Over de LVVP

Wet BIG wijzigt: BIG-nummer vermelden en tuchtrecht aangepast

Wet BIG wijzigt: BIG-nummer vermelden en tuchtrecht aangepast

28-02-2019 Print

Zoals wij al eerder berichtten, verandert binnenkort de Wet BIG. Gevolg is onder andere dat BIG-geregistreerde professionals vanaf dat moment hun BIG-nummer zichtbaar moeten maken. Deze verplichting zou officieel ingaan op 1 april a.s., maar om technische redenen dringen verscheidene organisaties, waaronder de KNMG, aan op uitstel. Daarnaast wordt een aantal wijzigingen in het tuchtrecht doorgevoerd.

 

Maak uw BIG-nummer zichtbaar
Een zorgverlener (of werkgever) moet binnen afzienbare tijd -vanaf 1 april, of wat later- er voor zorgen dat iedereen zijn of haar BIG-nummer, of de BIG-nummers van medewerkers, makkelijk en snel kan vinden.

Het BIG-nummer moet worden vermeld op plekken waar de naam en het beroep van een BIG- geregistreerde bekend worden gemaakt. De wet gaat uit van in ieder geval de onderstaande plekken:

  • websites en andere digitale media
  • briefpapier en e-mailondertekening
  • facturen
  • in wachtkamers

Bekendmaking ‘zorgt voor een grotere transparantie en duidelijkheid voor de patiënt en geeft (potentiele) patiënten de zekerheid dat een behandelaar bevoegd is. En dat draagt weer bij aan het vertrouwen van de maatschappij in de gezondheidszorg’, aldus ook de KNMG.

 

Waarom deze verplichting?
Zoals u weet, is het begrip ‘psycholoog’ geen beschermde titel. Niet iedereen die zich als psycholoog afficheert, is gz-psycholoog, klinisch (neuro)psycholoog of psychotherapeut in de zin van de Wet BIG – zoals onze leden dat wel allemaal zijn. Zelfs zij die geen studie psychologie gedaan hebben, worden nogal eens aangezien voor psycholoog (denk aan de poh-ggz). Via het BIG-register kan iedereen (potentiële patiënten, patiënten, naasten, collega’s, verwijzers e.a.) in één oogopslag zien of zijn of haar zorgverlener ook daadwerkelijk bevoegd en bekwaam is om een bepaald zorgberoep en/of bepaalde handelingen uit te oefenen. Daarmee draagt de BIG-registratie bij aan de veiligheid en transparantie van de Nederlandse gezondheidzorg. Het BIG-registratienummer geeft ook direct de juiste informatie.

 

Zo snel mogelijk
Volgens de huidige stand van zaken moeten BIG-geregistreerden per 1 april 2019 of zo snel mogelijk daarna voldoen aan de verplichting. Het vermelden van het BIG-nummer op kleine websites, in de (automatische) e-mail ondertekening en op social media kan eenvoudig en direct. Het aanpassen van facturen en grote websites kan meer tijd in beslag nemen. Wanneer BIG-geregistreerden en/of hun werkgevers hieraan nog niet kunnen voldoen per 1 april a.s., moeten zij een plan hebben om op de kortst mogelijke termijn wel te voldoen aan de verplichting. Voor bedrukt briefpapier geldt dat bestaande voorraden briefpapier eerst mogen worden opgebruikt.

 

Toezicht en handhaving
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaat hier toezicht op houden en kan een bestuurlijke boete opleggen wanneer de nieuwe verplichting niet wordt nageleefd.

 

Ook wijzigingen in het tuchtrecht
Het tuchtrecht – dat eveneens is geregeld in de Wet BIG – wordt per 1 april 2019 op een aantal punten gewijzigd. Mocht u geconfronteerd worden met een tuchtklacht, dan zijn deze wijzigingen voor u van belang. De wijzigingen op een rij:

  1. Tuchtklachtfunctionaris geeft advies: klagers kunnen vanaf 1 april de hulp inroepen van een tuchtklachtfunctionaris bij het opstellen en formuleren van hun klacht. Deze functionaris kan ook adviseren of het tuchtrecht de aangewezen route voor een klacht is.
  2. Klager betaalt griffierecht van 50 euro: als een klacht gegrond wordt verklaard, krijgt de klager het bedrag terug. Tot op heden was er geen financiële drempel voor het indienen van een tuchtklacht.
  3. Bereik tuchtrecht wordt verruimd: ook het gedrag van BIG-geregistreerde hulpverleners in een ander beroep of in het privéleven kan vanaf 1 april onder het tuchtrecht vallen. Denk bijvoorbeeld aan seksueel misbruik of ernstige mishandeling.
  4. Voorzitter tuchtcollege kan meteen beslissen: de voorzitter van het tuchtcollege kan bij eenvoudige tuchtklachtzaken meteen een eindbeslissing geven, zonder dat de klacht in de raadkamer of op een openbare zitting wordt behandeld.
  5. Klager kan vergoeding kosten krijgen: een tuchtcollege kan geen schadevergoeding toekennen. Wel kan er tot een kostenveroordeling worden besloten, maar alleen als een klacht (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard en er een maatregel wordt opgelegd. Er zijn drie soorten kosten die in rekening gebracht kunnen worden: reiskosten, deskundigenkosten en kosten die gemaakt zijn voor juridische bijstand.
  6. Opleggen algeheel beroepsverbod: hiermee wordt het mogelijk dat een zorgverlener niet meer als behandelaar van patiënten of bepaalde patiëntengroepen werkzaam mag zijn.
  7. Publicatie berisping en boetes niet vanzelfsprekend: per zaak wordt bepaald of het zinvol is om een opgelegde maatregel te publiceren. Dit moet voorkomen dat de betreffende zorgverlener daarvan ernstige schade ondervindt.
  8. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kan -in uitzonderlijke gevallen- een zorgverlener direct op non-actief stellen. Dit heet een LOB: ‘last tot onmiddellijke onthouding van beroepsactiviteiten’. In afwachting van een oordeel van de tuchtrechter mag een zorgverlener dan niet meer werken.

 

Ook interessant

Reminder: geef uiterlijk 15 maart 2019 toestemming voor gebruik gegevens kwaliteitsstatuut

Al eerder informeerden wij u over de toestemmingen die Mediquest vraagt voor het doorleveren van gegevens in uw kwaliteitsstatuut. Volgens ...

Lees meer

Ook Blokhuis zet vraagtekens bij beleid omzetplafonds ggz

‘Het kan nooit zo zijn dat cliënten in september te horen krijgen dat ze niet worden behandeld, omdat het ...

Lees meer