Over de LVVP

Praktijken met regiebehandelaren in loondienst vallen toch onder sectie II kwaliteitsstatuut

Praktijken met regiebehandelaren in loondienst vallen toch onder sectie II kwaliteitsstatuut

04-02-2016 Print

Zoals we eerder berichtten, hebben zich de afgelopen periode veel leden gemeld, die niet voldoen aan de criteria van sectie II (vrijgevestigden) van het kwaliteitsstatuut – waarbij vooral het loondienstverband het struikelblok is – terwijl zij evenmin voldoen aan de eisen van sectie III (instellingen). In de praktijk blijkt dat zowel het ontvlechten van de praktijk als de opschaling naar een instelling problemen met zich meebrengt. Om die reden heeft onlangs een constructief overleg plaatsgevonden tussen LVVP en NIP met Zorgverzekeraars Nederland en de zorgverzekeraars, waar een werkbare oplossing tot stand is gekomen in de aanpassing van de criteria voor sectie II.

Om een instelling te kunnen worden, dient men een WTZi-erkenning te krijgen voor medisch-specialistische zorg – dat is wat anders dan van rechtswege toegelaten zijn – en daarvoor dient er een psychiater aan de instelling verbonden te zijn. Los van het feit dat deze niet zomaar te vinden is, is het aantrekken van een psychiater niet direct van toegevoegde waarde voor een instelling die alleen generalistische basis-ggz levert. Ook voor de gespecialiseerde ggz is het aantrekken van een psychiater niet meteen logisch, omdat het kwaliteitsstatuut in sectie III de eis stelt van een psychiater en/of klinisch psycholoog. De WTZi sluit in die zin niet aan op het kwaliteitsstatuut. Kortom, veel aanbieders zijn in een gordiaanse knoop terechtgekomen.

 

In de criteria voor sectie II vormden twee onderdelen de frictie:

  • De vrijgevestigde praktijk bestaat uit zich niet-hiërarchisch tot elkaar verhoudende in de Wet BIG geregistreerde regiebehandelaren.
  • De vrijgevestigde praktijk bestaat uit eigenaar-praktijkhouders i.c. iedereen werkt voor eigen rekening/risico.

Beide criteria zijn in onderling overleg geschrapt en vervangen door:

  • De in de vrijgevestigde praktijk in de Wet BIG geregistreerde regiebehandelaren beschikken ieder over een op naam en persoonlijke agb-code geregistreerd kwaliteitsstatuut.

 

De criteria die aldus (tot 1-1-2019) gaan gelden voor sectie II zijn:

  • De cliënt/patiënt kiest zelf zijn regiebehandelaar, die dus ook behandelt.
  • De regiebehandelaar is persoonlijk zorginhoudelijk verantwoordelijk, levert de zorg zelfstandig, tenzij er sprake is van een opleidingssituatie (een opleiding wordt niet beschouwd als medebehandelaar) of waarneming.
  • De in de vrijgevestigde praktijk en in de Wet BIG geregistreerde regiebehandelaren beschikken ieder over een op naam en persoonlijke agb-code geregistreerd kwaliteitsstatuut.
  • De vrijgevestigde praktijk is zelfstandig en is niet verbonden aan een instelling; er is geen sprake van juridische en/of financiële afhankelijkheid van een andere rechtspersoon.
  • De bepaling van een vrijgevestigde aanbieder of instelling gebeurt aan de hand van de agb-­code van de praktijk.

 

De LVVP kan zich goed vinden in deze oplossing, omdat elke regiebehandelaar immers zijn eigen beroepsmatige verantwoordelijkheid heeft. Bovendien blijft hiermee het onderscheid tussen sectie II en sectie III helder.

Deze regeling is van tijdelijke aard tot 1-1-2019. Per die datum willen de overlegpartijen met elkaar een betere oplossing hebben gevonden.

Ook interessant

Contractering 2017 op basis van leveringsvoorwaarden LVVP

Geïnspireerd op de huisartsenactie ‘Het roer moet om!’ riepen we onze leden afgelopen najaar op om ...

Lees meer

Zorgverzekeraars informeren consumenten onvoldoende

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft onderzoek laten doen naar de informatie die zorgverzekeraars telefonischaan consumenten geven. De meeste zorgverzekeraars voldoen ...

Lees meer