Over de LVVP

Interview met de voorzitter

 

‘Van alleen het oppoetsen van je ontzettend dure fiets ga je echt niet harder rijden’

Interview met de voorzitter – november 2019

 

Wat is de essentie van kwaliteit van de beroepsuitoefening en praktijkvoering? En wat is de rol van het kwaliteitsbeleid van de LVVP daarbinnen? Hoe hangen de verplichtingen rond visitatie hiermee samen? Wat zou de rol en taak(opvatting) van overheid en financiers moeten zijn als het over kwaliteit gaat? En welke rol speelt Akwa GGZ daarin? Een interview met LVVP-voorzitter Hans Kamsma.

 

Wat is volgens jou de essentie van kwaliteit van de beroepsuitoefening en praktijkvoering?

“Dat zijn twee vragen in één, maar ze verhouden zich wel tot elkaar. Ik zal het uitleggen aan de hand van een beeldspraak, een fietsmetafoor, waar ik om bekend schijn te staan. De kwaliteit van de praktijkvoering verhoudt zich tot die van de beroepsuitoefening als de kwaliteit van de fiets tot het fietsen. Een fiets in slechte staat kan ronduit gevaarlijk zijn en beperkt de mogelijkheden van het fietsen aanzienlijk. Maar een fiets van zesduizend euro doet het echt niet twee keer zo goed als een van drieduizend. Uiteindelijk komt het neer op de kwaliteit van de fietser. Het loont aanzienlijk meer om in de fietser te investeren dan in de fiets, mits de fiets goed genoeg is.

De essentie van de kwaliteit van onze beroepsuitoefening gaat voor mij over die aspecten die er het meest toe doen om de patiënt een stukje verder te helpen. Ik realiseer me dat daar op zichzelf geen consensus over bestaat en dat ik niet de positie heb om wetenschappelijke claims te doen. Met die relativering wil ik er toch iets over zeggen. In weerwil van waar beleidsmakers, financiers en niet in de laatste plaats veel therapeuten aan vasthouden, is er volgens mij veel voor te zeggen dat de factoren die er binnen de therapiesetting toe doen vooral liggen in het kunnen hanteren van de relatie met de patiënt, de persoon van de therapeut, het structureel nagaan of de therapie bij de patiënt aansluit en een vorm van methodisch handelen met een onderbouwde rationale. Dan is het van essentieel belang daarin te investeren en daar hoort bij dat alles er op gericht moet zijn om vooral deze factoren te faciliteren.

Dat wringt met de aandacht die nodig is voor de praktijkvoering. Ik wil het bekijken vanuit het perspectief van de patiënt en de behandeling. Dus even niet vanuit de invalshoek van wetgeving of bekostiging. De wetgeving is weliswaar bedoeld om de kwaliteit voor en de positie van de patiënt te borgen, maar wetgeving kan gemakkelijk een eigen leven gaan leiden en vooral gaan over verantwoording. Praktijkvoering vanuit het perspectief van de behandeling is vergelijkbaar met het belang van de kwaliteit van de fiets in de metafoor. Een goede praktijkvoering is nodig voor en draagt bij aan een goede beroepsuitoefening, maar ergens is een grens. Die wordt overschreden als praktijkvoering een doel op zichzelf wordt en, door de bijbehorende administratieve last, zelfs ten koste kan gaan van de kwaliteit van beroepsuitoefening. In de metafoor: van alleen het oppoetsen van je ontzettend dure fiets ga je echt niet harder rijden.”

Hoe zie jij het kwaliteitsbeleid van de LVVP daarbinnen?

“In het kwaliteitsbeleid van de LVVP is het accent wellicht wat te veel bij de verantwoording komen te liggen. Dat leidt er toe dat er vooral aandacht wordt besteed aan de randvoorwaarden van de beroepsuitoefening. Ik snap dat heel goed: dit is wat van ons wordt verwacht, waar we letterlijk op worden afgerekend. Het is de taal voor kwaliteit van de beleidsmakers, de financiers, de wetgever. Laat ik wel duidelijk zijn: ik roep niet op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. In de metafoor maak ik duidelijk dat een slechte fiets ronduit gevaarlijk kan zijn. Die randvoorwaarden zijn belangrijk zowel voor de kwaliteit van de behandeling als voor de, overigens reële, wereld van de beleidsmakers en financiers.

Het gaat mij om het zoeken naar een andere balans. Het op orde hebben van de praktijkvoering betekent onvermijdelijk een administratieve last. Meer aandacht voor de randvoorwaarden dan nodig betekent het accepteren van een extra administratieve last die een hoeveelheid aandacht en energie kost die we niet meer aan de patiënt kunnen geven. Zeker bij vrijgevestigden slaat dit direct neer op de persoon van de behandelaar.

De LVVP is geen vakvereniging. Toch denk ik dat we er goed aan doen de kwaliteit van de beroepsbeoefening wel meer mee te gaan nemen in de verdere ontwikkeling van ons kwaliteitsbeleid. Ik heb niet precies voor ogen hoe dat moet en met welke partners we dat het beste kunnen doen. Maar binnen bestuur en bureau is dit wel een gesprek dat we al enige tijd aan het voeren zijn .

Overigens stelt de LVVP zich op het standpunt dat behandelingen overwegend door de regiebehandelaar worden uitgevoerd. Om dit te onderstrepen is dat nu statutair als lidmaatschapseis vastgelegd.”

Hoe zie jij onze visitatie als onderdeel hiervan?

“Onze visitatie is een visitekaartje waar we terecht trots op zijn en waar hard aan is en wordt gewerkt. Het geeft handen en voeten aan de standaard voor kwaliteit die we in ggz-land met elkaar hebben afgesproken. Dat gaat bijvoorbeeld om wetgeving, maar ook om het kwaliteitsstatuut. We kunnen daarmee aantonen dat onze leden aan die standaard voldoen en dat dit wordt getoetst, iedere vijf jaar weer.

Toch zijn we ook kritisch naar diezelfde visitatie gaan kijken. We willen meer nadruk op leren en minder op controleren. In de visitatie is het probleem geslopen dat ik in mijn antwoord op de vorige vraag aan de orde stel. Het is wellicht te veel gericht op randvoorwaarden en geeft nog te weinig handen en voeten aan de kwaliteit van de behandeling. Visitatie gaat op dit moment vooral over praktijkvoering en we doen er goed aan om het belang daarvan te onderkennen én te relativeren. Een andere balans betekent meer aandacht voor de kwaliteit van beroepsuitoefening en minder nadruk op de randvoorwaardelijke aspecten van de praktijkvoering.”

Hoe zie jij de verplichtingen rond visitatie in het licht van de administratieve lasten?

“Hier is gebeurd wat eigen is aan alle projecten, zeker als ze al langer bestaan. Iedereen die er mee bezig is vindt het belangrijk en dat uit zich meestal in ‘veel’. Veel tekst, veel voorwaarden. Verder komt er in de loop van de tijd altijd het nodige bij en gaat er zelden iets van af. Het is hoog tijd om hier zeer kritisch naar te kijken. Wat kan er minder, wat kan er af? Voldoen aan de afspraken van verantwoording is goed, maar we hoeven niet roomser te zijn dan de paus.”

Wat is vervolgens jouw visie op de rol en taak(opvatting) van overheid en financiers als het over die kwaliteit gaat?

“Mijn ideaalbeeld is dat overheid en financiers veel meer de focus leggen op het faciliteren van de beroepsgroep dan op controle en verantwoording. Hun wettelijke taak om te zorgen voor een verantwoorde zorginkoop kan op verschillende manieren worden ingevuld. Ik vraag niet om kreten als ‘high trust en high penalty’. Ik vraag om een verzekeraar die uit de rol van ‘boeman’ wil stappen en met ons nadenkt over wat wij nodig hebben om hun verzekerden zo goed mogelijk te behandelen. Ik vraag ze daarbij om dat niet voor ons in te vullen, dat niet zelf te gaan ontwikkelen, maar dat juist aan ons te vragen. Liever geen actieve rol in de kwaliteitsontwikkeling, zeker geen eigen keurmerken. Terug naar de fietsmetafoor: sponsor ons, zorg voor een goede financiering waar we weinig omkijken naar hebben, sta als nodig langs de kant met een bidon en een paar repen. En blijf verder vooral van het parcours af. Laat ons ons werk doen.”

Akwa GGZ is door partijen in de ggz in het leven geroepen als het kwaliteitsinstituut voor en door professionals en patiënten. Akwa GGZ is inmiddels goed op stoom gekomen. Vervult Akwa GGZ inderdaad die rol voor de sector zoals wij dat hadden bedacht?

“Volgens mij kan Akwa GGZ meer voor de sector betekenen dan tot nog toe. Akwa GGZ lijkt de neiging te hebben om zich overvoorzichtig op haar kerntaken terug te trekken. Zorgstandaarden en kwaliteitsindicatoren staan echter niet los van zaken als bekostiging, praktijkvoering en kwaliteitsstatuut. Ik zie het juist als een kracht om die samenhang te zien en daar gezamenlijk verantwoording in te dragen. Daar kan Akwa GGZ juist een stimulerende rol in vervullen lijkt mij. Als iedere organisatie blijft zeggen alleen hun eigen stukje te doen, dan gaat het in de samenhang steeds weer fout. Zeker in een veld waar de samenhang nu eenmaal vaak nog ver te zoeken is.

Verder lijkt het lastig voor Akwa GGZ om te investeren in de aansluiting van de vrijgevestigden op het ROM-portaal. Daarover gaan we graag verder met ze in gesprek. Vrijgevestigden moeten, net als instellingen, met een minimale last in de toekomst ROM-data aan kunnen leveren als ze dat willen. Dat recht hebben ze. Het is immers nodig om alleen al te voldoen aan het zogenoemde ROM-doel 2: het leren van data door onderlinge vergelijking, wat ook is vastgelegd in de contracten met de zorgverzekeraars. Wij willen zeker constructief hierover meedenken met Akwa GGZ, maar het is de taak van Akwa GGZ om alle aanbieders, dus ook de vrijgevestigden, te faciliteren bij de aanlevering van data.”

 

Recent nieuws

Reminder: korte leden-enquête over praktijkvoering

Heeft u de enquête nog niet ingevuld? Dan vragen wij u om dat alsnog te doen. We hebben de ...

Lees meer

Nieuwe cliëntenfolder 2020

Wat komt er kijken bij een behandeling in de vrijgevestigde ggz-praktijk? Dit heeft de LVVP overzichtelijk op

Lees meer

NZa gaat algemene kortingspercentages door zorgverzekeraars onderzoeken

Afslagpercentages tot wel 20% (!) heel normaal voor vrijgevestigden.

Lees meer