Over de LVVP

Interview archief 2019

‘2021 dan maar?’

Interview met de voorzitter – juni 2019

De datum van 1 april is weer gepasseerd en alle zorgverzekeraars hebben hun inkoopbeleid weer bekend moeten maken. In het hoofdlijnenakkoord voor de ggz zijn afspraken gemaakt over het bevorderen van contracteren, maar ook over het terugdringen van de administratieve lasten en de wachttijden. Welke ontwikkelingen ziet LVVP-voorzitter Hans Kamsma in het zorginkoopbeleid van de verzekeraars? Worden de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord nagekomen en wat betekent dit voor de rol en positie van de vrijgevestigde ggz-professional?

 

De LVVP heeft zich in het hoofdlijnenakkoord voor de ggz sterk gemaakt voor het stimuleren van contractering in plaats van het afstraffen van ongecontracteerd werken. Wat zou jij graag terug willen zien in de contracten voor 2020?

“Voor vrijgevestigden is de keuze om ongecontracteerd te werken één van de weinige manieren om duidelijk te maken dat ze een ander contractaanbod willen. Met iedere vrijgevestigde afzonderlijk onderhandelen is immers niet realistisch. Als er dan toch al sprake moet zijn van marktwerking, dan moet dat ook tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder gelden. Door contracten voor de zorgaanbieder aantrekkelijker te maken, zal de contracteringsgraad stijgen.

Nu bepaalt de zorgverzekeraar welke eisen hij stelt aan de contractant, die dan van zijn kant verzekerd is van… Ja, van wat eigenlijk? Terugvorderingen tot jaren na dato helpen niet echt bij de bedrijfszekerheid, de tarieven liggen altijd behoorlijk onder het NZa-tarief, en de verzekering van inkomen ligt meer bij het feit dat er voldoende patiëntenaanbod is dan bij wie de rekening betaalt. Voor de patiënt is een gecontracteerd werkende zorgaanbieder wel goedkoper, ondanks de rem van het hoge eigen risico die zich zeker in de generalistische basis-ggz (gb-ggz) doet gelden.

Daarom zou ik liever een ander uitgangspunt willen nemen. Wat kan de zorgverzekeraar doen en laten om goede zorg voor zijn verzekerden te faciliteren? Hoe kunnen zorgverleners optimaal in staat worden gesteld om hun werk te doen? Zeker voor vrijgevestigden, die zorgaanbieder en zorgverlener in dezelfde persoon zijn, betekent dit dat ze zich zo goed mogelijk kunnen concentreren op het therapeutisch proces.

Contracten zouden eenvoudig en transparant moeten zijn. Hoe kan het dat het ene inkoopdocument pagina’s en pagina’s aan tekst bevat en het andere op twee A-4tjes staat? Het gaat om beide al lang bestaande verzekeraars, die hun werk verstaan. En dan toch zo’n groot verschil. Ik weet wel dat marktwerking ook inhoudt dat verzekeraars zich onderling moeten onderscheiden, maar op het punt van contractering is daar best iets op af te dingen. Eenvoudig moet het dus zijn. Dat betekent in ieder geval géén extra eisen bovenop wat we landelijk toch al met elkaar hebben afgesproken.

Een contract is voor de zorgverlener aantrekkelijk, als het helpt om de bedrijfsvoering te continueren en stabiliseren. Als de toegankelijkheid daardoor laagdrempelig wordt en de declaratie eenvoudig. Dat laatste is trouwens meestal wel het geval.

De hoogte van het tarief speelt ook een rol. Wat voor zin heeft het dat de NZa tarieven vaststelt, die in ieder geval door vrijgevestigden nooit gehaald kunnen worden? Door dan het ongecontracteerd werken onaantrekkelijker te maken -door daar de vergoeding verder te drukken-, wordt het beeld van strafkortingen en bezuinigingen alleen maar verder versterkt. Een goed contract biedt een realistisch tarief en dat is volgens mij wat de NZa-tarieven pretenderen te zijn.

Het helpt ook als de contractering zelf gemakkelijk en vlot verloopt. Als helder is wat de veranderingen ten opzichte van de vorige contracten zijn. Als vragen die voor iedere zorgverzekeraar gelden -omdat het basisinformatie is over de betreffende praktijk- op één plek kunnen worden ingevuld. Ik vind dat op dit soort punten de laatste jaren veel vooruitgang is geboekt. Toch zegt mijn kritische kant dat dit nog beter kan. Er zijn nog steeds zorgverzekeraars die met een hele waslijst aan uitvragen komen. Ik ben benieuwd wat de contractering 2020 hierin gaat brengen.”

 

Ook in het hoofdlijnenakkoord is uitgebreid aandacht voor het terugdringen van administratieve lasten. Tot op heden hebben wij hier weinig vorderingen in gemerkt. Heb jij de indruk dat hier met de contractering 2020 nu eindelijk verandering in gaat komen?

“Het hele onderwerp van de administratieve lasten is inmiddels erg frustrerend geworden. We praten er nu al jaren over, er gebeurt bar weinig.

Als LVVP kiezen we hierin het perspectief van de praktijkhouder. Die is alleen gebaat bij een echt forse vermindering van de netto administratieve last. Het is daarbij niet interessant waar die last door veroorzaakt wordt en of er ergens een stukje van af is gegaan, terwijl er net zo gemakkelijk iets anders weer bijkomt. We zijn totaal doorgeschoten in verantwoording en dit gaat nu echt ten koste van de zorg.

Een belangrijk deel van de administratieve last wordt veroorzaakt door de eisen die in de contracten worden gesteld. We zijn daarover met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) in gesprek. Maar als ik het inkoopbeleid 2020 doorlees, dan is er nog een lange weg te gaan. Het gaat bijvoorbeeld om het stellen van aanvullende eisen bovenop de landelijke afspraken, waarbij er dan ook nog grote verschillen per verzekeraar kunnen zijn. Helemaal bont wordt het als het om eisen gaat, die op zichzelf al een onevenredig grote belasting vormen. Denk bijvoorbeeld aan de beruchte productmix, het normatief uurtarief, omzetplafonds voor bepaalde polissen, strakke en verschillende percentages voor de inzet van medebehandelaren. Dat verzekerden wellicht behoefte hebben aan een grote keuzevrijheid aan polissen, is iets tussen de zorgverzekeraar en de klant en moet niet steeds weer betekenen dat de zorgverlener zich daaraan moet aanpassen.”

 

Hoe kijk jij aan tegen het tarievenbeleid van de verzekeraars?

“Zoals ik al eerder aangaf, ga ik ervan uit dat de NZa-tarieven realistische tarieven zijn. Met realistisch bedoel ik, dat het daarmee mogelijk is om de kosten van een praktijk te dragen en er een salaris op het niveau van de beroepsgroep aan over te houden. Dan is het vreemd dat zorgverzekeraars hier al sinds jaar en dag van afwijken en eigenlijk uitgaan van een basis van ongeveer 80% van dit tarief. De verzekeraar zegt dan dat dit het marktconforme tarief is dat met extra eisen kan worden opgeplust, maar dus eigenlijk nooit meer tot het NZa-tarief. De zorgaanbieder ervaart echter die 80% als een korting en ziet zich geconfronteerd met allerlei eisen, waaraan moet worden voldaan om die korting enigszins teniet te doen.

Op deze manier worden de zorg en de kwaliteit van zorg onder druk gezet. Op dit punt staan wij en de zorgverzekeraars nog volledig tegenover elkaar. De verzekeraar wil steeds meer verantwoording, terwijl ze naar verhouding een lager tarief bieden en wij willen een reëel tarief en minder inmenging van de verzekeraar met kwaliteit. De patiënt wil, denk ik, vooral gewoon goede en toegankelijke zorg.

In dat kader heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving een advies uitgebracht: ‘Blijk van vertrouwen. Anders verantwoorden voor goede zorg’. Hierin stelt de Raad dat de praktijk van verantwoording afleggen fundamenteel anders moet en veel meer moet aansluiten bij de waarden die zorgverleners en patiënten belangrijk vinden.”

 

Wachttijden is op dit moment hot topic. Hoe zie jij dat terug in het inkoopbeleid en wat verwacht je daarvan terug te zien in de contracten?

“Wat zou helpen is het wegnemen van drempels en beperkingen. Minder administratie betekent meer tijd voor patiëntencontact. Minder knellende omzetplafonds betekent een beter gebruik van de bestaande capaciteit. Laagdrempelige toegankelijkheid voor nieuwe aanbieders betekent beter de capaciteit op peil houden -er stoppen immers ook zorgverleners met werken- of die capaciteit uitbreiden.

Laat ik ook maar meteen zeggen dat ik er weinig voor voel om patiënten die ik nog helemaal niet ken, alvast aan de slag te laten gaan met e-health. E-health is voor mij een goede mogelijkheid binnen bestaande behandelingen. Ik zie niet hoe dit de heilige graal zou kunnen zijn in de oplossing van het wachtlijstprobleem.

Natuurlijk liggen er ook mogelijkheden bij de zorgverleners. Goed letten op gepast gebruik, dus goed indiceren, meteen de juiste zorg op de juiste plek en niet onnodig lang doorbehandelen zijn daar voorbeelden van.”

 

Heb jij de indruk dat het landelijk uitgerolde wachttijdenbeleid leidt tot afkalving van de kwaliteit van de zorg?

“Dat risico is er wel, ja. Want terwijl de capaciteit van de BIG-geregistreerde, vrijgevestigde regiebehandelaren onvoldoende wordt benut, wordt intussen wel de poort opengezet voor het inzetten van niet BIG-gekwalificeerde hulpverleners. Die kant dreigt het kwaliteitsstatuut op te gaan. Terwijl wij iedere maand weer een patiëntcontactuur verloren zien gaan, omdat we steeds opnieuw voor ons onzinnige details over onze wachttijden invoeren.

Het is voor mij onvoorstelbaar wat er is gebeurd, als ik me realiseer dat ik met de overgang van de eerstelijnspsychologische zorg naar de gb-ggz de administratieve last heb zien verdrievoudigen. Zonder dat daar ook maar één patiënt beter van is geworden. Intussen moeten we aan patiënten verkopen dat ze maanden moeten wachten voor een eerste gesprek. Je zult maar met een ernstig probleem zitten, waar je zelf niet uitkomt. Ben je eindelijk de drempel over om hulp te zoeken, moet je nog maanden wachten. Reken maar uit hoeveel paniekaanvallen of eetbuien je verder bent, voordat je aan de beurt bent. Dat voelt voor mij als zorgverlener niet goed, maar die patiënt zit er al die maanden iedere dag mee.

En intussen putten wij ons uit in verantwoording, worden we verondersteld een uitweg in e-health te zoeken, blijven mensen hangen bij de poh-ggz of moeten er maar alvast minder gekwalificeerde behandelaren aan de slag. Terwijl de juiste zorg op de juiste plek potentieel wel aanwezig is en zorgverzekeraars werkelijk stappen daarin kunnen nemen als ze het aandurven. Dat zie ik in het inkoopbeleid 2020 nog niet terug.

2021 dan maar?”

Recent nieuws

Kom naar het LVVP-congres en kies uit 17 (!) workshops

Naast de markante hoofdsprekers Dirk de Wachter en Stefan van der Stigchel en de ontmoeting met staatssecretar

Lees meer

Zomerrooster: LVVP-bureau bereikbaar van 10-13 uur

Van 29 juli tot en met 25 augustus 2019 is het LVVP-bureau telefonisch beperkt bereikbaar: van maandag tot en

Lees meer

26 november 2019: LVVP-regiobijeenkomst in Eindhoven

De regiobijeenkomst in Utrecht is volgeboekt, op 26 november is er weer een bijeenkomst in Eindhoven.

Lees meer