Over de LVVP

Vijf jaar LVVP: schrijfwedstrijd over ‘ont-moeten’

De LVVP bestaat in 2019 vijf jaar! Om dat te vieren, organiseerden we een schrijfwedstrijd voor leden. Het thema was gelijk aan dat van het LVVP-congres en luidde: ont-moeten. De prijsuitreiking vond plaats op het LVVP-congres van 27 september 2019 jl.

We ontvingen maar liefst 41 inzendingen: 13 gedichten en 28 verhalen. Deze zijn door een deskundige jury beoordeeld. En dat strikt anoniem: de namen van de inzenders waren niet bekend bij de juryleden. Het waren zeer verschillende inzendingen en de jury is enorm vermaakt, werd geraakt, tot nadenken gestemd en heeft veel gelachen. Het was niet eenvoudig een keuze te maken. Daarom zijn eerst twee shortlists samengesteld, zodat de keuze nog vooruit geschoven kon worden. Toch moest de jury twee winnaars kiezen: een in de categorie verhalen en een in de categorie gedichten.

Winnaar mooiste verhaal: Anne-Marije Schipper

Anne-Marije Schipper sleepte met haar verhaal ‘Tegemoet gaan’ de prijs in de categorie verhalen in de wacht. In de winnende inzending ontmoet de behandelaar zichzelf in het verhaal van de client. De jury heeft lang over het verhaal gepraat en moest het verhaal meerdere keren lezen om het ‘te vatten’. Het is een heel persoonlijk verhaal: de behandelaar wordt ‘mens’ en het verhaal van de client geeft de hulpverlener moed om zelf actie te ondernemen. Het is ook een onvoorspelbaar verhaal: al lezend vraag je je af ‘waar gaat dit heen’. Het detail met de blouse die binnenstebuiten zit, is goed gekozen en de metafoor met de boot blijft de lezer lang bij. Kortom: een topverhaal! U kunt het winnende verhaal hier lezen.

Winnaar mooiste gedicht: Irma Röder

Irma Röder won in de categorie gedichten met haar bijdrage ‘Meisjes van vijftien’. Het winnende gedicht beschrijft heel beeldend, herkenbaar en geloofwaardig hoe precair de therapie aan pubermeisjes kan zijn. Het woordgebruik is subtiel en origineel en de metafoor van de zeepbel is raak gekozen. En: het rijmt! Een rijmschema met strofes pakt niet altijd goed uit en leidt soms tot gekunstelde gedichten, maar bij dit gedicht brengt het juist extra originaliteit. Het is een mooi afgerond geheel, echt een pareltje volgens de jury. Bovendien is deze auteur op beide shortlists terecht gekomen! U kunt het winnende gedicht hier lezen.

Beide auteurs hebben hun inzending tijdens het congres voorgelezen. De winnaars kregen een voucher voor het volgen van een workshop schrijven en een trofee in de vorm van een beeldje met de titel ‘ontmoeting in cirkels’.

 

 

 

Mooiste inzendingen gebundeld

Van een aantal geselecteerde inzendingen is een jubileumbundel samengesteld, dat tijdens het congres is gepresenteerd. Staatssecretaris Paul Blokhuis heeft het het eerste exemplaar van het boek in ontvangst genomen, dat hij kreeg aangereikt uit handen van LVVP-voorzitter Hans Kamsma.

 

 

Shortlist
Voorafgaand aan de prijsuitreiking heeft de jury twee shortlists van de beste inzendingen in beide categorieën opgesteld. Ook zij werden verrast met bloemen.

Shortlist verhalen

  • Evelien van der Velde met ‘Relax, nothing is under control’
  • Ben Jonkers met ‘De Spiegel’
  • Catheleyne van der Laan met ‘Dollywood voorbij’
  • Irma Röder met ‘Als de zomer zo zacht’
  • Anne-Marije Schipper met ‘Tegemoet gaan’ – winnaar

Shortlist gedichten

  • Irma Röder met ‘Meisjes van vijftien’ – winnaar
  • Harry Morres ‘Ze was zo lief’
  • Wilmy Seykens met ‘Therapie’

 

Winnend verhaal LVVP-schrijfwedstrijd

Tegemoet gaan – Anne-Marije Schipper

‘Obvius ire, obvius esse,’ mompelt ze terwijl ze kijkt naar haar voet waarmee ze heen en weer beweegt over het vloerkleed. Ik volg de lijnen die ze trekt op het kleedje en bemerk dat ik met mijn rechterhand de stoelleuning stevig omklem. Ik haal mijn hand van de stoelleuning en bekijk de mooie jonge vrouw met haar sluike donkerblonde haar die tegenover mij zit. Ik merk dat een gevoel van onzekerheid en irritatie me bekruipt. Ik ga verzitten en kijk naar haar. Ze kijkt op en kijkt me aan met een kleine glimlach. Ik kan me niet verwijderen van het verwijt dat in mij aanzwelt. Ik weet inmiddels dat als Metis iets mompelt, dat het van wezenlijk belang is en dat ik dus dit waarschijnlijk gemompel, welke getuigt van een misschien wel belangrijk inzicht, niet kan verstaan. Ik val stil en probeer mijzelf tot innerlijke kalmte te manen. Ik word opgeschrikt uit mijn overpeinzingen door een opmerking van haar.
‘O jee, wat stom,’ zegt ze opeens, ‘ik heb mijn blouse verkeerd om aan.’
Ik zie nu ook dat de naden van haar blouse aan de buitenkant zitten. Ze bloost licht en vervolgt: ‘Ik heb net iets gepast en toen mijn blouse verkeerd aangetrokken.’
Tegemoet gaan, bedenk ik me, voor de hand liggen.
‘Je begon over ontmoeten, over de beschikbaarheid van de ander,’ leg ik haar voor.
Ze kijkt me verbaasd aan en zegt: ‘Als ze me aanraakt, verstar ik, dan reageert mijn lichaam. Ik zou willen dat het anders was, maar ik kan het niet.’ Ze spreekt op monotone toon en kijkt me aan met grote ogen.
‘Wat zou je anders willen?’ vroeg ik.
‘Dat ik open was en vrij, maar dat is ondenkbaar. Ik mis haar, ik mis iets waarvan ik niet weet wat het is.’
Ik slikte, voelde een lichte druk in mijn borst, alsof er een vernauwing ontstond die me de adem benam. Mijn ogen werden vochtig. Niet nu, dacht ik, maar onwillekeurig dwaalden mijn gedachten af naar Cornelis. Waar zou hij zijn? Wat had ik gedaan? Ik bemerkte dat ze me vragend aankeek.
‘Denk je dat het ooit zal veranderen?’ stamelde ze.
‘Laten we eens stilstaan bij wat jou weerhoudt,’ merkte ik op terwijl ik ontevreden was over mijn reactie.
‘Het is eigenlijk net als hier,’ zei ze, ‘ik heb soms het gevoel dat ik roep, misschien zelfs schreeuw en dat je me niet hoort, dat je weggaat van mij.’
‘Zoals net?’ vraag ik. ‘Hoe voel je je daarbij?’
‘Machteloos, verloren,’ verzucht ze. ‘Weet je, toen ik Gabriëlla ontmoette, kwam ze met een bootje aangevaren, ze meerde aan, keek me uitnodigend aan en ik aarzelde geen moment en stapte in haar bootje. Zij ging varen en ik nam soms het stuur over. Soms ging ik even aan land, soms stapte zij even uit. Het was niet altijd makkelijk maar het ging, we gingen verder. Toen in februari, toen voer ze weg en kwam niet terug. Ik was verrast, verbijsterd. Ik keek haar na en viel stil, maar na een tijdje begon ik te roepen. Ik riep en riep en riep. Ik rende op de oever mee. Ze keek af en toe om maar hield niet stil. Ik bleef roepen. Ik schreeuwde. Vorige week hield ze stil. Ze zei niets en keek me weer uitnodigend aan. Ik kon niet anders dan instappen. Ik begreep het niet, maar het voelde zo goed. Ik liet me varen, maar ik merkte dat ik me niet meer mee kon laten voeren. Ik raakte in vertwijfeling. Wie ben ik als ik geen roepende meer ben?’ ze keek naar de grond en ademde hoorbaar.
Ik voelde haar verdriet en ook het mijne. Voor het eerst zag ik tranen in haar ogen.
‘Volgens mij is het tijd,’ zei ze en ik wist dat ze gelijk had, want ze wist altijd precies wanneer er vijftig minuten waren verstreken. We stonden zwijgend op. Ik liet haar uit en liep daarna terug de kamer in. Ik pakte mijn telefoon en zocht zijn nummer. Ik beet op mijn lip en mompelde: ‘Obvius ire, obvius esse.’

 

Winnend gedicht LVVP-schrijfwedstrijd

Meisjes van vijftien – Irma Röder

Daar staat ze, de jas nog aan, de lokken voor haar ogen.
Haar lijf straalt uit: ik wil hier echt niet zijn,
haar muur is dikker dan ik kan verdragen.
Ik spreek haar aan, haar blik snijdt door haar pijn.

En toch staat zij vervolgens bij mij binnen.
De jas gaat uit, de angst zweeft erin mee,
behoedzaam maakt zij aanstalten te zitten,
haar bonkend hart maakt luidkeels zijn entree.

Zonder op mijn vraag te wachten,
babbelt ze erop los in Facebooktaal.
Ik luister, maar in mijn gedachten
vechten honderd vragen om een stem.

Ik weet dat elk woord telt, elk gebaar
haar meer kan doen verkrampen.
Ik weet dat elke stap te ver
ons prille samenzijn kan doen verdampen.

Ik prik niet en ik trek niet,
ik laat vertrouwen groeien.
Ze pakt het op en smijt het weg,
ze laat me niet met haar bemoeien.

Ze is een zeepbel in mijn handen.
ik weet hoe teder ik moet zijn.
Ik moet haar dragen maar niet redden
al lijdt zij ondraaglijk veel pijn.

Ze spat uiteen.

Ze blijft.

Recent nieuws

Alv 20 november 2019 (middag!): Jeffrey Wijnberg over beëindigen behandelrelatie

De vergadering is 's middags in plaats van ’s avonds en duurt van 14 tot 17 uur. Jeffrey Wijnberg trapt af.

Lees meer

LVVP ontdekt foutje in inkoopbeleid Menzis: aantal contractanten mogelijk hoger tariefpercentage

In het inkoopbeleid dat Menzis afgelopen zomer publiceerde, is een foutje geslopen: het zijn van een erkende o

Lees meer

NZa not amused over generieke afslagen die zorgverzekeraars toepassen in de contracten

Bij het opstellen van jaarlijkse het LVVP-contractenoverzicht constateren wij dat er sprake is van generieke a

Lees meer