Over de LVVP

Monitor NZa gaat wéér niet over het aantrekkelijker maken van contracten

Monitor NZa gaat wéér niet over het aantrekkelijker maken van contracten

15-04-2021 Print

Elk jaar voert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de zogenaamde monitor contractering uit, een onderzoek naar het al dan niet sluiten van contracten door aanbieders in de ggz. Na lezing concludeert de LVVP dat de NZa wezenlijk anders kijkt naar de vrijgevestigden en contractering. Het uitgangspunt van de NZa is: wat ontbreekt er nog in de contracten en hoe kunnen we nog méér in de contracten laten opnemen, terwijl het de LVVP erom te doen is om zoveel mogelijk ballast uit de contracten te halen, daarmee de administratieve lasten te verminderen met als doel contracteren aantrekkelijker te maken. Dat is immers de scope van het in 2019 gezamenlijk gesloten hoofdlijnenakkoord. Maar daar gaat het nooit over, ook nu weer niet in dit onderzoeksrapport.

Het ligt niet alleen aan omzetplafonds en tarieven
Op de vraag waarom vrijgevestigden geen contract sluiten, concludeert de NZa op basis van dit onderzoek dat dit aan de omzetplafonds en de geboden tarieven ligt. Hiermee wordt echter voorbijgegaan aan alle kostenbeheersingsmaatregelen van zorgverzekeraars, zoals de kpuc (kosten per unieke client), de productmix, het normatieve uurtarief, et cetera die tot hoge administratieve lasten leiden. De LVVP is hier boos over, omdat dit inzicht nog steeds ontbreekt bij de NZa.

Contracteren niet aantrekkelijk door generieke afslagen
Vervolgens geeft de NZa aan dat zij niets kan doen aan de omzetplafonds en aan de tarieven: ‘de onvrede over het zogenoemde ‘tekenen bij het kruisje’ lastig is te voorkomen’, aldus de NZa. Maar dat is onjuist. We zien dat zorgverzekeraars nog altijd generieke afslagen tot wel 25% toepassen. Hiermee is de uiteindelijke gecontracteerde vergoeding vrijwel hetzelfde als het restitutietarief, waarmee het sluiten van een contract dus niet aantrekkelijk wordt. Enige tijd geleden beloofde de NZa te gaan handhaven op deze generieke afslagen. De NZa-tarieven zijn immers reële tarieven gebaseerd op kostprijsonderzoeken. Dit voornemen is echter als een nachtkaars uitgegaan.

Verder dichtregelen van de zorg
De NZa pleit voorts voor het opnemen van bepalingen in de contracten over ‘passende zorg’. Daarmee insinueert de NZa dat professionals dwingende contractafspraken met zorgverzekeraars nodig zouden hebben om passende zorg te (willen) bieden. De NZa lijkt geen vertrouwen te hebben in de intrinsieke motivatie van een professional om zijn patiënt die zorg te bieden die deze ook daadwerkelijk nodig heeft. Een aantijging die bij zorgprofessionals tot allergische reacties leidt. Daarnaast leidt een dergelijke bureaucratische houding tot het verder dichtregelen van de zorg.

Lastig te generaliseren
Het aantal respondenten is 265. Dat is weliswaar hoger dan in het vorige onderzoek, maar nog steeds erg laag. Bovendien blijkt dat 20% van de vrijgevestigde respondenten geen BIG-registratie heeft en/of geen zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet biedt; deze groep kán dus niet contracteren. De NZa is er dus niet in geslaagd om de juiste doelgroep te bereiken met deze enquête.
Daarnaast worden opvallende uitkomsten niet altijd nader geanalyseerd of toegelicht. Het aantal instellingen dat geen contracten sluit, is bijvoorbeeld met 14% afgenomen (van 23% in 2020 naar 9% in 2021). Hiervoor wordt echter geen verklaring gegeven.
Het aandeel principiële weigeraars onder de respondenten is bovendien verhoudingsgewijs hoog, wat het lastig maakt om de resultaten te generaliseren naar de totale populatie BIG-geregistreerde ggz-aanbieders.

Niet het proces, maar de inhoud maken contracten (on)aantrekkelijk
De LVVP ziet dat veel vragen in de monitor gaan over het proces van contractering, zoals de bereikbaarheid van de zorgverzekeraars. “Zorgen voor een goed contracteerproces is volgens ons een van de weinige mogelijkheden om deze onvrede (over ‘tekenen bij het kruisje’) wat te verminderen. Daarbij hoort ook een goede helpdesk om de zorgaanbieders deskundig en binnen duidelijke termijnen antwoord te geven op hun vragen. Op dat gebied zijn ook zeker nog verbeteringen mogelijk.” Daarbij wordt voorbijgegaan aan de vraag naar de inhoud van de contracten en of deze al dan niet aantrekkelijk zijn. Inhoudelijk aantrekkelijke contracten zijn een noodzakelijke voorwaarde voor het stimuleren van contractering, veel méér dan verbeteringen aan de procesmatige kant.

Niet in de geest van het hoofdlijnenakkoord
De LVVP concludeert dat de NZa een geheel ander uitgangspunt hanteert dan de LVVP bij het stimuleren van contracteren. De NZa onderzoekt wat nog ontbreekt in de contracten en hoe er nog méér in de contracten opgenomen kan worden. Terwijl het de LVVP om drie zaken is te doen: in de eerste plaats moeten de contracten inhoudelijk aantrekkelijk worden. Ten tweede moet er zoveel mogelijk ballast uit de contracten gehaald worden om daarmee de administratieve lasten te verminderen. In de derde plaats moet het proces van contracteren eenduidiger en gemakkelijker worden. Al deze facetten zijn van belang bij het aantrekkelijker maken van contractering. En juist dit was de scope van het in 2019 gezamenlijk gesloten hoofdlijnenakkoord. Helaas blijft de NZa alleen maar kijken naar het proces van contractering en het verder dichtregelen van de zorg. Dit is ook precies de reden waarom de LVVP en de NZa langs elkaar heen blijven praten.

Ook interessant

Opnemen eisen aan behandelaren in ZN-circulaire leidt tot willekeur

In september 2020 bracht Zorgverzekeraars Nederland (ZN) de herziene versie circulaire toegestane therapieën ggz uit. Het goede nieuws was dat ...

Lees meer

Het juiste antwoord op de LVVP-poll over informatie aan de huisarts

In de vorige nieuwsbrief introduceerden we de LVVP-poll. Met de poll leggen we u slechts één meerkeuzevraag voor, bijvoorbeeld om ...

Lees meer