Over de LVVP

VGZ introduceert vijfde product voor de basis-ggz: de umami

VGZ introduceert vijfde product voor de basis-ggz: de umami

04-02-2015 Print

Begin februari introduceerde VGZ in samenwerking met enkele grote zorgaanbieders een vijfde product voor de generalistische basis-ggz (gb-ggz): de umami. VGZ is van mening dat de behandelduur van de huidige vier producten te kort is om behandelingen volgens richtlijnen mogelijk te maken. Het vijfde product is een experiment voor drie jaar. De NZa heeft hier toestemming voor gegeven. Dit product maakt een behandeling van met name angst- en stemmingsstoornissen in de range van 750-1800 minuten mogelijk in de gb-ggz.

Eerst screening, dan umami

Tijdens een gesprek dat wij onlangs met VGZ voerden, lichtte de verzekeraar het product summier toe. Het experimentele zorgproduct wordt umami genoemd, 'de vijfde smaak'. VGZ heeft het vijfde product ontwikkeld samen met onder andere Mentaal Beter, HSK, Reinier van Arkel, GGZ NHN en Amici-psychologen. Voor de umami komen alleen behandelingen van angst- en stemmingsstoornissen in aanmerking, die daarvoor zijn geselecteerd door de screener, die –net als de screener in bovenstaand artikel- is ontwikkeld door Mentaal Beter en HSK. Uit deze screener rolt een zogenaamde geprotocolleerde behandeling, ook wel een zorgstraat genoemd. Het vijfde product is op dit moment zo ingericht, dat de screener bepaalt welke zorg geleverd kan worden, zonder tussenkomst van verwijzer of behandelaar. Als de screening niet resulteert in het vijfde product, dan “kan er ook verwezen worden naar andere aanbieders”, aldus VGZ.

Het drie jaar durende experiment wordt geëvalueerd door de betrokken initiatiefnemers, alsook door de NZa. Als de evaluatie positief uitpakt, dan kan dit ertoe leiden dat het nieuwe product na afloop van het experiment als standaardproduct wordt opgenomen in de regelgeving. Vanaf 2016 zouden dan naar verluidt ook andere zorgverzekeraars gebruikmaken van dit vijfde product, en ook dan pas andere zorgaanbieders.

”‹

De LVVP plaatst kanttekeningen

Angst- en stemmingsstoornissen vormen samen de grootste groep stoornissen binnen de gb-ggz. De LVVP kan zich vinden in verruiming van een product of zelfs een nieuw extra product, als dit direct toegankelijk is voor alle zorgaanbieders in de gb-ggz. In de regel is de eerstelijns/gz-psycholoog hierbij hoofdbehandelaar, omdat die bevoegd en bekwaam is. De eerstelijns/gz-psycholoog bepaalt welke zorg nodig is. In het umami-experiment krijgen VGZ-verzekerden bij de betrokken organisaties meer behandelruimte dan bij de vrijgevestigde psycholoog om de hoek. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie.
Daarnaast baart het ons zorgen dat VGZ aangeeft dat de umami kan worden ingezet als substitutiemiddel. Kortdurende behandelingen die zijn geïndiceerd voor de gespecialiseerde ggz zouden op basis van de screening behandeld moeten worden in het vijfde product van de gb-ggz. Terwijl de wettelijk vastgelegde verwijscriteria voor beide echelons (gb-ggz en g-ggz) duidelijk onderscheidend zijn. De criteria van de screener zijn ons vooralsnog niet bekend. Wij vinden het überhaupt zeer onwenselijk, dat een behandeling uitsluitend wordt bepaald door een screener. De klinische blik in combinatie met de diagnostische vaardigheden van de huisarts en aansluitend door de ggz-professional, zijn essentieel voor het bepalen van de noodzakelijke zorg.

Tevens achten wij het dubieus dat de bestuurders van de bij dit initiatief betrokken partijen tevens de ontwikkelaar zijn van de screener. De cliënt die door de screening komt, wordt immers naar henzelf verwezen. En zullen zij cliënten, die niet voldoen aan de voorwaarden voor een behandeling in het vijfde product, vervolgens doorverwijzen naar een vrijgevestigde ggz-professional? Wij durven dat te betwijfelen.

 

Gebrek aan informatie over het experiment

Omdat we over het experiment van VGZ tot op heden slechts summier zijn geïnformeerd, vroegen wij de verzekeraar om meer informatie. VGZ verwees ons daarvoor naar de NZa. We hebben de NZa inmiddels gevraagd naar de onderliggende documentatie van het vijfde product en naar de criteria op basis waarvan zij toestemming heeft verleend voor dit experiment. De NZa meldde ons dat deze informatie om markttechnische redenen niet verstrekt kan worden. Wij vinden dit een uiterst merkwaardige reactie, die doet vermoeden dat de twee rollen van de zorgautoriteit hierin, die van innovator en van marktmeester, strijdig uitpakken. Daardoor lijkt ons beroep op de marktmeester in dezen onmogelijk. Wij hebben de NZa dan ook dringend verzocht alsnog aan ons verzoek te voldoen. Tot op heden hebben we geen reactie ontvangen.

Ook interessant

Aanpassing artikel 13 opnieuw ter discussie

Nu de senaat in december tegen aanpassing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet heeft gestemd, komt het kabinet met een nieuw ...

Lees meer

LPGGz organiseert symposium Zelfmanagement en passende zorg

Bent u opzoek naar inspiratie en wilt u meedenken over passende zorg en zelfmanagement in de ggz? Kom dan op 27 ...

Lees meer