroom aan een beschreven categorie. De classificatie ‘andere gespecificeerde stoornis’ is van toepassing op patiënten met stoornissen met kenmerken van meerdere stoornissen, die daardoor moeilijk binnen één classificatie kunnen worden ingedeeld. Een patiënt kan bijvoorbeeld kenmerken van zowel een borderline persoonlijkheidsstoornis als van een antisociale persoonlijkheidsstoornis vertonen en dit kan leiden tot een stoornis die de ernst van de afzonderlijke stoornissen overstijgt. De classificatie ‘andere gespecificeerde stoornis’ is ook van toepassing als de problematiek van de patiënt wel voldoet aan de algemene criteria voor een groep stoornissen, maar de DSM-5 niet voorziet in een aparte classificatie op basis van de specifieke kenmerken van de patiënt. Het is onmogelijk om in een classificatiesysteem als de DSM-5 alle variaties van psychopathologie in de categoriale classificaties te vatten.

 

Tevens is een brief gestuurd naar ZiNL waarin we als ggz-veldpartijen bezwaar maken tegen de gevolgde onzorgvuldige procedure. Het zorginstituut heeft inmiddels laten weten het te betreuren dat de branchepartijen de procedure als onzorgvuldig ervaren en zich hierin niet herkent.  

ZiNL geeft voorts aan nog deze week schriftelijk nader in te gaan op de procedure en in vervolg daarop inhoudelijk op de 'andere gespecificeerde stoornis'. Het zorginstituut wil hierover op korte termijn met de ggz-partijen in overleg treden.

 

Het rapport ’de nieuwe DSM-5 en de gevolgen voor de verzekering’ 

ZiNL komt tot de conclusie dat de invoering van de DSM-5 in de behandelpraktijk geen grote gevolgen zal hebben in de zin van uitbreiding van het te verzekeren pakket. De eerdere afbakening vanuit het ggz-rapport deel 2 van het voormalige CVZ blijft van kracht. Daarnaast komt de afbakening voor ‘nieuwe’ classificaties uit de DSM-5 erbij. Het ZiNL-rapport heeft alleen betrekking op de zorg voor volwassenen. Enkele aandachtspunten zijn:

  • Psychische factoren die een somatische aandoening beïnvloeden, zijn volgend de DSM-5 geen psychische stoornissen. De aandacht hiervoor maakt onderdeel uit van de zorg zoals huisartsen en (somatisch) medisch specialisten die plegen te bieden.
  • De eetbuistoornissen matig, ernstig tot zeer ernstig worden vergoed in de geneeskundige ggz.
  • De nao-classificaties uit de DSM-IV wordt in de DSM-5 uitgesplitst in ‘andere ….. gespecificeerde stoornis’ en ‘ongespecificeerde stoornis’. Ongespecificeerde stoornissen worden tijdelijk vergoed en ‘andere … gespecificeerde stoornissen’ komen niet meer in aanmerking voor vergoeding in de geneeskundige zorg, met uitzondering van de classificatie ‘andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis’.

 

Voor een overzicht waarin wordt aangegeven of de nieuwe classificaties in aanmerking komen voor huisartsenzorg en/of medisch specialistische zorg en/of de geneeskundige ggz, verwijzen we u naar de samenvatting van het rapport.

 

ZiNL is van mening dat de DSM-5 het meest geschikte classificatiesysteem is voor de aanspraak voor de te verzekeren ggz, zolang er geen betere manier is om de aanspraken op consistente en toetsbare wijze uit te leggen. De implementatie van de DSM-5 in de uitvoeringspraktijk van de Zorgverzekeringswet (Zvw) zal niet vóór 2016 plaatsvinden.

Ook interessant

Aanpassing artikel 13 opnieuw ter discussie

Nu de senaat in december tegen aanpassing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet heeft gestemd, komt het kabinet met een nieuw ...

Lees meer

LPGGz organiseert symposium Zelfmanagement en passende zorg

Bent u opzoek naar inspiratie en wilt u meedenken over passende zorg en zelfmanagement in de ggz? Kom dan op 27 ...

Lees meer