Over de LVVP

Interview met de voorzitter

 

Maak contracten aantrekkelijker

Interview met de voorzitter – januari 2020

 

Er is een wetsvoorstel ‘bevorderen van de contractering’ in de maak. Dit wetsvoorstel maakt onderdeel uit van het hoofdlijnenakkoord ggz dat de LVVP, naast andere veldpartijen in de ggz, ondertekende. De passage over het bevorderen van de contractering is in het akkoord gekomen nadat de wetswijziging van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet in 2014 in de Eerste Kamer strandde. Die wijziging had moeten leiden tot een aanzienlijke afname van ongecontracteerde zorg, door het vergoedingspercentage van verleende ongecontracteerde zorg fors te verlagen. Nu speelt opnieuw een voorgenomen wetswijziging van artikel 13 door een wettelijke vergoeding te regelen voor ongecontracteerde zorg. Via deze wet kunnen deelsectoren, bijvoorbeeld verslavingszorg, via een algemene maatregel van bestuur (AMvB) een aanwijzing krijgen. In dat voorbeeld zou dan ongecontracteerde verslavingszorg vergoed worden op basis van de wettelijke vergoeding. Eind november spraken Hans Kamsma en Judith Veenendaal met staatssecretaris Blokhuis over dit wetsvoorstel. Ook ontving de LVVP een brief van de staatssecretaris over dit onderwerp. In deze brief noemt de staatssecretaris ook het stimuleren van gecontracteerde zorg als middel om ondoelmatige zorg gericht tegen te gaan. Deze brief heeft de LVVP recentelijk beantwoord. In dit interview licht Hans toe dat het in één adem noemen van deze aanpassing van artikel 13 van de Zvw én het stimuleren van gecontracteerde zorg een oncomfortabel gevoel geeft. 

‘Een contract dat de werkwijze van de zorgverlener erkent en weerspiegelt én waarin de zorgverzekeraar zorg wegneemt van de verzekerde en van de zorgverlener, maakt contracteren aantrekkelijker.’

Blokhuis schrijft: ‘Het gaat ons erom dat we die zorgaanbieders aanpakken die geen goede kwaliteit van zorg leveren of die aantoonbaar (veel) te veel zorg declareren zonder dat daardoor de zorg verbetert of de klanttevredenheid toeneemt. Tevens is het van belang om op te treden tegen zorgaanbieders die oneigenlijk gebruik maken van privacyverklaringen’. Wat vind je hiervan?
‘Dit klopt gedeeltelijk. Ja, er zijn zorgaanbieders, overigens niet per se in de ggz, die te veel zorg declareren in vergelijking met andere aanbieders die dezelfde kwaliteit van zorg leveren. Ja, bij sommige zorgaanbieders worden wel opmerkelijk veel privacyverklaringen ingevuld, waardoor het zicht op de kwaliteit van zorg -zoals we die met elkaar hebben afgesproken- verloren gaat.

Zorgverzekeraars beheren gemeenschapsgeld. Iedere volwassene in Nederland is, aan premie en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, ieder jaar duizenden euro’s kwijt aan de zorg, of ze nu gebruik maken van die zorg of niet. Er zit een grens aan de rek die een collectief systeem kan opbrengen. Dat is een verantwoording die niet alleen bij de zorgverzekeraars, maar ook bij de zorgaanbieders rust. Als er aanbieders zijn die de grens opzoeken en de vrijheid van hun onderneming en hun eigen visie op kwaliteit belangrijker vinden dan de hiervoor genoemde verantwoording, maar intussen wel op datzelfde gemeenschapsgeld aanspraak doen, dan moeten we er inderdaad met elkaar over nadenken hoe we dat kunnen inperken. In het belang van kwalitatief goede gecontracteerde én ongecontracteerde zorg kan het dan nodig zijn om na te denken over maatregelen die hier op acteren.

In deze denkwijze wordt echter ook de suggestie gewekt dat kwaliteit een verband heeft met al dan niet gecontracteerd werken. Dat beeld is al vaker zo door de zorgverzekeraars neergezet: zij houden vast aan het idee dat ze met contracteren beter kunnen sturen op kwaliteit. Dit zijn discutabele aannames. Er zijn namelijk geen aanwijzingen dat ongecontracteerd werken een rol speelt bij de kwaliteit van zorg in de ggz (Arteria 2018). Daarnaast: begrip voor gerichte maatregelen is echt iets anders dan het terugdringen van ongecontracteerde zorg. Want precies daar wringt de schoen. In dezelfde brief waarin de staatssecretaris het heeft over gerichte maatregelen, citeert hij ook het hoofdlijnenakkoord (hla). Daarin wordt het stimuleren van gecontracteerde zorg als doel genoemd. En daarvoor wordt dezelfde wettelijke maatregel voorgesteld die we hier bespreken als manier om gericht in te zetten tegen ondoelmatige zorg. Het in één adem noemen van aanpassing van artikel 13 Zvw en het stimuleren van gecontracteerde zorg geeft mij daarmee een oncomfortabel gevoel. Het stimuleren van contracteren en daarnaast het gericht aanpakken van ondoelmatige zorg zijn voor mij twee verschillende zaken, die ik graag los van elkaar wil adresseren.’

Zorgverzekeraars en zorgaanbieders dienen inspanningen te plegen die de contractering bevorderen, zo schrijft Blokhuis. Wat bedoelt hij precies en wat vinden wij van deze inspanningen?
‘Het tegengaan van ongecontracteerde zorg staat in het hla als allerlaatste maatregel om contracteren te bevorderen. Een maatregel die pas mag worden toegepast als duidelijk is dat alle partijen er alles aan gedaan hebben om contracteren te bevorderen en er sprake is van zorgaanbieders die gewoonweg niet willen contracteren. Er zit nog wel wat ruimte tussen de opvatting van de LVVP over het bevorderen van contracteren en de afspraken die daarover nu met de zorgverzekeraars gemaakt zijn, en waar ze overigens nog lang niet aan voldoen. In onze ogen zijn die afspraken voornamelijk procedureel van aard en gaan ze over zaken als het inzichtelijker maken van contracten en het vergemakkelijken van het contracteerproces. Dat zijn zaken die er toe doen, zeker, maar die het probleem niet volledig dekken. Er spelen ook de nodige inhoudelijke zaken die verbeterd kunnen worden. Denk aan het aanpakken van de generieke afslagen die nu bij vrijgevestigden worden gehanteerd. Of de krappe omzetplafonds die de zorg beperken en een langere wachttijd opleveren. Of zaken die de administratieve lasten opdrijven, zoals de kosten per unieke cliënt (kpuc) en de productmix die gehanteerd kan worden. Al deze maatregelen vereisen namelijk continue monitoring door de zorgaanbieder.

Van de kant van de zorgaanbieders worden inspanningen gevraagd. Die gaan vooral over de manieren waarop we kwaliteit inzichtelijk willen maken en hoe we ervoor zorgen dat de zorg die geleverd wordt, voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.

De LVVP is niet principieel voor of tegen contracteren. We zien een veld voor ons waarin de inhoud en kwaliteit aan de professionals is en de financiering en controle aan de zorgverzekeraars. Dit alles in samenspraak. Daarover moeten we heldere en toetsbare afspraken maken. We hebben daar samen een verantwoordelijkheid in naar onze patiënten en verzekerden. Die verantwoordelijkheid kunnen we heel goed vormgeven in de vorm van een contract. Maar dan moet dat wel een gezamenlijke overeenkomst zijn waarin de zorgverlener maximaal wordt gefaciliteerd om de patiënt goede zorg te verlenen. Dát zou contracteren aantrekkelijker maken. Een contract dat de werkwijze van de zorgverlener erkent en weerspiegelt en waarin de zorgverzekeraar zorg wegneemt bij de verzekerde en de zorgverlener.’

Wat vindt de LVVP van het vaststellen van een wettelijke vergoeding voor ongecontracteerde zorg?
‘Als één van de maatregelen om aantoonbaar ondoelmatige of onrechtmatige zorg terug te dringen kan ik begrip opbrengen voor deze stap. Mits deze wettelijke vergoeding, zoals de staatssecretaris schrijft, alleen gericht wordt toegepast. Als er geen deelsector kan worden aangewezen, treedt er ook geen AMvB in werking en wordt het ongecontracteerde werken hiermee ook niet teruggedrongen. Omdat de verbinding met het terugdringen van ongecontracteerde zorg echter wel gemaakt wordt, vinden we als LVVP dat de voorgenomen maatregel alleen ingevoerd kan worden als er eerst alles aan gedaan is om het contracteren aantrekkelijker te maken. Daarvoor moeten echt nog zaken gebeuren: de afspraken moeten concreter, duidelijker. De inhoud van de contracten moet erbij worden betrokken. We moeten als partijen hier meer en intensiever over in overleg. Daarbij is niet alleen het commitment van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) nodig, maar ook van de zorgverzekeraars. Dat een zorgverzekeraar hierover niet met ons aan tafel wil, vind ik volstrekt onacceptabel. En als belangrijkste: we willen een resultaatverplichting, niet louter een inspanningsverplichting.

In februari 2020 hebben we een afspraak met ZN en een aantal zorgverzekeraars over onder meer dit onderwerp. We gaan hier alleen maar uit komen als we uit de, vaak wat wantrouwende, onderhandelingssfeer komen en dit als een gezamenlijke verantwoordelijkheid oppakken. Het zit ’m niet alleen in de afspraken die we maken, maar ook in de sfeer waarin we dat doen. We moeten hoe dan ook met elkaar verder. Dat doe ik liever in een verhouding waarin we bij elkaar terecht kunnen dan vanuit het gevoel dat we tot elkaar veroordeeld zijn. ‘De ggz’ voelt zich al jaren door de zorgverzekeraars ‘geframed’ als niet transparant en tegendraads. De grens tussen het verwijt dat we geen kwaliteit aantonen of dat we die niet zouden hebben, is erg dun. Eigenlijk gun ik het de zorgverzekeraars om van de rol van boeman verlost te worden.’

In 2014, toen de wetswijziging van artikel 13 speelde, was de LVVP tegen de wijziging. Hoe staan we er nu in?
‘In 2014 betrof het een generieke maatregel die het hele ongecontracteerde werken zou treffen. Daarmee zou een belangrijke onderhandelingsfactor voor vrijgevestigden, namelijk de keuze om wel of geen contract af te sluiten, grotendeels wegvallen. Dat konden en kunnen we nooit accepteren. Zeker niet zolang de verhoudingen liggen zoals ze liggen en contracten met zorgverzekeraars nog te vaak onze administratieve lasten opjagen en ons werk bemoeilijken in plaats van faciliteren.

Het nieuwe wetsvoorstel is anders: dit maakt het in de toekomst mogelijk om per AMvB een deelsector aan te wijzen waarvoor bij ongecontracteerd werken een wettelijke vergoeding wordt vastgesteld, slechts daar waar de zorg aantoonbaar ondoelmatig is. Wij willen nog verder in gesprek over onder meer het aanscherpen van de criteria voor zo’n aanwijzing en het verder verduidelijken van de stappen die in het proces naar een AMvB genomen worden.

Op dit moment zijn we hierover constructief in gesprek met VWS. Ook gaan we verder in gesprek met ZN en de zorgverzekeraars. Uiteraard in overleg en afstemming met andere veldpartijen. Die gesprekken zullen mede bepalen of we ons hierin constructief blijven opstellen. Dit onderwerp raakt ons allemaal in onze praktijkvoering. We zullen de leden dan ook zeker via de nieuwsbrief op de hoogte houden van de voortgang en de verdere ontwikkelingen.’

 

Recent nieuws

Maak contracten aantrekkelijker

‘Een contract dat de werkwijze van de zorgverlener erkent en weerspiegelt én waarin de zorgverzekeraar zorg we

Lees meer

Annemarie van der Meer terug bij de LVVP

Na bijna drie jaar als consultant bezig te zijn geweest, vind ik het fijn om weer voor de LVVP te ...

Lees meer

Tips voor de start van het nieuwe jaar

Berichten en nuttige tips op een rijtje, zodat u in het nieuwe jaar goed beslagen ten ijs komt.

Lees meer