Over de LVVP

Interview met de voorzitter – september 2017

De nieuwe productstructuur in de ggz

Over herkenbaarheid, eenvoud, transparantie en vertrouwen

In dit september-interview beantwoordt LVVP-voorzitter Hans Kamsma een aantal kernachtige vragen over het clustermodel, de toekomstige nieuwe productstructuur in de ggz.

“Ik ben enthousiast, omdat het een herkenbare, transparante en eenvoudigere productstructuur oplevert. Tegelijkertijd besef ik dat het er uiteindelijk om gaat of en hoe die geïmplementeerd gaat worden. Het vraagt om vertrouwen, ook van overheid en zorgverzekeraars, om met elkaar deze stap te durven zetten.
De charme zit in de eenvoud en herkenbaarheid en de mogelijkheid om productstructuur, bekostiging, zorgstandaarden en ROM tot één werkzaam geheel te maken.”

In 2020 komt er een nieuw bekostigingssysteem, dat zowel voor de generalistische basis-ggz (gb-ggz) als de gespecialiseerde ggz (g-ggz) gaat gelden. Kun je een schets geven van deze nieuwe productstructuur?

“Stel je voor: er komt een nieuwe productstructuur die de bestaande dbc’s (g-ggz) en producten (gb-ggz) vervangt. Cliënten kunnen op een voor de behandelaar en cliënt herkenbare manier in zorgvraagzwaarteclusters worden ingedeeld; dit met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst en gebaseerd op een steeds verder groeiende en ontwikkelende dataset. De te declareren prestaties worden vereenvoudigd tot bijvoorbeeld consulten, testdiagnostiek, verslaglegging. En hoewel er aan elk cluster een maximumtarief hangt, krijgt de zorgverzekeraar een declaratie waarop de deelprestaties in rekening worden gebracht. Een rekening die ook voor de cliënt weer te begrijpen is. Bij ieder cluster komen richtlijnen voor evaluatiemomenten, de te verwachten problematiek, de te verwachten inzet van behandeling. De zorgstandaarden die inmiddels zijn en worden ontwikkeld, worden hierbij ingezet. En een mogelijk vereenvoudigde ROM wordt aan de afname van de vragenlijst – de HoNOS+, een uitgebreide en aangepaste versie van de HoNOS – toegevoegd of wordt er zelfs door vervangen.

Niks is nog zeker, dus garantie tot de voordeur, maar dit is wel waar op dit moment hard aan wordt gewerkt en waar de LVVP een behoorlijk actieve rol in speelt.

De ontwikkeling van deze nieuwe productstructuur is, zoals wellicht inmiddels bekend, gebaseerd op het model dat in Engeland wordt gebruikt. Om een misverstand weg te nemen: we importeren in Nederland niet simpelweg het Engelse model. We hebben het als uitgangspunt genomen, ervan geleerd, vaak in nauw contact met collega’s uit Engeland. Maar daarna is het ook ‘Brexit’ en onderzoeken we hoe het model in Nederland het beste van toepassing kan zijn. Dat vraagt de nodige aanpassingen en het nodige onderzoek. De huidige, tweede, pilot waarin zorgaanbieders gevraagd wordt om de HoNOS+ in te vullen samen met de product- of dbc-data, is daar een actueel voorbeeld van.

De ‘Werkgroep Zorginhoud en Prestaties’, die zich met de inhoudelijke aspecten van de nieuwe structuur bezighoudt, is er veel aan gelegen om de structuur niet dicht te timmeren. Er moeten, zo summier mogelijk, behulpzame richtlijnen worden gegeven, maar altijd is er de mogelijkheid tot een afgewogen en eventueel afwijkend oordeel van de behandelaar. Dat geldt zowel voor de indeling in een cluster als voor de in te zetten behandeling. Daarnaast probeert de werkgroep, waarin de LVVP stevig vertegenwoordigd is, het geheel zo eenvoudig mogelijk te houden: hoe minder administratieve lasten, hoe liever. Dan kunnen we die tijd en energie weer aan cliënten besteden.”

 

Het model werkt met reviewmomenten. Grijpt dat ook in in mijn therapie?

“Ja, het grijpt ook in in de therapie; althans, in de spreekkamer. Hoewel de HoNOS+ door de therapeut wordt ingevuld, is het duidelijk de bedoeling dat dit in samenspraak met de cliënt gebeurt. Hetzelfde geldt voor de vaste evaluatiemomenten, die gaan helpen bij het besluit om de zorg af te ronden, voort te zetten, op te schalen of af te schalen. En omdat de zorgstandaarden aan de productstructuur worden gekoppeld, worden richtlijnen meteen meegegeven. De indeling in behandelzwaarte, de ingezette behandeling en de declaratie worden op een duidelijkere en herkenbare manier aan elkaar gekoppeld. De productstructuur zegt niks over de behandeling zelf, dat doen de zorgstandaarden wel. Maar er is de LVVP veel aan gelegen om daarover duidelijke afspraken te maken. Het werken met richtlijnen moet de behandelaar helpen en ondersteunen, maar mag de professionele autonomie nooit aantasten.”

 

Ik begrijp dus dat de diagnose niet meer leidend is, maar de zwaarte van de zorgvraag die bepaalt in welk cluster een patiënt valt. Is de behandeling dan niet meer diagnosegestuurd? En wat betekent dit dan voor de zorgstandaarden?

“Dat is nog wel ‘een dingetje’. Eigenlijk laat de productstructuur de DSM-5 los als instrument voor de indeling van zorgvraagzwaarte. En daarmee ligt er ook een kans om de aanspraak op verzekerde zorg niet meer op te hangen aan stoornissen. Het gaat dan immers veel meer over het totale functioneren van de cliënt op mentaal, emotioneel, relationeel en sociaal vlak. Het is maar helemaal de vraag of de ontwikkeling zo radicaal zal zijn. Zorginstituut Nederland kijkt er serieus naar, maar vooralsnog wel vanuit het huidige perspectief.

Nu gaat het bovenstaande natuurlijk helemaal niet over de behandeling, maar over de aanspraak op verzekerde zorg. Ik wilde de vraag graag aangrijpen om daar iets over te zeggen.
Voor de behandeling maakt het niet uit dat de zorgzwaarte bepalend is voor het cluster waarbinnen de patiënt valt. Uiteraard zet men die behandeling in, die past bij de diagnose van de patiënt.

Voor de zorgstandaarden heeft het wel gevolgen, in die zin dat bij de ontwikkeling van de nieuwe productstructuur per zorgstandaard gekeken moet worden welke onderdelen voor welke clusters relevant zijn. Zo ver zijn we nog niet. Op dit moment is het eerder andersom en wordt er per cluster verwezen naar de meest relevante zorgstandaarden.”

 

Administratieve lasten zijn een belangrijk onderwerp. Vrijgevestigden worden administratief veel te zwaar belast.

Wat gaat dit model doen tegen administratieve lasten?

“Er is volgens mij echt een mogelijkheid om de hele zaak flink op te schonen en te vereenvoudigen. Zoals gezegd, is dat zeker de bedoeling van de werkgroep die zich met de inhoud bezighoudt. En in samenspraak met de werkgroep die zich met de bekostiging bezighoudt, zien we dat dit ook bij het vaststellen van de te declareren prestaties het geval is. Mijn bezorgdheid is meer dat het hele model niet helemaal in plaats komt van het huidige model en de huidige eisen, maar er bovenop. En dat zou juist een verzwaring betekenen. Er is altijd het risico dat zorgverzekeraars aanvullende eisen gaan stellen. Dat maakt het ook zo belangrijk dat zij, zelfs bij de inhoudelijke kant van het proces, mee aan tafel zitten. Dat maakt overigens ook dat ik hierboven stel dat niks nog zeker is.”

 

En als ik de HONOS+ al moet invullen om het cluster te bepalen, hoe zit het dan met de meetinstrumenten die ik moet gebruiken om mijn diagnostiek te doen?

“De HoNOS+ is bedoeld om de zorgvraagzwaarte vast te stellen en, indien mogelijk in sommige clusters te ROM’en. Voor diagnostiek blijft gelden dat testdiagnostiek daar een deel van uitmaakt. Dat staat er helemaal los van en is een afweging van de behandelaar of wordt aangegeven in richtlijnen.”

 

En hoef ik naast de HONOS+ niet nog andere ROM-data aan te leveren?

“Dat is nog wel even spannend. Het liefst zouden we zien dat de HoNOS+ tevens overal ROM-instrument is. Voordelen zijn het nog verder terugdringen van de administratieve lasten en een heel hoog percentage aan ROM-scores. De HoNOS+ moet immers bij begin en afronding worden ingevuld. Maar het is de vraag of de HoNOS+ vooral in de lagere clusters gevoelig genoeg is voor verandering om als ROM-instrument te dienen. Deze vraag wordt in verder onderzoek en in de pilot wel meegenomen. Overigens is de HoNOS bij de ernstige psychiatrische aandoeningen nu ook al een ROM-instrument.”

 

Jij hebt zelf meegedaan met pilot 1 en nu ook pilot 2. Kun je aangeven waarom jij enthousiast bent over dit model?

“Ik ben enthousiast, omdat het een herkenbare, transparante en eenvoudigere productstructuur oplevert. Ik merk ook aan collega’s die er mee kennismaken dat vooral die herkenbaarheid echt een opluchting is. Verder zie ik een mooie kans om de administratieve lasten echt te vereenvoudigen. Maar ik ben voorzichtig. Mijn enthousiasme gaat over de potentie van het model en over wat het met de mensen doet die er aan werken. Het voelt constructief en positief. Tegelijkertijd besef ik dat het uiteindelijk er om gaat of en hoe het geïmplementeerd gaat worden. Het vraagt om vertrouwen, ook van overheid en zorgverzekeraars, om met elkaar deze stap te durven zetten. De oplossing zit hem nooit in het systeem. Een systeem helpt of werkt tegen, maar uiteindelijk gaat het er om hoe het wordt gebruikt. De HoNOS+ is echt geen perfect instrument, de database in Nederland moet nog worden opgebouwd. En ik mag hopen dat iedereen goed in het gebruik wordt getraind. De charme zit in de eenvoud en herkenbaarheid en de mogelijkheid om productstructuur, bekostiging, zorgstandaarden en ROM tot één werkzaam geheel te maken. Maar iedere kerstboom valt op te tuigen tot een onherkenbaar gedrocht, die ook nog eens topzwaar kan worden, doordat er teveel ballen aan worden gehangen. Dat moeten we hier echt zien te voorkomen, anders komen we van de regen in de drup.”

 

Zou je de LVVP-leden adviseren om aan de pilot deel te nemen of kunnen we beter wachten tot alle kinderziektes eruit zijn?

“De pilot is juist bedoeld om er van tevoren zoveel mogelijk kinderziektes uit te halen. Dus ja, zeker. Hoe meer vrijgevestigden meedoen, hoe meer data van vrijgevestigden we krijgen, hoe beter we een database kunnen bouwen die voor vrijgevestigden herkenbaar wordt en een bekostiging en tariefstelling die bij ons werk aansluit. En dat geldt zowel voor de gespecialiseerde ggz als voor de generalistische basis-ggz.

Deelname aan de pilot geeft je bovendien ook de gelegenheid om alvast ervaring op te doen met de nieuwe manier van werken en om daar je software ook op in te richten. Vanuit de pilot krijg je hiervoor kosteloos ondersteuning. Daarbij krijg je gedurende de pilot een vergoeding/compensatie van € 25 per ingevoerd cluster.”

 

Hebt u als LVVP-lid een vraag voor de voorzitter, dan kunt u die mailen aan Ruth Bakker (r.bakker@lvvp.info).

Recent nieuws

Stefan van der Stigchel hoofdspreker op LVVP-congres

Eerder berichtten we u al dat Malou van Hintum, Paul Blokhuis en Dirk de Wachter in diverse rollen op LVVP-con

Lees meer

Vektis verzamelt namens alle verzekeraars de basisinformatie over uw praktijk

Verschillende zorgverzekeraars vragen u als aanbieder van geestelijke gezondheidszorg (ggz) elk jaar om basisi

Lees meer

LVVP komt in actie tegen onverminderd hoge administratieve lasten

Maar liefst circa 40% van hun tijd besteden vrijgevestigde ggz-professionals aan administratie; tijd die niet

Lees meer