Over de LVVP

Uitkomsten vervolg-monitor generalistische basis-ggz worden uitgediept

Uitkomsten vervolg-monitor generalistische basis-ggz worden uitgediept

04-02-2016 Print

Zoals we eerder berichtten heeft de minister begin dit jaar de monitor generalistische basis-ggz aangeboden aan de Tweede Kamer. De monitor geeft een beeld van de ontwikkelingen in de curatieve ggz na invoering van de generalistische basis-ggz in 2014. De rapportage toont resultaten uit drie deelnemende regio’s (Limburg, Utrecht en Friesland) in vergelijking met de jaren ervoor. Op basis van deze rapportage kunnen nog geen algemene conclusies worden getrokken en bovendien zijn niet alle declaratiegegevens beschikbaar. Desalniettemin komt er al wel een duidelijk beeld naar voren. Dat is de reden dat deze bevindingen nu verder met betrokken partijen, waaronder de LVVP, worden uitgediept worden om onderliggende oorzaken naar boven te halen.

De voorlopige resultaten
Een uitgangspunt bij de invoering van de generalistische basis-ggz – als uitbreiding van de toenmalige eerstelijnspsychologische zorg – was dat in de tweedelijns ggz 20 tot 30% van de patiënten lichte of matige problematiek zou hebben, die in de generalistische basis-ggz behandeld zou kunnen worden. Vooralsnog laat de monitor die mate van substitutie niet zien. De huidige, beperkte gegevens over 2014 laten daarentegen zien dat –gemeten in aantal patiënten- de poh-ggz hard groeit, de generalistische basis-ggz wat groeit en dat de gespecialiseerde ggz enigszins krimpt, maar wel stijgt in kosten. Zowel in aantal patiënten als in kosten is de generalistische basis-ggz het kleinste echelon.

 

De bespreekpunten
De volgende thema’s worden nu verder uitgediept en besproken:

  • Omvang van de generalistische basis-ggz

We zien dat de producten Kort en Middel maar beperkt worden gedeclareerd in de generalistische basis-ggz. Volgens de aanspraak hebben patiënten alleen toegang tot de generalistische basis-ggz als er sprake is van een (vermoeden van) een DSM-IV-stoornis, en niet als zij ‘alleen’ psychische klachten hebben. Blijft de generalistische basis-ggz achter in groei? Zo ja, waardoor komt dit? Is dit wenselijk/onwenselijk?

  • Inzet poh-ggz

Het aantal poh’s-ggz groeit hard. We zien dat de functionele omschrijving van de functie van poh-ggz wordt ingevuld en geclaimd door een specifieke, hybride ‘beroepsgroep’. De organisatie en de inhoud is divers van aard en vooralsnog welhaast onbegrensd. We zien tevens dat de poh-ggz in vele gevallen zowel psychische klachten als stoornissen behandelt.
Is er voldoende capaciteit bij de poh-ggz om de groei op te vangen? Hoeveel consulten declareert een poh-ggz gemiddeld? Is de afbakening tussen poh-ggz en generalistische basis-ggz helder en wordt deze gehandhaafd? Blijven patiënten te lang bij de poh-ggz hangen en, zo ja, waaruit blijkt dit en waardoor komt dit?

  • Financiële omvang van de gespecialiseerde ggz

Is de krimp van het aantal patiënten overal waar te nemen? Evenals de groei in kosten? Welke verklaringen kunnen daarvoor worden gegeven?

  • Consultatiefunctie

De module poh-ggz biedt huisartsen de mogelijkheid om consultatie aan te vragen bij een psycholoog, psychotherapeut of psychiater. Ook de bekostiging van de generalistische basis-ggz biedt de mogelijkheid tot consultatie van de gespecialiseerde ggz. De monitor meldt dat beide consultatiemogelijkheden niet optimaal worden gebruikt. Hoe komt dat?

  • Uitstroom uit de gespecialiseerde ggz

Chronische patiënten zonder hoog risico en hoge complexiteit horen niet in de gespecialiseerde ggz thuis, maar in de generalistische basis-ggz (product Chronisch) of bij de huisarts/poh-ggz.
Is duidelijk wanneer een chronische patiënt in de generalistische basis-ggz thuishoort, en wanneer in de huisartsenzorg? Komt de substitutie van de chronische patiënt vanuit de gespecialiseerde ggz naar de generalistische basis-ggz of de huisarts/poh-ggz voldoende op gang? Waarom wel of niet?

 

De visie van de LVVP
Volgens de LVVP laat de monitor in ieder geval zien dat structurele veranderingen schoksgewijs plaatsvinden en dat de aanpassing van delen van het stelsel beleidsmatig, inhoudelijk, organisatorisch en financieel helaas niet goed is doordacht en ingevoerd. Opvallend is dat de substitutie van de ‘tweede lijn’ naar de ‘eerste lijn’ niet goed op gang komt en mensen (te) lang bij de huisarts blijven hangen. Men kan zich afvragen of de wens/ambitie van ‘de juiste hulp, op de juiste plek door de juiste persoon, binnen een professioneel, kwalitatief verantwoorde ketenzorg, tegen overzichtelijke kosten’ op deze manier wordt bereikt. Wij denken dus van niet.

Het achterblijven van de gb-ggz kent verschillende oorzaken, maar een directe relatie met de inzet van de poh-ggz is evident. Ondanks alle goede bedoelingen komt het volgens de LVVP vooral en aanwijsbaar door:

  • het niet hoeven aanspreken van het eigen risico als men bij de huisarts blijft hangen (vergelijk de eerstelijnspsychologische zorg van destijds met zijn eigen bijdrage per consult én het eigen risico);
  • dat de functie poh-ggz wordt geclaimd door een hybride groep zorgverleners die met een eigen interpretatie en particuliere invulling aan een ‘beroep’ alle ruimte krijgt, terwijl de andere echelons worden beperkt in hun mogelijkheden goede zorg te bieden;
  • dat een deel van de poh-ggz veel te ver gaat in zijn taakuitoefening en ook stoornissen behandelt;
  • dat aan de inzet van de poh-ggz een pervers ‘verdienmodel’ ten grondslag ligt, d.w.z. de huisarts ontvangt een vaste bijdrage naast een opslag per (dubbel)consult, dus er moet productie worden gedraaid (er is zelfs her en der al sprake van een wachtlijst!);
  • een deel van de poh’s-ggz bij de huisarts is gestationeerd vanuit een ggz-instelling en verwijst standaard door naar de moederinstelling (en dan veelal ook nog direct naar de gespecialiseerde ggz);
  • de inhoudelijke afbakening tussen de echelons – wat behoort tot de huisartsenzorg, de gb-ggz of g-ggz – als niet scherp wordt ervaren, waardoor velerlei interpretaties de boventoon voeren en praktijk zijn. Een duidelijke afbakening is hard nodig en is bovendien in het belang van de patiënt die nu onderbehandeld dreigt te worden.

 

Mogelijke verklaringen voor de krimp in aantallen patiënten en stijging van de kosten in de gespecialiseerde ggz zijn wellicht de verzwaring van de problematiek, de stabiele harde (en verslechterende?) kern van patiënten en eventuele transitiekosten.

We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen!

Ook interessant

Contractering 2017 op basis van leveringsvoorwaarden LVVP

Geïnspireerd op de huisartsenactie ‘Het roer moet om!’ riepen we onze leden afgelopen najaar op om ...

Lees meer

Zorgverzekeraars informeren consumenten onvoldoende

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft onderzoek laten doen naar de informatie die zorgverzekeraars telefonischaan consumenten geven. De meeste zorgverzekeraars voldoen ...

Lees meer