Over de LVVP

Persberichten

Hieronder treft u de berichten (zie ook downloads onderaan de pagina) aan die de LVVP heeft verzonden aan de landelijke pers.

 

PERSBERICHT: Uitspraak in arbitragezaak CZ houdt ongelijkwaardig speelveld in stand. Nog steeds geen duidelijkheid over gelijkwaardig alternatief voor KiBG

17 januari 2019

Het Nederlands arbitrage instituut (NAI) heeft de LVVP niet in het gelijk gesteld in haar zaak tegen zorgverzekeraar CZ. De LVVP is zeer teleurgesteld over de uitspraak. Niet alleen omdat we veel tijd en moeite in deze zaak gestoken hebben, maar vooral omdat we nu nog stééds niet weten wat een geschikt alternatief is voor het keurmerk van stichting kwaliteit in basis-ggz (KiBG). Met deze uitspraak is er van een evenwicht in het stelsel en een gelijkwaardig speelveld nog steeds geen sprake.

 

Nog steeds geen duidelijkheid over gelijkwaardig alternatief
Uit de uitspraak blijkt dat de zorgverzekeraar de standaard zet: vrijgevestigden mogen blij zijn dat een door de zorgverzekeraar te beoordelen gelijkwaardig alternatief ook gehonoreerd wordt. Het is aan de contractant om er zelf achter te komen wat dat gelijkwaardige alternatief dan is. Degenen die dat hebben geprobeerd, hebben allemaal een afwijzing gekregen.

Deze stellingname van het NAI bevreemdt ons in hoge mate. Niet voor niets heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een transparantieregeling zorginkoopproces Zorgverzekeringswet (Zvw) opgesteld. Daarin staat onder andere beschreven dat de zorgverzekeraar transparant moet zijn over zijn kwaliteitsbeleid. Wij vinden het dan ook een legitiem verzoek om antwoord te krijgen op de vraag waaraan een alternatief voor het KiBG-keurmerk moet voldoen. Tot op de dag van vandaag heeft CZ hier nog niet op geantwoord, anders dan naar het KiBG-handboek te verwijzen waaruit blijkt dat je bij het KiBG moet zijn aangesloten om aan alle eisen te kunnen voldoen.

Handboek en keurmerk KiBG is niet de algemeen aanvaarde standaard
In de uitspraak wordt meerdere keren verwezen naar het Handboek keurmerk basis-ggz, een product door en voor het KiBG. In het handboek staat overigens duidelijk vermeld dat KiBG niet alleen een stichting is van een aantal grote ggz-instellingen met grote belangen in de generalistische basis-ggz (gb-ggz), maar ook van zorgverzekeraars CZ, Menzis, VGZ en Zilveren Kruis. Vrijgevestigden zijn hier nooit bij betrokken geweest. Desalniettemin wordt het Handboek keurmerk basis-ggz door het NAI als een algemeen aanvaarde standaard neergezet voor de generalistische basis-ggz, terwijl dit natuurlijk helemaal niet zo is. Los hiervan brengt het keurmerk een stevige administratieve last met zich mee, terwijl er aan alle kanten gestreefd wordt naar reductie van de administratieve lastendruk. Bovendien moeten leden ook nog voor het keurmerk betalen, zodat ze de tariefsopslag die ze met het keurmerk krijgen deels weer kwijt zijn. Maar wat ons het meest frappeert, is dat het NAI meegaat in de kafkaëske cirkelredenering van CZ dat je om gebruik te kunnen maken van een alternatief anders dan het KiBG-keurmerk, je terugverwezen wordt naar het handboek van KiBG. En als je dat doet, zie je dat je alleen maar aan die eisen kunt voldoen, als je gebruik maakt van het KiBG-keurmerk.

Contractvrij werken enige manier om invloed uit te oefenen
In de uitspraak wordt het leden aangerekend dat ze als makke lammeren contracten hebben getekend, zonder enig voorbehoud te maken. In het contracteerproces is het echter technisch niet mogelijk om een voorbehoud te maken, nog los van de vraag of dat zin gehad zou hebben. Van een eerlijk speelveld in de zorg is dus in het geheel geen sprake.

Daarbij stelt het NAI dat de LVVP überhaupt geen kans van slagen had in haar vorderingen, daar de LVVP niet de bevoegdheid heeft om ‘in te grijpen’ in individuele overeenkomsten gesloten tussen CZ en haar leden. Uiteraard kan de LVVP niet ingrijpen in individuele contracten. Maar een dergelijke stellingname van het NAI maakt het de LVVP feitelijk onmogelijk om namens haar leden op te treden en is bovendien volslagen contrair met het convenant onafhankelijke geschillenbeslechting dat partijen onder regie van VWS hebben gesloten. Idee was destijds juist dat branchepartijen met dit convenant gemakkelijker zouden kunnen optreden namens hun leden.

Er was en is van een gelijkwaardig speelveld geen sprake en met deze uitspraak wordt dat in stand gehouden en gelegitimeerd. We concluderen dat contractvrij werken de enige manier lijkt waarop leden in dit zorgstelsel nog enige invloed kunnen uitoefenen. We blijven daarom zéér kritisch staan ten opzichte van het inperken van contractvrij werken onder deze omstandigheden.

Onevenwichtigheid bevestigd
Met deze uitspraak lijkt de zorgverzekeraar helaas nog steviger in het zadel te zijn geholpen ten koste van de positie van de zorgaanbieder en is er van een evenwicht in het stelsel en een gelijkwaardig speelveld nog steeds geen sprake. Maar ook het feit dat de LVVP volgens het NAI maar beperkt namens de leden mag optreden -feitelijk alleen voor hen die geen contract met de verzekeraar hebben gesloten- is schadelijk voor de positie van de vrijgevestigde psycholoog en psychotherapeut. Kleine zorgaanbieders zijn niet in de positie om te onderhandelen met de zorgverzekeraar en de LVVP mag het niet. Het NAI verzwakt in feite de positie van een brancheorganisatie in de contractuele fase, terwijl dit nu juist ten grondslag ligt aan de oprichting van het NAI.

Taak voor de NZa en het ministerie van VWS
Nu duidelijk is geworden dat de LVVP ook met de gang naar het NAI geen duidelijkheid krijgt over de inkoopvoorwaarden van CZ, is de NZa als toezichthouder aan zet.

Verder wekt deze uitspraak de indruk dat contractvrij werken de enige manier lijkt om invloed uit te kunnen oefenen. In het hoofdlijnenakkoord hebben we afgesproken dat contracteren gestimuleerd dient te worden. Deze uitspraak heeft een averechts effect. Wij roepen de politiek en het ministerie van VWS op meer waarborgen te creëren voor een eerlijk contracteerproces en gelijk speelveld. (Zie ook de uitspraak als download onderaan deze pagina.)

 

BRIEF AAN MINISTER DE JONGE OVER DE JEUGD-GGZ

5 september 2018

‘Situatie in de jeugd-ggz zorgwekkend’ – LVVP maakt statement in brief aan minister De Jonge

Op 5 september jl. vond een sessie plaats van de breed samengestelde, landelijke werkgroep jeugd-ggz met minister Hugo de Jonge. De LVVP was hierbij aanwezig. Op de agenda stond ‘hulp zo dicht mogelijk bij de cliënt/patiënt’, de rol en positie van de professionals en de ggz als integraal onderdeel van de (jeugd)hulp, met de Jeugdwet als vertrekpunt. Het spreekt voor zich dat de LVVP hieraan een bijdrage wil leveren, maar ze is wel kritisch ten aanzien van de Jeugdwet en de uitvoering die daaraan wordt gegeven. Met een brief aan minister De Jonge (zie download onderaan de pagina) heeft de LVVP hierover een statement gemaakt.

De brief van de LVVP bevat een overzicht van de zorgwekkende stand van zaken in de jeugd-ggz. Dit hebben we nogmaals onder de aandacht van de minister willen brengen. Net als de andere partijen in de werkgroep jeugd-ggz wil de LVVP de meest passende zorg voor elke jeugdige in Nederland organiseren en bieden. Ook wij zoeken naar toekomstbestendigheid en samenhang. En ook voor ons is de Jeugdwet het vertrekpunt, al zouden we willen dat dat anders was.

Invoering Jeugdwet niet goed gelukt

De invoering van de Jeugdwet is wat de LVVP betreft niet goed gelukt. De jeugd-ggz is ondergesneeuwd geraakt en er is nauwelijks regie mogelijk. Dit ondanks de positieve inspanningen van een heel aantal partijen. We hopen dat de minister de brief ter harte neemt, ten behoeve van alle kinderen in Nederland met psychische problemen én hun ouders.

 

PERSBERICHT

19 juli 2018

Wirwar aan regels leidt tot onrust en onzekerheid bij patiënt en zorgaanbieder in de ggz

De ene zorgverzekeraar vergoedt een volgend behandeltraject bij de gz-psycholoog wel, de andere zorgverzekeraar niet. Verzekerden worden dus door sommige verzekeraars in hun aanspraak op verzekerde zorg beperkt. De beleidsregels van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beperken het aantal behandeltrajecten in de generalistische basis-ggz niet, maar zorgverzekeraars passen de beleidsregels op heel verschillende manieren toe. De LVVP heeft de verschillende eisen van zorgverzekeraars op een rij gezet en dat laat zien er sprake is van willekeur. Dit is niet alleen nadelig voor verzekerden, maar ook voor vrijgevestigde ggz-behandelaren. Daarom pleit de LVVP voor een evaluatie van de generalistische basis-ggz en voor heldere regels met ruimte voor meerdere producten per jaar.

 

Patiënten krijgen niet dezelfde zorg vergoed van de zorgverzekeraar

Jaap gaat naar de gz-psycholoog. De zorgverzekeraar betaalt. Ook als hij na enige tijd een terugval krijgt en opnieuw naar de psycholoog gaat. De buurvrouw van Jaap, Anneloes, gaat ook in behandeling in de generalistische basis-ggz (gb-ggz). Ook zij krijgt een terugval en wil weer in behandeling. Maar Anneloes zit bij een andere zorgverzekeraar en die vergoedt het tweede behandeltraject niet. Een soortgelijke situatie zou in de huisartsenzorg ondenkbaar zijn. Het kan niet zo zijn dat een patiënt van de ene zorgverzekeraar recht heeft op een paar bezoekjes aan de huisarts, en een patiënt van een andere zorgverzekeraar onbeperkt bij de huisarts terecht kan. Terwijl de patiënt daarover niets kan terugvinden in de (meeste) polisvoorwaarden.

Vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten weten niet waar ze aan toe zijn

De overheid beperkt het aantal behandeltrajecten in de generalistische basis-ggz niet, maar zorgverzekeraars doen dat wel. Ze vullen de regels op verschillende manieren in, waardoor patiënten en hun behandelaren niet hetzelfde aantal producten vergoed krijgen. Dit blijkt de antwoorden op vragen van de LVVP aan zorgverzekeraars (in de contracten en polisvoorwaarden zijn namelijk lang niet altijd bepalingen opgenomen). Dit leidt niet alleen tot rechtsongelijkheid van verzekerden, maar ook tot grote onzekerheid en bedrijfsmatige risico’s bij vrijgevestigde ggz-behandelaars. Bovendien wordt vaak pas jaren later, bij controles achteraf, duidelijk wat de zorgverzekeraar wel en niet vergoedt aan de behandelaar. Dan blijken er ineens extra regels te gelden. Gevolg: de behandelaar moet geld terugbetalen aan de zorgverzekeraar, terwijl hij niet kon weten dat de behandeling niet vergoed zou worden.

Grondige evaluatie van de gb-ggz is nodig

Dagelijks ervaren vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten de beperkingen in de gb-ggz. De behandelaars willen graag goede zorg leveren, maar met de huidige systematiek in de gb-ggz is dat simpelweg niet mogelijk. Deze prestaties zijn nog gebaseerd op lichtere problematiek bij patiënten die nu deels door de praktijkondersteuners ggz bij huisartsen worden begeleid. In de gb-ggz worden inmiddels zwaardere patiënten behandeld dan voorheen in de (eerstelijns)praktijken. Een grondige evaluatie van de gb-ggz is daarom op alle onderdelen noodzakelijk: naar inhoud en tarieven, naar zijn bedoelingen en werking. Hierbij dienen ook de huidige patiëntprofielen herijkt te worden. Al eerder verzocht de LVVP de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om zo’n onderzoek, maar helaas laat dit nog steeds op zich wachten.

Heldere regels en ruimte voor meer prestaties

Daarnaast doet de LVVP een dringend beroep op alle betrokken partijen om met spoed eenduidige regels voor de gb-ggz -en vooral ook de toepassing ervan- vast te stellen. We pleiten ervoor om meerdere producten toe te staan binnen door iedereen te hanteren eenduidige marges. Dat biedt gelijke aanspraken voor alle verzekerden én het leidt tot duidelijkheid, financiële zekerheid en minder administratieve lasten voor de vrijgevestigde behandelaren in de gb-ggz.

 

Downloads

Uitspraak arbitragezaak tegen CZ december 2018
Brief eerstelijnsorganisaties aan Eerste Kamer mbt Wmcz jan 2019
Brief jeugd-ggz aan minister De Jonge september 2018

Recent nieuws

Kom naar het LVVP-congres en kies uit 17 (!) workshops

Naast de markante hoofdsprekers Dirk de Wachter en Stefan van der Stigchel en de ontmoeting met staatssecretar

Lees meer

Zomerrooster: LVVP-bureau bereikbaar van 10-13 uur

Van 29 juli tot en met 25 augustus 2019 is het LVVP-bureau telefonisch beperkt bereikbaar: van maandag tot en

Lees meer

26 november 2019: LVVP-regiobijeenkomst in Eindhoven

De regiobijeenkomst in Utrecht is volgeboekt, op 26 november is er weer een bijeenkomst in Eindhoven.

Lees meer